|
|
De Gereformeerde Belijdenis
De Christelijke Gereformeerde Bezinningskring bezon zich op zaterdag 23 april in de CGK van Damwoude op onze geformeerde belijdenis. Ds. J.P.Boiten hield een referaat met de volgende inhoud.
Als kerken hebben wij ons verbonden aan de belijdenis. Maar heeft deze nog toekomst? Hoe leeft en functioneert de belijdenis onder ons? In 1 Tim.4 waarschuwt de apostel voor afval van het geloof en daarmee wordt aangegeven het grote belang om vast te houden aan de zuivere leer. De oproep daartoe kan worden gezien als een echo en een bazuin. Als een echo door te zien hoe onze vaderen dachten over Gods Woord en als een bazuin door de belijdenis ter harte te nemen en na te volgen.
Geloven en belijden We zijn een belijdende kerk, dat komt uit in prediking naar Gods Woord en het beleven in ons persoonlijk leven. De joden spraken dagelijks als belijdenis uit wat Deut.6:4 zegt: Hoor Israël, de HEERE onze God is een enig HEERE. Daarin geven zij aan wat het dienen van God voor hen betekent. Zo worden ook wij opgewekt om dagelijks met hartelijke instemming na te spreken wat de Heere heeft voorgezegd. Door Gods Geest komen we tot de erkenning dat Jezus Christus de Heere is, mijn Zaligmaker en Verlosser. Dragen we dit uit in handel en wandel? Indien niet, dan kunnen we de belijdenis niet vasthou-den. Het gaat om kennen en belijden, kennen door het geloof en belijden met de mond, zie Romeinen 10. De Heere Jezus zegt dat wie Hem zal belijden voor de mensen Hij hem ook zal belijden voor Zijn Vader.Wie Hem verloochent, hoort niet bij Hem. Christus heeft de goede belijdenis afge-legd voor Pilatus en dat betekende voor Hem het kruis. Echt belijden vloeit voort uit het ge-loof in Christus, dit is een persoonlijke zaak en moet weerklank vinden in onze harten.
Woord en belijdenis: Vanaf het begin van de apostolische verkondiging staat het werk van de drie-enige God cen-traal.Verkiezing door de Vader, verzoening door de Zoon en toebrenging door de Heilige Geest. Deze belijdenis is het onmiskenbare bewijs van het geloof. In de strijd tegen de dwaalleer zag men zich genoodzaakt in de belijdenis een samenvatting te geven van het ware geloof naar het Woord van God. Er is een duidelijke band tussen Woord en belijdenis, het gaat in de belijdenis erom wat Gods Woord ons heeft geopenbaard. De be-lofte van de Geest is, dat Hij ons leidt in al de waarheid. Belijdenisgeschriften zijn van levensbelang voor de kerk, ze spreekt erin uit wat ze als woor-den van God heeft ontvangen. De belijdenis is in de nood geboren, men moest bij de reforma-tie loskomen van allerlei dwalingen die opgang maakten. Het is een gelovig doordenken van de kernwaarheden van de Bijbel en in de strijd tegen dwalingen een machtig getuigenis als een echo dat Gods Woord in de belijdenis klinkt. De opstellers hebben de schatten van Gods Woord opgegraven en zo de waarheid van het Evangelie ons gegeven. Deze waarheid maakt echt vrij en vindt die al weerklank bij ons? De waarheid van verzoening door voldoening, van de rechtvaardiging van de goddeloze is het hart van de belijdenis. Onder invloed van de theoloog Karl Barth is er wel de gedachte geko-men dat de kerk zich moet bewegen in de weg van het belijden, de belijdenis wijst dan de richting aan en is niet direct betrokken op de waarheid. Het fundament wordt breder en dat is een afwijking van de reformatie; wat weer samenhangt met een andere visie op het Woord van God. In de nieuw gevormde PKN zijn al meerdere confessies aanvaard.
Belijden en beleven De nadere reformatie heeft de belijdenis volledig geaccepteerd. Maar zegt men, wat wordt beleden moet ook worden beleefd. Paulus wekt Timoteüs op zich te oefenen tot godzaligheid. Onze religie is niet maar een leerstuk, de bevinding hoort erbij. Raken we de schriftuurlijke bevinding kwijt dan vindt uitholling van binnenuit plaats. Is er bij ons nog tijd voor bijbelstu-die en gebed, zonderen we ons daar nog voor af? Kennen we de verborgen omgang met God en is Hij een levende Heere voor ons? Wanneer de kerk zich zo openbaart, zal onze belijdenis als een bazuin functioneren en leren we onderscheiden wat waarheid en dwaling is. Goed luisteren vraagt onderscheidingsvermo-gen om te blijven bij wat de Heere ons in Zijn Woord zegt. Verdieping daarin geeft uitzicht op Gods werk tot verzoening in Christus. Gods Woord als bazuin roept ons op te strijden voor het geloof en een loflied te zingen op Gods werk. Onze belijdenisgeschriften zijn formulieren van enigheid en van zuiverheid. Er gaan wel stemmen op om ze aan te passen en te vernieu-wen. Het zijn geschriften uit vorige tijden, zegt men en ze zouden de geloofsbeleving in deze tijd tegenstaan. Wanneer er iets in zou staan dat niet in overeenstemming is met Gods Woord, dan moeten we dit doen. Onze belijdenis is echter de echo van het Woord en zo de bazuin om dit Woord te verstaan.
Geen ander evangelie De roep om alleen maar de Bijbel te erkennen en geen belijdenisgeschriften daarbij, hangt vaak samen met kritiek op onderdelen van de belijdenis, bijvoorbeeld op de leer der verzoe-ning of van Gods verkiezing. Men beroept zich op het inwendige licht en het accent wordt verlegd van de vastheid van Gods beloften naar het geloof van de mens. Er is verzet tegen de prediking naar Schrift en belijdenis. Een geestelijk ontwaken is nodig, de belijdenis hoeft niet te worden aangepast maar we moeten haar weer gaan verstaan. Wanneer we het gereformeer-de karakter van onze kerken willen bewaren, dan zullen we moeten blijven bij deze belijdenis. De opstellers hebben hun leven ervoor over gehad en ze vonden het een eer om voor Gods zaak te mogen lijden. Een van de opstellers van de catechismus, Olevianus, beleed het op zijn sterfbed er volkomen zeker van te zijn dat deze belijdenis de waarheid was en dat hij daarop kon sterven. Het is een geweldige boodschap voor oud en jong dat Gods Woord en de belijdenis levende zaken zijn, een grote schat in leven en sterven. Onze belijdenis heeft de eeuwen doorstaan en is daarom mee een bewijs dat ze volkomen ge-grond is op Gods Woord. Laten we ons niet schamen te belijden wie Christus voor ons is. Dit belijden draagt vrucht en is tot eer van God en heil voor de kerk. Onze apostelen spraken vrijmoedig over de enige Naam onder de hemel gegeven waardoor we moeten zalig worden. Dit getuigenis wijst ons de heerlijke toekomst, een toekomst die we naar de belijdenis verwachten met groot verlangen.
Damwoude W. Lodewijk
|
|