|
|
Verlangen naar het goede
´Als u een huis bouwt, moet u het dak voorzien van een balustrade; anders bent u aansprakelijk wanneer iemand eraf valt´. Dit gebod uit Deuteronomium is een voorbeeld van de manier waarop God in het oude Israël het leven van mensen beschermt. Daarachter staat de waarde van het menselijk leven. Ook wij hechten in onze tijd daaraan grote waarde. Daarom moet bijvoorbeeld een werkgever de waarde van het leven van zijn werknemers hoger achten dan de economische waarde van het maken van winst. God vraagt van ons geen letterlijke gehoorzaamheid aan dit gebod, wel dat wij menselijk leven beschermen.
Patrick Nullens (1964), hoogleraar in Leuven en Wenen, heeft een vlot leesbaar boek geschreven over christelijke ethiek. Daarin noemt hij ook het bovenstaande voorbeeld van omgaan met geboden uit het Oude Testament. Telkens verduidelijkt hij zijn betoog met (actuele) voorbeelden. Zijn boek wil studenten, predikanten en pastores helpen in hun bezinning op christelijke moraal en ook anderen achtergrond geven bij het nemen van moeilijke morele beslissingen. Het zal met name ´bijbelgetrouwe´ gelovigen aanspreken en vooral hen die staan in een evangelische traditie. Nullens beschrijft in zijn boek enkele bouwstenen die nodig zijn voor een christelijke bezinning op moraal. Anders dan de omslag doet vermoeden biedt Nullens drie bouwstenen. Wel zijn deze enorm belangrijk. Ze vormen het fundament van christelijke ethiek. De eerste bouwsteen is de belijdenis van de drie-enige God. God is de enig betrouwbare basis voor onze moraal. Onze laatste oriëntatie daarin gaat uit boven deze wereld en menselijke ervaringen. Daarom spreekt Nullens over een ´transcendente basis´. Deze basis is niet eenzijdig de belijdenis van God de Vader, de Zoon of de heilige Geest, maar de belijdenis van de drie-enige God. Daarmee raakt Nullens een belangrijk punt. Wel roept zijn (relationele) omschrijving van de drie-eenheid vragen op. Ook werkt de stelling dat alle christelijke ethiek sociale ethiek is, verwarrend. Dat geldt trouwens ook voor de uitspraak dat christelijke ethiek altijd gemeente-ethiek is.
Kennis van mens en moraal De tweede bouwsteen raakt het menszijn. Elke ethiek bezint zich op wat de waardigheid en het geluk van mensen dient. Christelijke ethiek stelt dat een mens pas tot zijn recht komt wanneer zijn relatie tot God goed is. We kunnen de mens alleen verstaan in zijn relatie tot zijn Schepper. Deze relatie bepaalt ook zijn relatie tot zijn medemens en de natuur. Christelijke ethiek moet daarom goed zicht hebben op wat het menszijn dient in de relaties waarin hij staat. Nullens laat zien dat in Jezus deze drie relaties perfect tot uiting komen. Wat goed is voor mensen, kunnen wij met name in Jezus zien. Daarnaast moet christelijke ethiek goed zicht hebben op wat het (morele) bewustzijn van de mens en dus ook zijn geweten dient. De derde bouwsteen voor christelijke ethiek is het kennen van wat de waardigheid en het geluk van mensen dient. Het kennen van het goede vindt in deze ethiek allereerst plaats door de Bijbel waarin wij geboden van God lezen. Nullens maakt onderscheid tussen (kern)geboden die altijd en overal gelden (normen, waar ook de Tien Geboden toe behoren) en (concrete) geboden voor een specifieke situatie. Geboden vormen echter het topje van een ijsberg. Onder die geboden ligt een grote hoeveelheid waarden. Deze waarden mogen wij vertalen in aanwijzingen voor moraal. Over de wijze waarop wij dat mogen doen, leert de Bijbel ons. Veel bijbelse geboden zijn voor ons een voorbeeld voor de wijze waarop wij regels mogen afleiden uit fundamentele waarden. Hulpmiddelen in dat proces van het formuleren van regels naar aanleiding van basisgeboden, fundamentele waarden en het wereldbeeld dat daaraan ten grondslag ligt, zijn de rede (je moet je verstand gebruiken), de ervaring (je eigen ervaring en de ervaring van de gemeenschap waarin je staat) en de traditie (van onder meer kerk en samenleving). Altijd moeten wij (oudtestamentische) geboden lezen en uitleggen in het licht van de waarden van het koninkrijk van God.
Brede oriëntatie Het grootste deel van Verlangen naar het goede handelt over algemene vragen. Het eerste hoofdstuk gaat over de begrippen ´moraal´ en ´ethiek´, en het tweede over de uitdaging van de morele crisis waarin wij verkeren. Daarna stelt de auteur de wijze aan de orde waarop wij moreel argumenteren: hoe komt een moreel oordeel tot stand? Welke rol speelt de wereldbeschouwing daarin? Vervolgens komen in vier omvangrijke hoofdstukken vier belangrijke vormen van morele bezinning aan de orde: gevolgenethiek, principe-ethiek, karakterethiek en waarde-ethiek. Pas ruim over de helft van het boek (vanaf bladzijde 179) worden ons enkele bouwstenen van christelijke ethiek aangereikt. Toch had Nullens een beschrijving van deze vormen van morele bezinning nodig omdat deze terugkomen in zijn eigen model: ´een veelkleurige bijbelse ethiek´. Een christelijke ethiek is bij Nullens een ethiek in viervoud: gebodsethiek, waarde-ethiek, doelethiek en karakter- of deugdethiek. Wie zich een moreel oordeel vormt, moet met deze vier vormen van bezinning rekening houden. Daarin zit een kern van waarheid. Zeker hebben wij voor onze moraal geboden nodig, hangen wij waarden aan, streven wij naar een doel en mogen wij leven uit een eigen identiteit. Hoewel het model van Nullens goede elementen bevat, vraag ik mij af of wij op deze manier het eigene van christelijke ethiek moeten omschrijven. Overigens lijkt mij dat de gedachte dat Jezus een ´revolutie´ heeft gebracht in waarden, niet juist (nog afgezien van het feit dat ´waarde´ een begrip is dat afkomstig uit de moderne tijd). Nullens heeft met name de evangelische traditie een belangrijke dienst bewezen. Bijzonder is ook de aandacht die hij vraagt voor het werk van John Wesley. Dit boek zal velen helpen in de bezinning op moraal. Toch heb ik ook kritiek. Nullens heeft een ´handboek´ willen schrijven bedoeld voor onder meer studenten aan hogescholen en universiteiten. Een handboek zal het niet kunnen zijn. Het gaat helaas totaal voorbij aan belangrijke auteurs uit met name het Duitse taalgebied. Dan kun je echt niet van een handboek voor een universiteit spreken. Er komen ook nogal wat fouten in voor. Éthos en èthos worden op bladzijde 18 wel heel consequent door elkaar gehaald. Bovendien zijn begrippen niet altijd duidelijk te onderscheiden. Christelijke ethiek, theologische ethiek en bijbelse ethiek worden gewoon door elkaar gebruikt. Jammer genoeg ontbreken registers van namen, zaken en teksten. Dat vermindert de bruikbaarheid van het boek. Toch heb ik het met genoegen gelezen. Het zal zeker velen die verlangen naar het goede, een goede dienst bewijzen.
Veenwouden D. J. Steensma
Patrick Nullens. Verlangen naar het goede. Bouwstenen voor een christelijke ethiek. Boekencentrum. Zoetermeer 2006. De prijs is € 26,50. 317 blz.
|
|