|
|
Nieuw bijbels woordenboek
Wie niet kan Kitteln moet maar Poppen. Dat was een grapje onder de studenten toen ik in Apeldoorn theologie studeerde. Kittel was de eindredacteur van een woordenboek bij het NT in het Duits van tien dikke tot zeer dikke delen. Over vrijwel elk woord in het NT wordt uitleg gegeven, over bekende woorden een zeer uitvoerige. Wie geen Duits kon lezen of voor wie de informatie te overweldigend was, kon gebruik maken van het boek van ds. F.J. Pop: Bijbelse woorden en hun geheim. Daarin werden 110 woorden besproken, ook met een verschillende lengte, afhankelijk van het belang van het woord.
De uitgever besloot om dit boek niet te herzien en opnieuw uit te geven. Er werd een redactie gevormd om een nieuw bijbels woordenboek in het Nederlands te schrijven. Dat is nu klaar, zodat het grapje moet worden aangepast. Wie niet kan Kitteln moet maar Pasen of Peelsen, om me even te beperken tot de redacteuren uit de CGK. U kunt uiteraard ook de naam van één van de andere redacteuren gebruiken. Aan dit prachtig uitgegeven boek van 800 bladzijden hebben 39 auteurs meegewerkt uit zowel gereformeerde als evangelische kring. Bij alle verschil van theologisch inzicht hebben ze alle hetzelfde uitgangspunt: de bijbel is het gezaghebbende en betrouwbare Woord van God. Zij bespreken 192 woorden. Deze bespreking levert een schat aan informatie over deze woorden op. Bovendien geeft be-studering van dit woordenboek zicht op de bijbelse hoofdlijnen. Het is een prachtig nieuw hulpmiddel, zowel voor ambtsdragers als voor andere leidinggevenden. Dit boek is trouwens zo geschreven dat elke geïnteresseerde bijbellezer het goed volgen kan. De opzet van elk artikel is als volgt. Eerst wordt aangegeven wat de plaats van het besproken woord in de hedendaagse geloofstaal en cultuurtaal is, afwijkend van de bijbeltaal of met (ge-deeltelijke) aansluiting. Vervolgens wordt kort verteld wat de bijbelse grondwoorden zijn. Daarna wordt uit de doeken gedaan hoe het woord in OT en NT wordt gebruikt. Elk artikel wordt afgesloten met de weergave van de kern en verwijzing naar verwante of aanvullende woorden die ook in dit boek worden besproken. Naast andere vertalingen is in dit woordenboek met name de NBG-vertaling 1951 gebruikt. De NBV kon nog geen dienst doen, omdat dit boek grotendeels tot stand is gekomen voordat de NBV verscheen. Wel zijn aan het slot twee conversietabellen opgenomen, van NBG-51 naar NBV en omgekeerd. Dat is een goed hulpmiddel bij het gebruik van dit woordenboek. Dat geldt ook voor het register, waarin alle besproken woorden te vinden zijn. Het boek sluit af met de personalia van de auteurs. Het mag duidelijk zijn dat ik blij ben met dit boek. Dat wil niet zeggen dat ik geen kritiek heb. Daarbij zal ik me beperken tot de wijze waarop enkele specifieke teksten en gedeelten bij de behandeling van een woord aan de orde komen. In het artikel over de wederkomst wordt gesteld dat uit 1 Tessalonicenzen 4:15 blijkt dat Pau-lus in de verwachting leefde dat hij de komst des Heren zelf zou meemaken. Andere gegevens uit dezelfde brief spreken deze gangbare uitleg echter tegen. Dat geldt ook voor de interpreta-tie dat in de gemeente van Tessalonica de vraag opkwam of zij die voor Christus’ komst wa-ren gestorven niet verloren waren. En voor de uitleg dat Paulus in 2 Tessalonicenzen de mis-vatting bestrijdt dat de komst des Heren al bezig was om zich te voltrekken. In het artikel over het woord zwijgen gaat prof. Peels in op de zogenaamde zwijgtekst uit 1 Korinte 14 voor vrouwen in de gemeente. Terecht zegt hij dat het niet gaat om een absoluut zwijggebod. Volgens hem wordt de vrouw verboden om leidinggevend en gezagvol onder-richt te geven in de gemeente. Door de beknoptheid die in acht moest worden genomen, kon hij niet ingaan op andere exegeses. Dat roept de vraag op of in zo’n algemeen artikel zo’n specifiek onderwerp wel aan de orde moet komen. Dat spreekt te meer omdat Peels aangeeft dat in 1 Kor.14 er ook niet in tongen mag worden gesproken als er geen uitlegger is. En profe-ten moeten zwijgen als iemand op dat moment een openbaring ontvangt. Deze vormen van spreken en zwijgen stipt hij slechts aan, terwijl een reformatorisch christen als ik nu juist be-nieuwd zou zijn hoe wij in onze samenkomsten moeten omgaan met de nieuwtestamentische gegevens over spreken in tongen en profetie. Deze voorbeelden maken duidelijk dat dit woordenboek niet het (goede) antwoord op alle vragen geeft. Daarom moet bij bijbelstudie niet alleen dit boek worden gebruikt. Maar ik hoop wel dat dit boek vele gebruikers krijgt, want naast andere boeken geeft het wel een schat aan bijbels betrouwbare en heldere informatie. Broeksterwoude D. Visser
Dr. A. Noordegraaf, dr. G. Kwakkel, dr. S. Paas, dr. H.G.L. Peels, dr. A.W. Zwiep (red.), Woordenboek voor bijbellezers, uitgave Boekencentrum, Zoetermeer, ISBN 90 239 1204 7, prijs € 55,00
|
|