Kop
 
orgaan voor de christelijke gereformeerde kerken 13-05-2005
Voorpagina
Actueel
Presto
Archief
Links

Mensen in Buitenland

Reageren
Word Abonnee

Donateurs bedankt!

Feest van de Geest in Havelte(2002) en Meppel (2004)

Feest van de Geest(FvdG) is een stimulerend project. De organisatoren zijn erin geslaagd zowel predikanten, kerkenraden, gemeenteleden als kunstenaars in beweging te krijgen om samen bijeen te komen en na beraad kunstenaars in de gelegenheid te stellen iets van hun werk te presenteren. En daarbij is dan ook specifiek voor dit project gemaakt werk.

Ik ben pedagoog/beeldhouwer en kom uit een hervormd/gereformeerd nest. Ook in de jaren vijftig/zestig stelden mijn ouders en wij als kinderen het op prijs als er iets bijzonders aan de hand was in het kerkelijk gebeuren. Dan kon er iets tot leven komen. Ik trouwde met een vrouw van Doopsgezinde afkomst; samen werden we lid van de Doopsgezinde Broederschap. We bleken niet zo vaardig in het lid zijn van een plaatselijke gemeente. Dat kwam o.a. door vele verhuizingen. Een gemeente is daar, waar je mensen treft en in Zijn/Haar naam iets voor elkaar betekent. Zo voel ik mij betrokken bij meerdere gemeenschappen.
Het project FvdG is zo’n regio-gemeenschap die sluimert en ontwaakt. Daar worden predikanten, kerkleden en kunstenaars uitgedaagd zich af te vragen wat Pinksteren/het pinksterevangelie voor hen betekent en hoe ze dat omzetten in beeldend werk, in een preek en in praktijk.

Knopje om
Als betrokkenen maakten we ver vooraf een reis langs de deelnemende kerken. Predikanten mochten hun kerk introduceren; kunstenaars mochten verhalen beluisteren maar tevens de ruimte op zich laten inwerken, aanwezige kunstuitingen in ogenschouw nemen en zich afvragen of zij in die kerk zouden kunnen vertoeven met hun persoon/werk. Een centrale werkgroep regelde de plaatsing.
Bij mij ging in 2002 in Havelte het knopje om. Voor een deel kwam dat vanwege bestaande contacten, het gegeven dat het een waardige Drentse kerk is in buitengebied. Maar ik raakte geboeid door de op dat moment gaande zijnde restauratie. Waar waren verwijderde balken gebleven? Iemand van de kerkenraad ging op zoek en meldde met wie ik contact kon opnemen. Toen bleek dat er nog één balk resteerde; die was nog niet vernietigd. Het ging om een meer dan vier meter lange muurplaat/balk met maten van 40 bij 40 cm. Zo’n balk is een bijzonder stuk eiken. Van waar zal het afkomstig zijn? En hoe oud? Mij werd verzekerd dat het om eeuwenoud hout moest gaan. En dan sta je in je werkplaats te hakken in misschien wel 5, 6 of 700 jaar oud hout. Als dat geen levenskracht bezit, wat dan wel? Natuurlijk moest ik dit hout schoon maken, ontdoen van insecten en beschadigingen. Een stam, die horizontaal vele eeuwen dienst had gedaan werd tot beeld verklaard, tot rijzende balk, tot gestalte, tot projectiel dat hemelwaarts gericht is, tot teken van kerkzijn, dat allerlei inscripties in zich draagt. Door stukken van de balk te zagen en die horizontaal aan te brengen en door de balk in te zagen kon voldoende reliëf en expressie worden aangebracht. In Havelte mocht ik samen met de schilderes Gerda van Sleen aan de ruimte vorm geven. Het specifiek voor dit project gemaakte beeld met als titel Feest van de Geest heeft een blijvende plek gevonden in het kerkgebouw

