Hoewel Luther samen met zijn vrouw nogal eens wordt getekend als het eerste protestantse predikantsechtpaar, was Luther in strikte zin geen predikant. Hij was hoogleraar aan de universiteit van Wittenberg. Daarnaast preekte hij wel, zowel op zondag als op doordeweekse dagen. Ook tijdens zijn vele reizen beklom hij regelmatig de preekstoel. Feitelijk heeft hij zijn hele leven op de preekstoel gestaan. Ook de prediking had in de zestiende eeuw dringend reformatie nodig. 

 

De schilder Lucas Cranach heeft Luther weergegeven op een altaarschildering in de Stadtkirche in Wittenberg. Je ziet Luther op de kansel staan, wijzend naar Christus aan het kruis. Cranach (1472-1553) had Luthers prediking goed begrepen. 'Wij moeten niets anders prediken dan de Christus.' Van Luther zijn ongeveer tweeduizend preken bewaard gebleven. Omdat hij zijn preken niet uitschreef, werden ze uit zijn mond opgetekend door stenograaf Georg Rörer (1492-1557). Luther zelf schreef wel postillen: preken die bedoeld waren als homiletisch hulpmiddel voor predikanten of om voor te lezen in huisgemeenten. Veel van Luthers preken werden in boekvorm uitgegeven, soms zonder zijn medeweten. Ze vonden gretig aftrek.

 

Eenvoudig

Luther hield zijn eerste preken voor een klein gezelschap: in de kapel van het Augustijner klooster waar hij woonde, en omdat zijn biechtvader Johannes von Staupitz hem daartoe aanspoorde. Na drie jaar oefening mocht hij twee keer per week preken in de Stadtkirche. In latere jaren verving hij daar nogal eens de plaatselijke predikant, zijn vriend Johannes Bugenhagen (1485-1558). Blijkbaar gebeurde dat vaak, getuige Luthers ietwat wrevelige opmerking: 'Ik ben hier de grote gatenvuller.'

Luther voerde in zijn preekarbeid een grote verandering door. De ontwikkeling die hij in zijn theologie doormaakte vond zijn directe weerslag in wat hij op de preekstoel bracht. Dat geldt zowel voor de vorm als de inhoud. Luther brak radicaal met de zogenaamde scholastieke preekmethode: de geleerde preek met de vele onderscheidingen en de fraaie retoriek, vaak opgebouwd rond een bepaald thema, dat niet direct aan de Bijbel ontleend hoefde te zijn. Luther concentreerde zich op de Bijbeltekst en volgde die eenvoudigweg op de voet. Dat was voor hem de consequentie van het reformatorische <<cursief>>sola scriptura<<einde cursief>>. Luther wilde vooral zo eenvoudig mogelijk preken en vooral christocentrisch, met aandacht voor historische omstandigheden enerzijds en de diepere, geestelijke betekenis van een tekst anderzijds. Dat er onder zijn Wittenbergse gehoor collega-hoogleraren zaten, deerde hem niet: 'Ik let niet op de hoogleraren en docenten, van wie er ongeveer veertig aanwezig zijn, maar op de jongeren en de kinderen. Voor hen preek ik.'

 

Brugfunctie

Voor Luther vervulde de prediking een brugfunctie tussen het Woord en de hoorder. Het  Woord moet een levend en persoonlijk Woord worden, dat de hoorder persoonlijk aanspreekt en hem tot de beslissing moet brengen het aan te nemen. De prediking moet een ontmoeting zijn tussen God en mens, een gebeuren. Het was ook Luthers ervaring dat zijn gehoor hiervoor niet altijd open stond. Eens verzuchtte hij: 'Wanneer je over de rechtvaardiging preekt, slaapt het volk of zit te hoesten. Maar zodra je een verhaaltje vertelt of een voorbeeld, spitsen ze de oren en luisteren aandachtig.' Luther was overigens zelf ook lang niet altijd tevreden over zijn preek: 'Ik heb mijzelf vaak verfoeid als ik van de preekstoel afkwam: hoe heb je nu toch weer gepreekt? Je hebt het niet goed aangepakt, er zat geen enkele lijn in.' Om dan vervolgens te ervaren dat de Geest zijn werk toch had gedaan, want 'juist die preek werd door de mensen op het hoogst geloofd. Ik had in lange tijd niet zo’n mooie preek gehouden …' Een preek houden of aanhoren – het zijn twee verschillende dingen.

 

Roeping

Er waren momenten waarop Luther met zijn preekarbeid worstelde. Daarin speelde ook teleurstelling mee, als de vruchten op de prediking leken uit te blijven. In 1530 had hij er het liefst mee willen stoppen, moe van 'de ondankbaarheid van het volk'. Zijn roepingsbesef hield hem echter overeind. Wie door de Here geroepen is, is ook geroepen om ter wille van het Woord de haat en nijd van de wereld te ondergaan. Het een is immers met het ander verbonden. Verging het Christus Zelf niet net zo?

Luther zou echter Luther niet zijn als hij ook niet precies het tegenovergestelde zou hebben gezegd. In 1543 merkte hij in een preek op: 'Ik wil blijven preken zolang ik leef.' Het werd hem gegeven dit voornemen waar te maken. Zijn laatste preek dateert van 15 februari 1546 en ging over Matth. 11:25-30. Luther sloot af met de oproep aan de gemeente om zich aan het Woord van Christus te houden en tot Hem te komen met de woorden: 'U alleen bent mijn lieve Heer en Meester, ik ben uw leerling.' Over dit evangeliewoord zou nog veel meer te zeggen zijn, zei Luther, 'maar ik ben te zwak, we moeten het hierbij laten.' Drie dagen later overleed hij.

 

Christa Boerke, Apeldoorn

 

Drs. C.T. Boerke is docent kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn


Commentaar

  • Stel dat het waar is… 2017-07-21 18:16:38

    Gijsbert van den Brink, hoogleraar aan de VU, is een man met een missie. Hij is van mening, dat...

  • Een sprookje 2017-07-14 17:11:36

    Er was eens een vrouw. Zij was een goede hulp, ja, een geweldige hulp. Dat vond iedereen. En het...

  • Euthanasie 2017-07-07 18:58:48

    De huisarts kende de ernstig zieke patiënt in zijn wijk goed. Hij wist wat diens levensovertuiging was. Toch vroeg...

  • Twijfelachtig geloof... 2017-06-30 18:03:47

    Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad dat gelovigen gemiddeld minder intelligent zijn dan...