Meer dan eens staan mensen tegenover elkaar, maar wij belijden dat Christus mensen verbindt. In dit artikel staat de vraag centraal hoe geloof in Christus daarvoor zorgt en hoe het mens-zijn dan tot bloei komt.
God heeft bij de schepping man en vrouw aan elkaar verbonden. Zij zijn in zeker opzicht aan elkaar gelijk. Zij zijn beiden beeld van God en moeten namens Hem voor zijn schepping en voor elkaar zorgen. Tegelijkertijd zijn zij verschillend. Daardoor kunnen zij elkaar aanvullen in hun taak. Zo zijn zij ook samen beeld van God. Deze verbintenis is de basis voor de verbinding van ouders met hun kinderen. Die verbinding is op zijn beurt de basis van familie. God heeft deze relaties geschapen voor ons welzijn. Hij heeft zijn schepping een orde opgelegd, die wij niet zonder schade kunnen verwaarlozen.
Gebrokenheid
In het uitoefenen van onze taak zijn wij als mensen niet alleen met elkaar, maar zijn wij er ook voor elkaar. Zo kunnen we elkaar bijstaan in de diverse verbindingen die God heeft gegeven of in potentie in zijn schepping heeft gelegd.
Daarin zijn wij echter direct al na onze schepping tekortgeschoten. We hebben in onze ongehoorzaamheid niet alleen tegen onze Schepper gezondigd, maar ook tegen onze naaste. De verbroken verhouding tot God heeft direct gevolg voor de onderlinge verhoudingen tussen mensen. Na de zondeval zien we dat mannen over hun vrouw gingen heersen (Gen. 3:16). In het algemeen geldt dat mensen zich tegenover elkaar opstellen. Er wordt gedacht in termen van wij tegenover zij.
Gelukkig zijn na de zondeval de intermenselijke verbindingen niet helemaal verloren gegaan. Dankzij de goedheid van God zien we nog steeds dat mensen zich aan elkaar verbinden tot hun eigen welzijn en dat van hun naaste. Soms zien we heel mooie tekenen daarvan. Gods genade bewerkt dat mensen zich aan elkaar willen verbinden in relaties die hun welzijn dienen.
Desondanks staan alle intermenselijke verbindingen na de zondeval onder het teken van zonde en gebrokenheid. Het evangelie luidt echter dat Christus alles heeft hersteld wat door de zondeval is gebroken. Christus heeft niet alleen herstel gegeven van onze verbroken verhouding tot God – wie in Christus is, is een nieuwe schepping! –, maar ook herstel van verbroken menselijke verhoudingen.
Verwondering
Als man en vrouw in hun huwelijk beiden verbonden zijn aan Christus, zijn zij een nieuwe schepping. Hun nieuwe leven is dan ook werkelijkheid in hun huwelijk. Maar wat daar werkelijkheid is geworden, straalt dan ook door naar de relatie met hun kinderen en naar andere relaties waarin zij staan. De verbintenis van de gelovige met Christus heeft direct effect op zijn verbinding met zijn naaste. Dit effect is een geheimenis zoals de groei van vruchten aan een wijnstok. Wie zal dat kunnen uitleggen? We kunnen slechts in verwondering zien dat God deze vruchten geeft. Hoe het geloof bijvoorbeeld zorgdraagt voor een open houding jegens de naaste die niet bij de eigen kring hoort, is een gave van God. Deze gave schenkt God door zijn Geest. De Geest geeft dan ook dat mensen samen tot bloei komen. Deze weldaad gebeurt via de verbondenheid met Christus.
