Kop
 
orgaan voor de christelijke gereformeerde kerken 13-05-2005
Voorpagina
Actueel
Presto
Archief
Links

Mensen in Buitenland

Reageren
Word Abonnee

Donateurs bedankt!

Stuk gaan om weer heel te worden

Voor Barbara de Reus was de opdracht voor het Feest van de Geest eigenlijk wat tegenstrijdig. Het moest een eigen verhaal zijn naar aanleiding van Pinksteren. Die vraag betekende, dat er van allerlei gedachten en emoties naar boven kwamen, die uiteindelijk een weg zouden vinden in een kunstwerk voor dit doel, om ten toon gesteld te worden op een aangewezen plaats, een kerk in Wapserveen. Maar die weg van opdracht naar kunstwerk is eigenlijk niet de weg, die Barbara gewoonlijk gaat.

Van haar woorden word je warm. En als haar man op een bepaald moment deel gaat nemen aan het gesprek worden de landschappen filosofischer en ruimer. Alsof je bij deze twee mensen bent aanbeland in een ruimte, die weliswaar niet van jou is, maar waar je toch zijn mag en mag meedoen en meespreken. Je wordt als het ware vanzelf uitgenodigd om je eigen verhaal erbij te leggen en aan het woord te laten komen. We spreken samen over verleden, heden en toekomst en de kunst. Barbara heeft veel gewerkt met materialen, die voor mensen waren versleten en afgedaan. Het is als het ware haar leven geworden om wat stuk ging weer heel te laten worden. Het wordt dan weliswaar niet wat het was, maar iets anders. Het wordt als het ware wat het zijn moet. De versleten, afgedankte en weggegooide materialen vertellen een verhaal en dat verhaal komt in het kunstwerk weer naar voren.

Omgekeerde volgorde
Barbara is gaan werken met zink. Eigenlijk gebeurde dat zomaar. Er werd een partij oud zink, dakgoten, aangeboden en die partij kwam in de tuin te liggen, waar weer en wind ook nog eens hun sporen achter lieten op het toch al aangetaste zink. Die indrukken vertellen, laten iets zien. Zo ontstond onder andere “Wij en zij”. het werk voor de kerk in Wapserveen. Voor Barbara een omgekeerde volgorde van werken, maar het materiaal vertelde een pinksterverhaal. Met hele lichte accentueringen werden de gezichten in het zink zichtbaar. Wat waren het vroeger? Indrukken van stilstaand regenwater? Bladeren, die de winter over in de goot lagen? Het werden gezichten. Het verhaal begint met de kinderen in een soort Niemandsland. Daar waar nog geen geschiedenis is, dus ook geen oorlog.

Open voor elkaar
Maar kijk nu eens naar die gezichten. Je ziet de argwaan tegenover de ander, maar ook de ontvankelijkheid. Ze kijken elkaar aan. Dat is al heel wat in onze wereld! Mensen, die elkaar aankijken, die hun gezicht niet wegdraaien, maar ontvankelijk willen zijn voor de andere mens. De groepen staan nog wel tegenover elkaar, maar ze vervloeien ook al. Zit daar het pinksterevangelie niet in? Stel je die mensen eens voor op de pinksterdag. Wat kenden ze elkaar? Wat hadden ze net van elkaar moeten verduren? Hoe bang waren ze in hun hart voor elkaar? Hadden ze niet net Goede Vrijdag meegemaakt? Goed, de opstanding daarna ook, maar wat hadden ze te verwachten van deze mensen om hen heen? Wat hadden ze te verwachten van elkaar? En toch … het wonder geschiedt, ze worden open voor elkaar. Werk van de Geest, Feest van de Geest.

Heel worden
Dat vertelt het zink, dat stukging. Een nieuw verhaal. Voor Barbara klinken deze woorden tegen de achtergrond van de ellende van een concentratiekamp in de tweede wereldoorlog. Stuk gaan om weer heel te worden, werk van de Geest. Voor Barbara komt dat uit in het werken met oud materiaal. Niets is afgedankt, maar alles kan weer heel worden, een nieuwe schepping. Wellicht is dat ook de reden, dat ik me bij dit echtpaar thuis weet. Niets wordt afgedankt of afgekeurd. Het materiaal verdient om zijn geschiedenis respect, hoeveel te meer de natuur en de mens. Zo is het een Feest van de Geest, dat er nieuwe mensen opkomen uit de oude geschiedenis. “Wij en zij”. Je ziet ze komen. Een nieuw geslacht komt aan het licht, omdat geen mens werd weggegooid, want als het stuk ging, ging het stuk om weer heel te worden.

We zitten samen op de grond van haar atelier en dan gaat de telefoon. Barbara’s kleinzoon is voor het eerst naar school geweest en die wil vertellen. Dat gaat voor, een nieuw geslacht. “Je komt er wel uit, hč?” Heerlijk, zo’n morgen!

Noordscheschut
P. van Dolderen

Overname van artikelen in zijn geheel of gedeeltelijk is toegestaan mits de bron wordt vermeld