Er gebeurt iets
Bij de ronde langs de kerken in 2004 raakte ik geboeid door.een luikje in het plafond van de Oude kerk in Meppel. De koster verzekerde mij, dat die luikjes bereikbaar waren. Luikjes op een meter of 11 of 12 hoogte. De kerk kwam mij voor als een theater-kerk. Er valt boeiend licht in de ruimte. Ook al is deze kerk niet zo’n monumentale oude kerk als de naam aangeeft, ik beleefde een uitdaging om met dit gebouw en de ruimte aan de gang te gaan.
Evenals in Havelte bleek het contact met de predikant en een groepje vrijwilligers van onschatbare betekenis. Je staat er dan niet alleen voor en de anderen ook niet. Aanvankelijk zou ook weer een andere kunstenaar meedoen, maar zij moest door omstandigheden afhaken. Toen kwam de gehele ruimte toe aan mijn werk. De predikant brengt het Pinksterverhaal in vertalingen, gedichten, en commentaren; vrijwilligers vertellen hun beleving bij Pinksteren en als beeldhouwer vraag ik me dan af wat dat alles met mij gaat doen. Daarin heb ik een zeker vertrouwen ontwikkeld. Er gebeurt iets. Herinneringen, teksten, verhalen, de ruimte, symbolen, dat alles gaat betekenis krijgen en met mij een spel aan. Ik vertel over de luikjes en de predikant vertelt dat hij in de dienst het verhaal van Jacob en de ladder wil lezen en zo wordt beeldtaal ontwikkeld, die bruikbaar is voor mijn werk. Ik herinnerde mij een beeld van jaren geleden in vlierhout. Ik had mens op mens op mens geplaatst. De armen van de ene mens zijn de benen van de andere. Uit walnotenhout maakte ik een soortgelijk beeld. Dat beeld ging als kernbeeld werken. Intussen kwam ook de gedachte op aan een ladder richting luikjes. De vrijwilligers waren bereid daaraan te werken en één van hen naam touw mee van een reis naar Texel. In contact met staatsbosbeheer kon ik beschikken over een ongeveer twaalf meter langer pseudo acacia-robinia en die bewerken tot een interpretatie van een jacobsladder. Het vervoer van zo’n beeld over de weg roept op zich weer eigen beelden op. In deze kerk hebben we in zekere zin aan interieur- en betekenisvormgeving gedaan. Er waren niet alleen beelden; de kerk kreeg een ander aanzien.

Uit krom hout gemaakt
Een dan zijn er de dagen van Hemelvaart en Pinksteren. Een aantal dagen lang zijn vrijwilligers beschikbaar. Er is open kerk. Mensen komen en gaan. Velen bezoeken elkaars kerken. Er ontstaat FvdG-toerisme. Er zijn mensen die alle deelnemende kerken bezoeken. Daar gaat iets van uit. Er worden treffende woorden geschreven op notitievellen. Ik ga die notities na:
Sommigen geven aan, dat deze kerk niet de eenvoudigste is om kunst te plaatsen. Men spreekt waardering uit voor het gebruik van de ruimte in z’n totaliteit. Vanaf de galerij lijkt de kerk weer heel anders. En dan de combinatie van muziek en beeld en ruimte. Mensen voelen zich omhoog getrokken. In hun beleving daalt God neer. Je eigen geest wordt aangesproken. Kan de Eeuwige vanuit de stilte spreken? Engelen gaan op en af, naar de Eeuwige en van Hem uit weer naar ons. Er is contact. Anderen schrijven over hemelbestormers; geweldig dat hout zo vol van geest kan zijn, dat mensen aangeraakt worden en dat de schepping ook nu verandert.
Een feest ook voor mijn geest.We zijn uit krom hout gemaakt; we mogen rechtop gaan.

Tot zover die notities. De predikant schrijft als slot:
“De laatste dag ben ik hier met deze sprekende, veelzeggende beelden die toch niets vastleggen of gevangen zetten. Ik zal ze missen in de ruimte. Ik hoop dat de levende mensen de leegte zullen vullen door open te staan voor de Heilige Geest, de beeldhouwer van God, en elkaar zullen vasthouden en dragen bij het zoeken van God en in liefde naar elkaar zullen toebuigen- niet stijf of star, maar bewogen en in beweging”.

Ik ervaar het als blijkt van waardering, dat deze kerk kort na het project mij vraagt of één van de FvdG-beelden beschikbaar is voor een stilteruimte die ontwikkeld is in de Grote kerk in Meppel. We gaan aan de slag met een drietal beelden en één ervan wordt als het goede beeld ervaren. Ook in Meppel heeft het Feest van de Geest een langdurige plek in de kerken gevonden. Met dank aan beide kerkelijke gemeenten en de projectgroep schrijf ik dit verslag.

Uffelte
Jan Piet van den Berg

Overname van artikelen in zijn geheel of gedeeltelijk is toegestaan mits de bron wordt vermeld