Toen Jezus op aarde was, was er een grote tegenstelling tussen Joden en Samaritanen. Maar Hij ging naar hun gebied, sprak bij de Jakobsbron met een Samaritaanse vrouw en bleef vervolgens twee dagen daar. Toen heeft Hij ook gegeten. Hij heeft dat vast en zeker samen met Samaritanen gedaan, zoals Hij ook at met tollenaars en zondaars. In Hem verdwijnt polarisatie. Daarvoor in de plaats komt onderlinge verbondenheid. Deze verbondenheid wordt vooral zichtbaar in de gezamenlijke maaltijd. In de christelijke gemeente wordt dat dan ook vooral zichtbaar in het heilig avondmaal. Hoewel wij dan met veel verschillende mensen zijn, vormen wij toch een eenheid.
De eenheid in Christus wordt werkelijkheid gemaakt door de Heilige Geest. De Geest geeft dat wij in de verbindingen waarin wij zijn geroepen, mogen leven tot eer van God, tot heil van onze naaste en tot zegen voor ons eigen welzijn.
Daartoe schenkt de Geest ons de gezindheid van Christus. Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben en leert ons dan ook wat diens gezindheid betekent voor onze verhouding jegens onze naaste. Hij bewerkt dat wij Christus navolgen in ons doen en laten. Zoals (en natuurlijk ook: omdat) Jezus stil bleef staan bij de blinde Bartimeüs en vroeg wat Hij voor hem kon doen, zo zullen ook diegenen die Hem volgen bij hun naaste in nood blijven stilstaan. Zij weten zich verbonden met degene die zij op hun weg tegenkomen en hun hulp nodig heeft.
Opdracht
Zo schenkt de Geest liefde jegens de naaste. Wie in Christus is, zal zijn naaste liefhebben zoals hij zichzelf liefheeft. Eveneens schenkt de Geest geduld (of: lankmoedigheid). Wie in Christus is, heeft geduld met zijn naaste, in welke intermenselijke verbinding dan ook. Wie in Christus is, is eveneens vergevingsgezind. Hij is bereid om zijn naaste vergeving te schenken zoals hijzelf vergeving van God ontvangen heeft.
Deze en andere gaven die de Geest de gelovige schenkt voor intermenselijke omgang, zijn tegelijkertijd een opdracht. Hij geeft de vrucht van vrede in de verhouding jegens de naaste, maar gebiedt ook die vrede te zoeken. God laat ook de vrucht van liefde jegens de naaste groeien in het leven van de zijnen, maar gebiedt tegelijkertijd dat zij hun naaste moeten liefhebben als zichzelf. Zo geldt dat ook voor de gaven van vergevingsgezindheid en geduld, voor respect en eerbied voor de naaste, voor het opkomen en bewaren van het recht van de naaste.
De Geest gebruikt in het bijzonder de kerk als de plaats waarin we onderlinge verbondenheid naar Gods wil mogen beleven. Juist daar mag geen enkele ruimte zijn voor het uitoefenen van macht over elkaar zonder gezag dat deze macht legitimeert. Evenmin mag daar ruimte zijn voor polarisatie waarbij de ene groep tegenover de andere staat. Paulus waarschuwt daarvoor in zijn eerste brief aan de Korintiërs. Deze waarschuwing kwam toen hij had gehoord dat er in de desbetreffende gemeente twisten waren. Die waarschuwing geldt ook voor ons. Gelovigen beroemen zich niet tegenover elkaar dat zij bij een bepaald persoon horen. Christus is niet gedeeld.
Toch zullen altijd nog de gevolgen van de zondeval in onderlinge verhoudingen zichtbaar blijven. Helaas zijn die gevolgen soms ook in de kerk zichtbaar. Maar eens zal het herstel van de onderlinge verbondenheid volkomen zijn. Het nieuwe Jeruzalem is een heilige stad. Haar heiligheid bestaat onder andere hierin dat er geen polarisatie is binnen haar poorten, maar louter vrede. Daar komen de intermenselijke verbindingen die door God zijn geschapen tot hun doel. Bij het bruiloftsmaal van het Lam zal onderlinge verbondenheid volmaakt worden beleefd.
Douwe Steensma, Feanwâlden