Het Boek der Psalmen bevat een collectie liederen die de aandacht vangen vanwege één woord: hammaälôth. Maar liefst vijftien psalmen op rij hebben deze aanduiding: de psalmen 120 tot en met 134. Het blijken drie handen vol gezangen voor onderweg te zijn.

 

In de oude Statenvertaling wordt het Hebreeuwse woord nog onvertaald gelaten. ‘Een lied Hammaälôth’ staat er boven deze vijftien psalmen. Latere bijbeluitgaven geven wel een vertaling. Maar heel verschillende: een bedevaartslied (NBG 1951), een pelgrimslied (HSV/NBV21), Zang van de opgangen (Naardense Bijbel). Daarmee wordt al iets zichtbaar dat het nog niet zo makkelijk is precies aan te geven waar dit opschrift naar verwijst.

 

Omhooggaan

Letterlijk komt Hammaälôth van het Hebreeuwse werkwoord voor omhooggaan, opgaan, beklimmen, optrekken. Mozes ‘klimt op’ naar God (Ex. 19:3). Israël moet drie keer per jaar ‘opgaan’ om voor het aangezicht van de HEERE te verschijnen (Ex. 34:24). En aan het slot van het bijbelboek Kronieken zegt koning Kores: ‘Wie is onder u van Gods volk, laat hij opgaan’ (2 Kron. 36:23). Steeds valt hier hetzelfde Hebreeuwse woord.

Als het dan gaat om de liederen Hammaälôth, wordt vaak de link gelegd met het jaarlijkse ‘opgaan’ naar Jeruzalem. De psalmen 120-134 zouden dan bedevaartsliederen zijn, die de Israëlieten zingen als ze voor een van de feesten naar Jeruzalem trekken. ‘Jeruzalem, dat ik bemin/wij treden uwe poorten in’ (Ps. 122:1, berijmd). Alleen, dat gebruik van deze psalmen komen we in de Bijbel zelf niet tegen. Wel weten we vanuit vroeg-rabbijnse bronnen dat deze psalmen een functie hebben bij het Loofhuttenfeest in Jeruzalem, waarbij de levieten op de vijftien treden tussen de voorhof van de mannen en de voorhof van de vrouwen deze vijftien liederen zingen. Dat zegt alleen nog niets over het ontstaan van de collectie en de link met de bedevaart van het volk naar Jeruzalem.

 

Ballingschap

Een andere uitleg is dat hammaälôth te maken heeft met het optrekken uit de ballingschap in Babel. Zoals we zagen, geeft Kores het bevel dat het volk moet ‘opgaan’ (2 Kron. 36:23). Datzelfde vinden we in het bijbelboek Ezra: Dit zijn de bewoners van het gewest die ‘optrokken’ uit de gevangenschap van de ballingen (2:1). En even later lezen we over het begin van de opgang (hammaälah) uit Babel (7:9).

Kan het zijn dat de reeks liederen in het psalmboek met deze hammaälah te maken heeft? Dat de uiteindelijke samenstellers van het Boek der Psalmen een reeks liederen – oude en nieuwe psalmen – hebben willen bundelen die de gedachte aan de terugkeer uit de ballingschap levend moet houden?

Een argument voor deze visie is dat de liederen Hammaälôth in Boek 5 van het Boek der Psalmen staan: de psalmen 107 tot en met 150. En dat laatste deel van Israëls liedboek staat in het teken van de bevrijding uit de ballingschap: de bundel opent met Psalm 107, waarin gezongen wordt over de terugkeer van het volk uit de gevangenschap.

Het zou ook verklaren waarom de reeks opent met Psalm 120. Dat is nou niet direct een psalm die wij aan het begin van onze deelcollectie zouden zetten. Het is een lied waarin de dichter zich buitenslands bevindt, ver van Jeruzalem, ver van de tempel. Hij bevindt zich daar in het verre Mesech (dat ligt ten noorden van Israël) en Kedar (ten zuidoosten van Israël). Ver weg, aan de randen van de toenmalig bekende wereld, in ballingschap. En daar roept hij in zijn benauwdheid tot de HEERE. En: de HEERE antwoordt hem (Ps. 120:1). Het lijkt erop dat met dit begin van de reeks de toon is gezet en dat dit motief de hele collectie typeert. Vanuit de verte roepen, antwoord krijgen, en dan mogen thuiskomen bij God.

Ja, want wie de hele reeks door zingt en bij de laatste psalm uitkomt, ziet dat we dan in de tempel zijn. Bij de priesters die de HEERE in Zijn huis zegenen met hun gezang, en die het verzamelde volk met de zegen van Sion weer naar huis sturen. De reeks 120-134 is op deze manier een gang: vanuit de ballingschap naar de tempel, vanuit de verte tot in het hart van God. Die zegen speelt sowieso een belangrijke rol in het geheel van deze collectie. Specifieker: de bekende zegen uit het boek Numeri: De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede! (6:24-26). Als je erop let, zie je de woorden van deze zegen op allerlei momenten terugkomen in de vijftien liederen Hammaälôth. Denk aan het ‘behoeden’, waar Psalm 121 uitvoerig van zingt. Denk aan de genade, waar Psalm 123 om smeekt. Denk aan de vrede, waar onder andere Psalm 122 van spreekt. En is het toevallig dat de zegen uit Numeri 6 in het Hebreeuws precies vijftien woorden telt?

 

Driedeling

Misschien is het vijftiental nog nader onder te verdelen. Daar zijn verschillende suggesties voor gedaan. Overtuigend lijkt een driedeling: drie keer vijf psalmen, waarbij elk vijftal steeds een hart heeft: de middelste psalm. Dus in de afdeling 120-124 vormt Psalm 122 de kern: het lied dat zingt over het binnenkomen van Jeruzalem en dat bidt voor de vrede van de stad.

In het volgende vijftal (125-129) vormt dan Psalm 127 de kern: het lied van Salomo dat zingt over het bouwen van een huis. Wie denkt bij Salomo en het bouwen van een huis niet aan de tempel?

In het laatste vijftal (130-134) staat dan Psalm 132 centraal: het lied dat zingt over David die een huis voor God wil bouwen en God Die Dávids huis zal bouwen.

Als we bedenken dat de Hammaälôth-liederen na de ballingschap zijn gegroepeerd, de tijd van de herbouw van de tempel waarbij Salomo hét grote voorbeeld is, dan verbaast het ons niet dat de enige psalm van Salomo (Ps. 127) het hart van de collectie vormt. Voorafgegaan door zeven psalmen en gevolgd door zeven liederen. Daarmee lijkt de samensteller voor de periode na de ballingschap zijn medegelovigen een hart onder de riem te steken: verwacht het van de HEERE.

 

Jaco van der Knijff, Apeldoorn

 

Dr. J. van der Knijff is docent liturgiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Dit tweeluik is een weergave van zijn bijdrage aan de Vormingscursus van de Christelijke Gereformeerde Kerken in het seizoen 2024-2025.