Tijdens het afgelopen seizoen werd weer een Vormingscursus gehouden in o.a. Drachten. Eén van de docenten was dr. M.J. Kater uit Kampen. In 2 artikelen geeft hij een samenvatting van zijn lezingen over onderstaand onderwerp.

Het geloof met redenen bewijzen? (1)

‘Je bent een christen óf je denkt na’! Dat klinkt niet aardig. Het is ook een onjuist dilemma. Toch doen we er goed aan ons eens af te vragen of we er zelf aanleiding toe geven. ‘Geloof jij echt dat er een man over het water liep!?’ Geven we dan alleen maar als antwoord: ‘Ja, ja, dat is nou juist wat geloven is’? Er dient meer gezegd te worden.

In de achterliggende weken is op de Vormingscursus van onze kerken ook het thema ‘Het geloof met redenen verdedigen?’ aan de orde gekomen. Het vraagteken is inmiddels hoop ik voor de cursisten geen vraagteken meer. Het kan, het mag en het moet. Het moet, omdat we geroepen zijn om God ook te dienen met ons verstand. Het mag, omdat de Bijbel ons er zelf in voorgaat. Denk alleen maar aan de logische redenering die Paulus in 1 Korinthiërs 15 gebruikt om mensen te overtuigen van de samenhang tussen de lichamelijke opstanding uit de doden van Christus en van de gelovigen. Het kan, omdat er redenen te over zijn om te geloven. We hebben een ‘redelijke godsdienst’ (Rom. 12:1) en de Bijbelse boodschap mag dan boven ons denken uitgaan (gelukkig wel!), maar is niet onredelijk.

God bewijzen?

Nu gaat het bij redenen om te geloven niet om bewijzen waarvoor iedereen buigt. Dat is een illusie en zou zelfs hoogmoedig zijn. Waarom hoogmoedig? Omdat ‘wij’ dan wel eens eventjes uit de doeken zullen doen hoe het allemaal in elkaar steekt, en zo geen recht doen aan Gods grootheid en het feit dat niet een schepsel eens gaat vertellen wie God is, maar juist de Schepper ons vertelt wie Hij is en wij zijn. Wanneer iemand zegt: ‘Bewijs maar eens dat God bestaat’, mag dat ook best het eerste antwoord zijn: ‘Dat doe ik niet en dat wil ik niet’. Waarom niet? Je bewijst iets wanneer het vermoeden bestaat dat iets waar is wat nog onbekend was – niet als het al zeker is – en dat doe je dan met behulp van bekende dingen. Als wij Gods bestaan zouden willen gaan bewijzen, gaan we als het ware boven God staan – de ‘onbekende’ – en vervolgens met wat wij zeker weten Zijn bestaan onderbouwen. Bovendien zijn ‘bewijzen’ betrekkelijk: ze zijn nooit voor iedereen overtuigend en je kunt nooit verder komen dan ‘naar alle waarschijnlijkheid’. Maar dat is dan ook wel het nut van argumenten en redenen: je kunt iemand op weg helpen van ‘A naar Beter’!

Bewijzen in soorten

Er zijn bewijzen in soorten. Dat alleen is al nuttig om ter sprake te brengen. Het blijkt dat heel vaak ‘bewijzen’ alleen opgevat worden als natuurkundige, wiskundige bewijzen die met de wetten van de logica volgens ijzeren regels vastgesteld worden. Maar een rechter zal zo nooit de schuld van een aangeklaagde bewijzen. Dan is er de bewijskracht van oog- en oorgetuigen. En dan hebben we meteen een belangrijk gegeven waarom voor het christelijk geloof geldt: ‘het is zo gek nog niet’. Van de mooiste dingen in ons leven zijn we zekerder dan we door middel van bewijzen ooit zouden kunnen zijn. En dan gaat het om persoonlijke relaties. Die hebben een eigen ‘logica’. Ik laat daarover even C.S. Lewis aan het woord in zijn ‘Koppige overtuiging’:

‘Want wij menen (ook al moet het op grond van uw vooronderstellingen heten dat wij misleid zijn) dat we een soort kennis-door-ontmoeting hebben van de Persoon in wie wij geloven, hoe onvolkomen en haperend ook. Wij hebben vertrouwen, niet omdat er “een God” bestaat, maar omdat deze God bestaat (...). Wij menen al te zien waarom – als onze oorspronkelijke overtuiging juist is – dit vertrouwen voorbij het bewijs en schijnbaar zelfs tegen veel bewijzen in van ons verlangd moet worden (...). Wij geloven dat het Zijn bedoeling is een bepaalde persoonlijke relatie te scheppen tussen Hem en ons, en die relatie is wel geheel eigensoortig, maar is te omschrijven in termen van kinderliefde of erotische liefde. Volkomen vertrouwen is een bestanddeel in die relatie – een vertrouwen dat geen ruimte voor groei zou hebben, tenzij er ook ruimte voor twijfel is.

Liefde omvat een vertrouwen in de geliefde dat het bewijs te boven gaat, dat zelfs tegen veel bewijs ingaat. Een vriend is niet iemand die pas in je goede bedoelingen gelooft als ze bewezen zijn. En een vriend is niet iemand die vlot de bewijzen van het tegendeel aanvaardt.’

In dit opzicht is het een rake opmerking: ‘Geloof jij echt dat God bestaat?’’Ja, ik heb Hem vanmorgen nog gesproken’.

‘Ik kan niet’ en ‘Ik wil niet’

Een ander aspect van je geloof met redenen verdedigen is het wegnemen van misverstanden en belemmeringen. Daarvoor heb je inzicht nodig in de redenen om niet te geloven. je zou dat kunnen indelen als ‘ik wil niet geloven’ en ‘ik kan niet geloven’.

Als het om niet kunnen gaat, kun je denken aan de belemmeringen van het verstand (‘ik kan alleen geloven wat bewezen is’), het gevoel (‘ik kan niet geloven in een God die mijn zoontje kanker gaf’) en het hart (‘ik weet niet hoe ik het moet doen!’).

Wanneer het gaat over niet willen geloven, kan de volgende indeling gemaakt worden: ‘ik wil mijn vrijheid niet opgeven’, ‘ik wil mijn ongelijk niet erkennen’ en ‘ik wil deze godsdienst niet, omdat juist een zogenaamde christen mijn leven verwoest heeft’. Ieder die eerlijk met zichzelf omgaat, herkent de eerste twee redenen wel. Het is ook goed om je gesprekpartner dat te laten weten. Maar dan ook dat er niets heerlijkers is dan die zogenaamde vrijheid (immers: slaaf van de zonde en de duivel!) op te geven en de echte vrijheid (God gehoorzamen uit liefde) te ontvangen.

Waarheid

‘Fijn voor jou, dat het jou aanspreekt, maar mij zegt het niks’. Deze houding kom je vaak tegen. Op zich is het een onschuldige uitspraak wanneer het gaat om je hobby, maar niet wanneer ‘waarheid’ in het geding is. Wat waar is, geldt iedereen. ‘Vrees God, en houdt Zijn geboden, want dat betaamt alle mensen’, zo eindigt het boek Prediker. Uiteindelijk is er maar één Waarheid: ‘Ik ben de Waarheid, de Weg en het Leven’ (Joh. 14:6).

(wordt vervolgd)

 

Kampen
M.J. Kater

 

Dr. M.J. Kater is predikant te Sint Jans Klooster en universitair docent dogmatiek en symboliek aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn