In het boek Hoe worden de doden opgewekt? Op zoek naar de contouren van het opstandingsbestaan onderzoekt de auteur zowel de gegevens uit het OT en NT als uit de intertestamentaire literatuur die gaan over leven na de dood. Deze studie, die met veel aandacht en liefde is geschreven, is een waardevol overzichtswerk.

Dikwijls wordt gezegd dat er in het OT geen sprake is van leven na de dood en niet van opstanding. De Vries laat echter terecht zien dat dit een misvatting is. Het OT kent opstandingsleven aan deze zijde van de dood, maar weet ook van leven aan gene zijde van de dood. Behalve dat mensen soms tijdelijk weer levend worden zoals de zoon van de weduwe van Sarefat, worden soms ook mensen door God opgenomen, zoals Henoch en Elia.

In enkele Psalmen wordt ook een leven met God na dit aardse leven aangeduid, het duidelijkst in Psalm 73. Nog duidelijker hierover zijn gedeelten bij Jesaja, vooral in de hoofdstukken 25, 26 en 53. Ook Daniël 12 moet worden genoemd.

In de joodse geschriften tussen de twee Testamenten worden verschillende opvattingen verwoord: van geen toekomstverwachting, over definitieve zielsgeborgenheid en tijdelijke zielsgeborgenheid, gevolgd door wederopstanding tot wederopstanding aan het eind der tijden.

Het NT kent op dit punt meer eenheid, maar brengt toch ook verschillende aspecten naar voren waarvan nog niet zo gemakkelijk te zeggen is hoe ze zich tot elkaar verhouden. Omdat de brieven van Paulus eerder zijn geschreven dan de evangeliën geeft hij eerst aandacht aan Paulus’ onderwijs over de opstanding en daarna aan wat de evangeliën en het boek Handelingen erover zeggen.

Terecht stelt De Vries echter dat de opstanding van Christus bepalend is voor de opstanding van de zijnen. Hij noemt de opstanding van Jezus de eerste concretisering van het ongekend nieuwe dat God met zijn schepping voorheeft. Opmerkelijk is dat Jezus na zijn opstanding geheel anders is geworden dan voor zijn dood, maar tegelijkertijd nog een gewoon mens op aarde is. Dat verschil verklaart zijn hernieuwde contact met zijn discipelen dat toch anders is dan voorheen. Het werd nog heel anders bij zijn hemelvaart. Er is daarom te spreken van fa-sen.

Dat betreft ook de opstanding van de gelovigen. De eerste fase is dat zij bij God geborgen zijn als ze sterven. De tweede fase is de opstanding bij de wederkomst van Christus.  Je zou kunnen zeggen dat er leven is na de dood, en leven na het leven na de dood. Het gaat van heerlijkheid tot volle heerlijkheid. Daarbij geeft De Vries terecht ook nogal wat aandacht aan de heerlijkheid die al het deel van de gelovigen wordt op het moment dat ze tot geloof in Christus komen. Dan zijn ze al een nieuwe schepping. Dat is te danken aan de Heilige Geest, de beloofde gave van de eindtijd. Op een mooie manier laat De Vries zien dat door de Geest het nieuwe leven fasen en voortgang kent: van wedergeboorte tot de volle heerlijkheid in het Koninkrijk. De Bijbelse aspecten die daarmee verbonden zijn, worden in deze studie belicht en in het juiste perspectief gezet: het leven door en met Christus.

De weg die de Geest met mensen gaat, wordt schematisch weergegeven met de woorden continuïteit en discontinuïteit. Daarmee bedoelt De Vries dat er tussen het leven voor en na het sterven en na de opstanding zowel een wezenlijke overeenkomst als een groot verschil is. Bij de opstanding wordt het lichaam geestelijk, aan het lichaam van de verheerlijkte Jezus gelijkvormig.

Boeiend is de paragraaf waarin De Vries tekent dat het nieuwe leven met God niet alleen van belang is voor de toekomst, maar ook en zelfs in de eerste plaats voor het leven hier en nu. Van wie een nieuwe schepping is, mag worden verwacht dat hij of zij verantwoord met Gods schepping omgaat. Ook de moeite waard is de laatste paragraaf die gaat over de vraag: zal ik mijn geliefden weerzien? Onder andere vanuit de herkenning van Jezus door zijn discipelen na zijn opstanding komt De Vries tot de conclusie dat er herkenning zal zijn. Tegelijk echter maakt hij duidelijk dat dit wel moet worden gezien in het bredere kader van de nieuwe geloofsgemeenschap waarin bij alle continuïteit veel wezenlijk anders zal zijn dan in het hier en nu. Bij dit punt miste ik een overweging over de opstanding van de ongelovigen en hoe dat voor de gelovigen zal zijn. Hoe de gelovigen daar nu mee moeten omgaan.

Al met al is dit een zorgvuldige studie naar het Bijbelse spreken over de opstanding. De ondertitel geeft kort en goed weer wat de inhoud van dit boek is. Vooral het begin van die ondertitel spreekt me aan. Het is een zoektocht naar de contouren. Veel blijft verborgen tot de dag van de opstanding. Maar tegelijk is er meer dan genoeg geopenbaard om ons over te verwonderen en te verheugen. De Vries helpt daarbij. Minder spreekt me zijn keus voor het woord ‘opstandingsbestaan’ aan. Dikwijls heeft hij het over het opstandingslichaam. Maar uiteindelijk gaat het niet alleen daarom, maar om het volle leven door en na de opstanding. Daarom gaat mijn voorkeur uit naar ‘opstandingsleven’ boven  ‘opstandingsbestaan’.  Een enkele keer vaker vind ik de woordkeus van De Vries niet heel gelukkig. Ook niet als hij nu en dan lange, ingewikkelde zinnen maakt. Dat verbaasde me trouwens, want hij laat in deze studie vooral zien dat hij zo’n gecompliceerd onderwerp als de opstanding uit de doden helder voor het voetlicht kan brengen.

 

Amersfoort
D. Visser

Naar aanleiding van: Harmen U. de Vries, Hoe worden de doden opgewekt? Op zoek naar de contouren van het opstandingsbestaan, uitgegeven bij Boekencentrum in Zoetermeer, ISBN 978 90 239 2569 9, prijs € 22.50

 


Commentaar

  • Stel dat het waar is… 2017-07-21 18:16:38

    Gijsbert van den Brink, hoogleraar aan de VU, is een man met een missie. Hij is van mening, dat...

  • Een sprookje 2017-07-14 17:11:36

    Er was eens een vrouw. Zij was een goede hulp, ja, een geweldige hulp. Dat vond iedereen. En het...

  • Euthanasie 2017-07-07 18:58:48

    De huisarts kende de ernstig zieke patiënt in zijn wijk goed. Hij wist wat diens levensovertuiging was. Toch vroeg...

  • Twijfelachtig geloof... 2017-06-30 18:03:47

    Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad dat gelovigen gemiddeld minder intelligent zijn dan...