Kop
 
orgaan voor de christelijke gereformeerde kerken 13-05-2005
Voorpagina
Actueel
Presto
Archief
Links

Mensen in Buitenland

Reageren
Word Abonnee

Donateurs bedankt!

Commentaar: Depressiviteit

13 april hield de commissie Ambt en Dienst van de classis Zwolle een toerustingavond voor ambtsdragers en gemeenteleden, waarop het thema ‘Psychische problemen en depressiviteit’ aan de orde werd gesteld. Dergelijke avonden werden de laatste jaren maar matig bezocht. Dit keer was de belangstelling in tegenstelling tot andere toerustigingavonden opvallend groot. Maar wat nog meer opviel was de intense betrokkenheid bij dit thema. Depressiviteit is blijkbaar geen zeldzaam verschijnsel binnen de christelijke gemeente. Verschillenden bleken er direct of indirect mee te maken te hebben.
Een belangrijke vraag was hoe je met depressieve broeders en zusters moet omgaan. Moeten we de zorg aan hen overlaten aan professionals? In veel gevallen zullen we niet om hen heen kunnen. Deskundige hulp bij ziekten – en depressiviteit is een ernstige ziekte – is vaak onontbeerlijk. Maar belangrijker is de aandacht en de zorg die binnen de gemeente aan zulke broeders en zusters (het kunnen trouwens ook jongens en meisjes zijn) wordt gegeven. En dan denk ik niet alleen pastorale hulp door ambtsdragers, voor wie ongetwijfeld hier ook een belangrijke taak ligt, maar ook aan ons allen als gemeenteleden. Elk schaap van de kudde van de Heere Jezus is gelijk ook herder, zei iemand eens. En dat is waar. Hebben we in een individualistische maatschappij, die ook ons als gemeenteleden niet onberoerd laat, nog oog en hart voor elkaar?
Van groot belang is de kijk die we op iemand hebben die aan depressiviteit lijdt. Depressiviteit heeft een buitengewone impact op iemands gevoelsleven. Men voelt vaak geen liefde meer voor man, vrouw, kinderen of ouders. Dat geldt trouwens ook zijn en haar geloofsleven. Als we dat niet beseffen, zullen we al gauw met heel verkeerde adviezen komen. We zijn geneigd om zo iemand gebrek aan geloofsvertrouwen toe te dichten en daarom aan te sporen om meer vertrouwen te stellen op God en Zijn beloften. Met een averechts resultaat. Want dat is nu juist het probleem van een depressieve patiënt, dat hij of zij dat wel graag zou willen, maar het gewoon niet kan. Je kunt tegen een blinde zeggen: Geniet eens wat meer van de kleurrijke bloemen, of tegen een dove: Luister nou eens goed naar die prachtige muziek, maar de handicap van een blinde is precies dat hij niet kan zien en van een dove dat hij niet kan horen. Iemand, die depressief is zal zich bij alle welgemeente raadgevingen meer en meer schuldig gaan voelen, omdat hij zijn onvermogen zal wijten aan zichzelf. Hij zal zich een mislukkeling voelen en denken dat hij voor God een mensen een waardeloos mens is. We zullen in onze pastorale omgang met depressieve broeders en zusters hier serieus rekening mee moeten houden.
Dat geldt ook de neiging tot zelfdoding. Juist vanwege de negatieve kijk op zichzelf menen veel depressieve patiënten hun omgeving een grote dienst te bewijzen door er zelf niet meer te zijn. Jaren geleden las ik het boek ‘Ver heen’ van de inmiddels overleden dr. P.C. Kuiper, hoogleraar in de psychiatrie. Op latere leeftijd ging hij zelf ook door het diepe, duistere dal van depressiviteit heen. Hij heeft zijn ervaringen aan het papier toevertrouwd en het is nog altijd de moeite waard om van zijn verslag kennis te nemen. Hij had ook momenten dat hij meende een einde aan zijn leven te moeten maken.
Hoe moeten we met zulke mensen omgaan? Voor alles: meeleven, luisteren, geloven wat zo’n broeder en zuster zegt. Niet te pas of te onpas met bijbelteksten gooien. Discussies helpen ook niet. Wel laten merken dat Gods hart en Christus armen voor zo iemand altijd openstaan. En: vergeet het gebed niet om de Pinkstergeest, Die kan komen waar wij niet kunnen komen.

Heerde
G.v.d.Groep

Overname van artikelen in zijn geheel of gedeeltelijk is toegestaan mits de bron wordt vermeld