|
|
Hemel en hel in de prediking
‘Hemel en hel in de prediking.’ Daarover sprak ds. A.C.Uitslag uit Kerkwerve op 22 september voor de christelijke gereformeerde bezinningskring binnen de classis Leeuwarden in de CGK van Damwoude. Hier volgt een impressie. Een ouderling zei eens tegen ds. Uitslag dat de prediking tegenwoordig steeds meer op een sprookje gaat lijken. Zij heeft altijd een happy-end. Over oordeelsteksten wordt niet meer gepreekt of er wordt een zodanige draai aan gegeven, dat uiteindelijk niemand verontrust hoeft te zijn. Dat was voor ds. Uitslag reden om onderzoek te doen of en hoe er op dit punt sprake is van verandering in de prediking in de CGK en in andere kerken. De prediking Preken is uitleg en toepassing van Gods Woord. In Gods opdracht moet het Woord onder alle volken gebracht worden tot redding en bekering. De verkondiging is het belangrijkste middel daarvoor. De predikant moet Gods Woord bestuderen om goed te kunnen uitleggen. De preek moet niet verworden tot een stichtelijk praatje. De volle raad van God moet worden verkondigd. Christus moet centraal staan. De oproep moet klinken om te vluchten tot Hem. Ook moet worden verkondigd hoe een mens tot Christus komt. Daarbij dient gelet te worden op de variatie in de gemeente, niet iedereen is even ver gevorderd. Aandacht voor geestelijke gesteldheden is nodig om hypocrieten te ontmaskeren en op te roepen tot rechte kennis. Onze belijdenis geeft hierbij goede leiding. De prediker dient de werkelijkheid in de gemeente niet uit het oog te verliezen. Van groot belang is de Abrahamsrelatie. God richt met ons zijn verbond op waarin belofte, eis en dreiging van het verbond worden verkondigd. In het verbond gaat het om zijn in Christus. Alleen in Hem is er genade en verlossing van onze schuld. De geestelijke leiding in de prediking dient doelbewust te zijn. De mens moet worden aangesproken. Dan worden we er persoonlijk bij betrokken, het gaat om mijn schuld en mijn verlossing! De plaats van hemel en hel Op welke wijze moeten hemel en hel in de prediking aan de orde komen? God velt een beslissend oordeel over elk mensenleven, hetzij eeuwig wel of eeuwig wee. In het OT lezen we van de val van de mens en het oordeel daarover van God. Als aanvankelijke straf op de zonde is er in de wereld moeite, verdriet en dood. De zondvloed komt waarin alleen Noach en de zijnen gered worden, maar niet voordat de Heere ernstig gewaarschuwd heeft. De profeten roepen voortdurend op tot bekering, de deur van Gods genade staat nog open, maar het is vijf voor twaalf. Helaas wordt deze boodschap door velen met ongeloof en spot beantwoord. Het volk wil alleen zachte dingen horen (Jes. 30:10). Wanneer de dag des Heeren aan de orde komt, meent Israël dat dit voor hen een dag van vreugde zal zijn en automatisch heil zal betekenen. De zonde baart echter de dood. In bloemrijke beelden wordt gewaarschuwd voor het onblusbare vuur en het eeuwigdurende karakter van Gods oordeel. In het NT heeft in de prediking van Jezus Gods oordeel een duidelijke plaats. Christus oproep tot bekering staat onder hoogspanning. Als deze oproep niet wordt overgenomen dan wacht het eeuwige oordeel (Markus 9:47). Christus spreekt over de hel, een plaats waar de goddelozen terecht komen na het eindgericht. De buitenste duisternis is het beeld van het door God verlaten zijn. Dit brengt groot verdriet en bittere gewetenswroeging met zich mee. Jezus’ prediking is vol bewogenheid, zie Lukas 19:41-44, waar Jezus weent over de ondergang van mensen. Hij is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is ( Matth. 18:11). Motieven voor oordeel in de prediking a. De Bijbel spreekt over Gods gericht en daarom dient de prediking aandacht aan het oordeel te geven. b. Prediking is bediening van de sleutelmacht, er vallen eeuwigheidsbeslissingen. De prediker moet zich vrij maken van het bloed van de hoorders en daarom mag er niet gezwegen worden over Gods gericht. c. In de prediking moet een oproep plaats vinden tot zelfbeproeving. De hoorder moet zich toetsen of hij de Rechter wel kan ontmoeten.
De prediking van het oordeel dient te geschieden met alle ernst, maar ook in bewogenheid met de mensen. Gericht op de bekering van de hoorder en tot vertroosting van de gelovige. Onderzoek preken Een belangrijke oorzaak dat het oordeel uit de preek verdwijnt, is het feit dat niet meer gesproken wordt over de zondeval en de gevolgen daarvoor voor de mensheid. Onduidelijk wordt dat ook een verbondskind onder Gods toorn ligt. Soms lijkt het wel dat het heil automatisch met de doop wordt meegegeven. De woorden en begrippen waarmee de Bijbel het oordeel onder woorden brengt worden te weinig uitgelegd. Veel predikers schieten tekort om de ongelovige hoorder duidelijk te maken wat er met hen zal gebeuren als God zijn oordeel voltrekt. In een samenleving waarin wordt gespot met de realiteit van de hel moet duidelijk worden dat het beslissende oordeel definitieve scheiding met God teweeg brengt. Dat geeft de ernst van het oordeel aan. Verder is er te weinig aansporing in tot een levende verwachting van Christus’ wederkomst. Waar deze verflauwt, zal niet alleen het verlangen naar levensheiliging, maar ook het verlangen naar Gods oordeel afnemen. In de geanalyseerde preken komt verder te weinig uit dat God als Rechter in actie komt om de schending van zijn recht te wreken en een einde te maken aan de verdrukking van zijn gelovigen. Veranderde opvattingen Wie preken uit verschillende perioden leest, komt tot de ontdekking dat opvattingen veranderen. Zo is er een andere opvatting over de dood. De verbinding tussen sterfdag en het beslissende oordeel wordt steeds minder vaak gelegd. De diepe ernst van het sterven raakt onderbelicht en dit heeft gevolgen voor de prediking. Het appél tot geloof en bekering klinkt in oudere preken vaker dan in jongere. Wanneer de prediker, ten gevolge van zijn gemeentebeschouwing, zwijgt over de Adamspositie van de mens leidt dit ertoe dat een indringende appél tot geloof en de noodzakelijkheid van het verlossingswerk van Christus zwakker wordt. Er is in jongere preken ook minder aandacht voor het oordeel dan in oudere. Dikwijls wordt het oordeelselement alleen genoemd zonder dit uit te werken. Zo krijgt het oordeel niet alleen een vriendelijker gezicht, maar verdwijnt ook langzaam uit beeld. En dit gebeurt in een samenleving waarin de blik steeds meer gericht wordt op het leven hier en nu. In een cultuur van welvaart en vrede valt de kerk gemakkelijk in slaap en beseft de ernst van het naderend gericht niet meer. Waarheen zijn we op weg, hemel of hel? Het is nog het heden der genade en de oproep klinkt nog: LAAT U MET GOD VERZOENEN.
Dokkum H. Hakvoort
|
|