Techniek bepaalt steeds meer ons dagelijks leven. En dan gaat het niet slechts om de (technische) voorwerpen die we gebruiken, het gaat juist ook om ons denken. We denken in oplossingen voor problemen, we zoeken naar efficiëntie bij alles wat we doen. In die zin is techniek niet te ontlopen door bijvoorbeeld geen smartphone te kopen, want techniek is overal. Daarover ging het eerste artikel van deze serie. In dit tweede artikel willen we daarbij een meer theologische vraag stellen. Kan je zeggen dat techniek een afgod is, een macht die ons wil beheersen? Of is techniek iets neutraals en hangt het slechts af van de wijze waarop je techniek gebruikt?

 

Maarten Luther geeft in zijn Grote catechismus een mooie definitie van wat een God of een afgod is.

‘Een God noemt men dat waarvan men alle goeds verwacht en waarheen men vluchten kan in alle nood. (…) Menigeen meent, dat hij God heeft en van alles genoeg bezit, wanneer hij geld en goed heeft, zich daarop verlaat en er zich zo vast en stellig op beroemt dat hij om niemand iets geeft. Kijk, deze mens heeft ook een god, die heet mammon, dat is geld en goed, waarop hij heel zijn hart zet; deze is de meest voorkomende afgod op aarde.’

Iets is niet pas een afgod als we er een beeld van maken en daarvoor gaan knielen. Onze aanbidding van afgoden zit in onze houding, in onze hoop en onze verwachting. Verwachten wij alles van ons geld, van onze kennis, of van de techniek, dan geven we het die positie die alleen aan God toekomt.

 

Moloch

Egbert Schuurman heeft een boekje geschreven waarin deze vraag ook duidelijk gesteld wordt. Het boekje heet Techniek, middel of moloch? Uit de titel is al op te maken dat Schuurman hierin een keuze wil maken. Wat is de techniek nu eigenlijk, gewoon een middel of is het een moloch, een afgod. In zijn uiteindelijke conclusie kan het toch wel allebei zijn. Hij stelt

 

‘dat de techniek als zegen of als vloek beoordeeld moet worden naar en op grond van motieven van mensen. Zijn de motieven die van een Babelkultuur, dan verwordt de techniek tot een tastbare vloek. De mens die heer en meester in de techniek wil zijn, die alles wat hij zich inbeeldt ook mogelijk maakt, wordt het slachtoffer van de techniek. De techniek wordt dan tot een alles verpletterende Moloch. (…) De techniek is een zegen wanneer de mens haar ontwikkelt als een verantwoordelijk mens, dat wil zeggen wanneer hij zich in de ontwikkeling van de techniek laat leiden door het dienen van God en van zijn naaste.’

 

Of de techniek dus een middel of een moloch is, wordt volgens Schuurman dus bepaald door de motieven waarmee er gebruik van gemaakt wordt. Wil men het gebruiken om te heersen, dan wordt de techniek zelf de heer en meester. Wil men het dienstbaar gebruiken, dan mogen we het zien als een middel dat God ons geeft.

Bij deze conclusie van Schuurman is de vraag te stellen: kan je ook met zuivere motieven, met de beste intenties, toch in de ban komen van een afgod? Zijn middelen neutraal als ze met de goede intenties gebruikt worden, of zijn middel en doel soms niet te scheiden?

Op dat punt is Ellul kritischer op de techniek. Hij wijst dan juist op de verwachting die mensen hebben van techniek, de hoop die ze daarop vestigen. Techniek is geen neutraal middel als je er alles van verwacht, als techniek de voornaamste of enige manier is om een ‘oplossing’ te vinden, omdat techniek, net als bijvoorbeeld geld, zijn eigen wetmatigheden heeft. Me goede intenties kunnen mensen toch in de ban raken van geld of van techniek. Daarbij kunnen we onszelf voor de gek houden door te zeggen dat we het met de beste bedoelingen doen.

 

Moderne afgoden

In zijn boek Les nouveaux Possédés (De nieuwe bezetenen, 1973) werkt Ellul uit wat de nieuwe afgoden van deze tijd zijn. En wat daarmee de mythes van deze tijd zijn, wat als ‘heilig’ wordt gezien. Bijvoorbeeld de mythe dat er alleen maar vooruitgang is in de wereld of dat alles op te lossen is.

Twee van de afgoden die hij daarin noemt zijn de techniek en de natiestaat. Dat zijn de afgoden waarmee men alles wil kunnen beheersen en orde wil scheppen. Daartegenover stelt hij wel dat er ook afgoden zijn die daar tegenin gaan, bijvoorbeeld de revolutie tegenover de natiestaat. Dan vestigt men de hoop in het radicaal omwerpen van de huidige orde.

In een eerder werk heeft Ellul al over geld geschreven: L’homme et l’argent (De mens en het geld, 1954). Geld is ook nog steeds een afgod voor mensen. Maar men verwacht van de techniek of van de staat dat die voor economische voorspoed zullen zorgen. Dus de grotere verwachting ligt daar, zij zijn meer bepalend voor de huidige tijd.

 

Vrij van invloed

Kan alles in dienst van God gebruikt worden? Of zijn er bepaalde middelen die je niet kan gebruiken omdat ze in zichzelf tegenstrijdig zijn aan het doel dat je wilt bereiken?

Kan je propaganda gebruiken om de waarheid te verkondigen? Het risico dat je loopt is dat mensen voor even overtuigd raken, maar dat men zich op den duur juist gemanipuleerd voelt.

Kan je geweld gebruiken om vrede te brengen? Er kan geweld nodig zijn om ander geweld te stoppen, maar dat geweld zelf brengt geen vrede, daarvoor moet je werken aan recht en verzoening.

Geld, macht, geweld, politiek en techniek hebben hun eigen dynamiek. Iemand kan met de beste intenties geld of macht willen gebruiken om het goede te doen en daar toch verslaafd aan raken. Deze middelen vragen daarom niet slechts om verantwoordelijkheid van de gebruiker. Het is ook nodig dat mensen vrij zijn van de invloed die zo’n middel op hen uitoefent.

In zijn boek over geld zegt Ellul ongeveer het volgende: ‘De manier om vrij te zijn van geld, is door het weg te geven. Daarmee wordt geld ontheiligd.’ Je weet pas dat je niet in de ban van het geld bent, als je ook zonder kunt. Hetzelfde zou je kunnen zeggen voor techniek. Kunnen we er afstand van nemen, kunnen we zonder of is de techniek te veel de bron van onze hoop en verwachting?

In het laatste artikel willen we nog verder nadenken over de verhouding tussen christelijke vrijheid en techniek.

 

Pieter Boom, Delfzijl

 

Drs. P.A.C. Boom heeft zich tijdens zijn studie aan de TUA verdiept in het denken van Jacques Ellul. In 2024 heeft hij over dit onderwerp drie cursusavonden gegeven voor de Theologische Vorming van Gemeenteleden, in Onstwedde.