Misschien heb je het wel eens gedaan? Zoveel keer driehonderdenvijfenzestig, met de schrikkeldagen erbij, komt op ettelijke duizenden. Een weetje, niet meer dan een lastige rekensom. Bovendien is morgen de uitkomst weer anders. Op mij komt het behoorlijk dreigend over als iemand tegen me zegt: Je dagen zijn geteld! Misschien heb ik te veel enge films gezien, maar het betekent zoveel als: je bent er geweest. Dan is het zo dat degene die dit zegt het plan heeft opgevat jouw leven moedwillig te beëindigen en ben je snel uitgeteld.

In de Bijbel wordt ook gesproken over het tellen van je dagen. We worden in Psalm 90 opgeroepen zelf onze dagen te tellen om wijs te worden. Dat dat niet gemakkelijk is lezen we in vers 12, waarin Mozes aan de Here vraagt: Leer ons zo onze dagen te tellen. In de verzen daaraan voorafgaand lezen we dat Gods rekenmethode enigszins afwijkt van de onze. Als duizend jaar voor de Heer zijn als één dag, dan komen wij niet zo ver met ons simpele decimale stelsel.
Het doel is dan ook niet om zinloze rekenkundig inzichten te verkrijgen, maar om ons hart te vullen met wijsheid. Zo moeten wij tellen. In deze psalm doet Mozes het ons voor. Hij kijkt terug op de dagen van weleer en zijn bespiegelingen gaan vooral over de grootheid en goedheid van God, zonder wie er geen leven zou zijn. Wij hebben God nodig alle dagen van ons leven en mogen weten dat Gods zorg zo groot is dat niet alleen onze dagen, maar zelfs al onze haren door Hem zijn geteld. (Luc. 12:7).

 

Nel Noppe, Tzummarum