|
|
Kinderdoop: christelijke besnijdenis
De doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen. Die bekende zin uit het doopformulier roept vragen op. Waar staat dat in de Bijbel? Doet deze uitspraak wel recht aan de besnijdenis, aan het teken van Gods verbond met Israël? Wordt hierin niet de vervangingstheologie tot uitdrukking gebracht, waarin wordt gezegd dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen? Wordt die theologie in elk geval hierdoor niet in de hand gewerkt of versterkt? Moet daarom deze zin niet worden vervangen? In dit artikel wordt geprobeerd om een antwoord op deze vragen te geven. Daarbij wordt met name aandacht gegeven aan de kinderdoop, aan de vraag of hij bijbels is en wat zijn waarde is.
De aanleiding voor dit artikel ligt in een toespraak van ds.O.Bottenbley uit Drachten over de volwassendoop door onderdompeling. Daarin ging hij uitvoerig in op de kinderdoop en haalde hij de zin uit het doopformulier dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen naar voren. Hij noemde hem een weergave van de onjuiste vervangingstheologie. Het is niet mijn bedoeling om een verdere weergave van het betoog van Bottenbley te geven noch met hem in discussie te gaan. Eén belangrijk punt uit zijn betoog breng ik echter nog naar voren als uitgangspunt voor mijn eigen artikel.
Kinderdoop op één lijn met besnijdenis Aan de ene kant minimaliseert Bottenbley de kinderdoop, omdat volgens hem alleen bij volwassendoop door onderdompeling van (echte) doop gesproken mag worden. Dit ziet hij als de bijbelse lijn: eerst een bewuste geloofskeuze, daarna de doop als teken van het nieuwe leven. Daarom vertoont voor hem de kinderdoop twee gebreken: er is geen sprake van geloof en de besprenkeling is in de plaats van de onderdompeling gekomen. Aan de andere kant maximaliseert hij de kinderdoop, door hem op één lijn te plaatsen met de besnijdenis (en het opdragen van kinderen). Ook naar mijn overtuiging is er fundamentele overeenstemming tussen de besnijdenis en de kinderdoop, nog dieper dan in zijn visie, waarin de ouders in deze rituelen aan God vragen: wilt u de God van ons kind zijn?
Betekenis van de besnijdenis De besnijdenis is het teken van het verbond voor kinderen van Abraham. Als de Bijbel er niet meer van zei, kon het worden opgevat als een teken dat alleen maar zegt dat iemand hoort bij Israël. In het OT wordt echter meer dan eens gezegd dat het om de besnijdenis van het hart gaat. Het gaat om een nieuw hart, om echt geloof. Abraham is de vader van alle gelovigen. Hij kwam tot geloof voordat hij besneden werd. Daarna ontving hij het teken van de besnijdenis als het zegel der gerechtigheid van het geloof (Rom. 4:11). De besnijdenis was dus het zegel op de goddelijke gerechtigheid die aan hem werd geschonken. Zonder geloof kunnen we niet in de gerechtigheid delen. De besnijdenis was ook het zegel op zijn geloof. Zo ontving Abraham de volwassenbesnijdenis. Gelet op de betekenis van de besnijdenis was te verwachten dat ook zijn nakomelingen als volwassenen en pas als ze tot geloof waren gekomen, zouden worden besneden. God besloot echter anders. Zij kregen de kinderbesnijdenis als teken van het verbond, maar ook als een appèl tot geloof. Dat laatste is zó belangrijk dat Paulus kon zeggen dat alleen hij een echte Jood is die besneden van hart is (Rom. 2:28-29). In Gal. 5:6 en 6:15 zegt hij het nog radicaler door te schrijven dat het niet uitmaakt of je wel of niet bent besneden. Het gaat erom dat je een nieuwe schepping bent. Dat geldt voor Jood en niet-Jood.
Wedergeboorte noodzakelijk Een nieuwe schepping word je door het geloof in Christus. In dat geloof zijn we met Hem gestorven aan de zonde en opgestaan tot een nieuw leven. De doop is daarvan een teken. Hij kan worden getypeerd zoals in Rom. 4 de besnijdenis: als het zegel der gerechtigheid van het geloof. Daarom ontvangen zij die tot geloof komen de volwassendoop. Brengt de betekenis van de doop met zich mee dat alleen volwassenen gedoopt mogen worden? In die redenering hadden in Israël alleen volwassenen besneden mogen worden vanwege de betekenis van de besnijdenis. God bepaalde echter dat het nageslacht van Abraham als kind moest worden besneden. De grote vraag is of die gang van zaken ook voor de gemeente van Christus geldt. Ik meen van wel, maar andere christenen denken van niet. Zij beperken de betekenis van de besnijdenis tot een uiterlijk verbondsteken. Zij heeft echter een diepe, geestelijke betekenis, net als de doop. De inhoud ervan is Gods gerechtigheid en genade, die ontvangen wordt door het geloof. De inhoud is Christus. Wie van Christus is, is kind van Abraham (Gal. 3:6-9 en 29) die behoort tot het verbond van God, met zijn kinderen. Ook die kinderen mogen het teken van het verbond ontvangen. Dat teken zegt niet dat ze het nieuwe leven bezitten. Dat moeten ze ontvangen. Ze moeten worden wedergeboren. Daar gaat het om. Zonder wedergeboorte maakt het niet uit of we (als kind of volwassene gedoopt zijn. Van de doop gaat een appèl uit om het nieuwe leven te begeren. En om als nieuw mens te leven (Rom. 6:4).
Doop en besnijdenis hebben dezelfde betekenis Dat kan alleen als wij besneden worden met een besnijdenis die niet met mensenhanden gebeurt. Het gaat om de besnijdenis die van dood levend maakt door de dood en opwekking van Christus. Dat is de besnijdenis van Christus (Kol. 2:11). Deze uitdrukking kan ook worden weergegeven als: de christelijke besnijdenis. Ze ziet op de doop. Ze lijkt te pleiten voor volwassendoop op geloof, zoals de geschiedenis van Abraham lijkt te pleiten voor de volwassenbesnijdenis. Zoals echter op de volwassenbesnijdenis de kinderbesnijdenis volgde, zo op de volwassendoop de kinderdoop. Van besnijdenis en doop is Gods gerechtigheid de inhoud. Christus is de inhoud van beide. In beide gaat het om het geloof in Hem, om het nieuwe leven uit Hem. Vanuit die overeenkomst kan worden gezegd dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Dat kan echter gemakkelijk worden opgevat in de zin van vervanging; van vervanging van Israël door de kerk. Dat gebeurt ook. Daarom zou voor de duidelijkheid beter anders kunnen worden geformuleerd. Een mogelijkheid zou zijn: de doop is na de besnijdenis gekomen en heeft dezelfde betekenis. Gods genade (in Christus) is de inhoud van de besnijdenis. Daarom kan de kinderdoop de christelijke besnijdenis worden genoemd. Broeksterwoude D. Visser
|
|