Hoe mag ik naar mijzelf kijken? Het is opvallend hoeveel jongeren worstelen met hun zelfbeeld. Ze hebben lage gedachten over zichzelf, leggen zichzelf een veel te hoge standaard op, voelen zichzelf falen en denken: wat stel ik nu helemaal voor?! Anderen zijn slimmer, leuker, knapper en beter!

 

Een laag zelfbeeld – is dat juist niet goed? Als je naar het bijbelse mensbeeld kijkt, dan zie je toch dat de mens faalt en zondigt? Moet je dan niet zeggen dat het goed is om zo laag van jezelf te denken? Nee dus. Maar hoe dan? Hoe kun je eerlijk je falen onder ogen zien en toch een gezond zelfbeeld ontwikkelen?

In dit tweede artikel staan we stil bij de ontwikkeling van een gezond zelfbeeld. Bij een gezond zelfbeeld hoort ook dat we op een goede manier spreken over een gezond schuldbesef, in onderscheid met onterechte faal- en schuldgevoelens, en dat we op een goede manier spreken over het positief ontwikkelen van onszelf, met de gaven en talenten die God ons gegeven heeft, terwijl we tegelijk ook oog hebben voor de oproep te sterven aan onszelf en onszelf te verloochenen. Een bijbels mensbeeld kan samengaan met een gezond zelfbeeld. Dan krijgen bijbelse woorden als zonde en genade het volle pond.

 

Faalangst

Schuldgevoelens hoef je niemand aan te praten. We leven in een cultuur die God afgeschaft heeft. Je zou zeggen: dan ben je bevrijd van schuldgevoelens. Maar dat blijkt bepaald niet zo te zijn. We leggen onszelf en elkaar heel wat lasten op. Je moet van alles. Je moet vooral jezelf bewijzen, ertoe doen, je eigen waarde verzilveren in het leven. We leven in een maakbare tijd en je moet zorgen voor je eigen levensgeluk. Mensen klagen: ik heb het gevoel dat ik zo veel moet.

Vooral jongeren hebben last van faalangst: de angst niet aan de norm te kunnen voldoen, altijd te kort te schieten. Jongeren vergelijken zich meer dan volwassenen met leeftijdsgenoten en trekken vaak de verkeerde conclusies: anderen mogen er zijn, doen ertoe, zijn leuk genoeg, maar ik…?

Henri Nouwen stelde dat er drie identiteitsleugens zijn. Je bent wat je hebt. Je bent wat je doet. Je bent wat anderen van je vinden. Dat zou dan je identiteit zijn. Het is een leugen. Als je in de greep van die leugen komt, en de socials helpen daar graag een handje bij, dan is er al snel het faalgevoel. Dat faalgevoel is ongezond. Je meet je succes af aan anderen, of vooral wat anderen van zichzelf laten zien. Zelfs als je weet dat er veel fake op je afkomt, beïnvloedt het je toch.

 

Schuldbesef

Geen boodschap is zo bevrijdend als het christelijk geloof. Je hoeft jezelf niet te bewijzen. Je bent voor God al lang door de mand gevallen. Inderdaad, je schiet tekort. Maar let op: niet in vergelijking met je leeftijdsgenoten, maar ten overstaan van God.

Het is gezond om je schuld te erkennen. De profeet Jeremia zegt: ‘Alleen, erken uw ongerechtigheid’ (Jer. 3:13). Schuld ontkennen is niet gezond. Het is belangrijk te erkennen wat je fout doet. De blijde boodschap is daarom ook niet dat we elkaar moed inpraten met de woorden: het valt allemaal reuze mee, je doet het allemaal goed. We mogen eerlijk erkennen: we staan schuldig voor God en vaak ook naar mensen toe. Dat mag en moet je eerlijk onder ogen zien.

Maar dan voel ik me juist toch waardeloos? Nee, helemaal niet. Je bent waardevol in Gods ogen. Zo waardevol, dat Hij je niet wil laten zoals je van huis uit bent, maar je wil redden en vernieuwen. Er zit juist iets heel bevrijdends in het erkennen van schuld. Je ziet dat bijvoorbeeld in Psalm 32 waar David eerst lange tijd zijn zonde niet wil toegeven, maar het vreet vanbinnen aan hem. Als hij dan toch gaat belijden, is dat zo bevrijdend. Het is bevrijdend om jezelf niet te hoeven bewijzen, om te weten dat je waarde niet van je daden afhangt maar van God Zelf. Je hoeft voor God niet op je tenen te lopen. Je hoeft je niet mooier voor te doen. God oordeelt ons niet op basis van onze socials maar op basis van Zijn liefde. Je mag Gods genade aanvaarden zoals je bent.

Gezond schuldbesef is belangrijk. Ik noem het bewust niet ‘schuldgevoel’. Gevoel kan bedriegen. Het gaat erom dat we schuld erkennen. Echt schuldbesef is allereerst geloof, niet gevoel. Stel, je krijgt om wat voor reden ook een scan bij de dokter. De dokter constateert dat het niet goed zit en dat je geopereerd moet worden. Maar, zeg je, ik voel me kiplekker! Laat je toch direct opereren, zegt de dokter. Wij moeten niet gaan wachten totdat we ons schuldig voelen, maar geloven wat de hemelse Dokter over ons leven zegt, en ons meteen laten helpen.

 

Zelfontplooiing

Het is niet de bedoeling dat je en hekel hebt aan jezelf. Het gebod van de naastenliefde zegt dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Het veronderstelt dat je zelfliefde hebt en voor jezelf zorgt. Gezond schuldbesef heeft ook niets met een laag zelfbeeld te maken. Een laag zelfbeeld kan samengaan met hoogmoed. En een gezond zelfbeeld kan samengaan met nederigheid. Schuldbesef is dat je God op Zijn Woord gelooft, je vertrouwen voor je redding stelt op Jezus Christus. Je erkent God in Zijn oordeel over je leven, en omarmt wat Hij zegt over Zijn liefde voor zondige mensen.

In zijn boek Heerlijke zwakte schrijft prof. dr. M.J. Kater (TUA) over ‘gelukkige zelfverloochening’. Wij zijn vaak geneigd om dingen tegenover elkaar te zetten die toch bij elkaar horen. Denk maar aan zelfontplooiing en zelfverloochening. Het is toch belangrijk dat onze jongeren tot ontplooiing komen, dat ze hun gaven en talenten inzetten en dat ze tot bloei komen in het leven? Zeker! En tegelijk wordt ieder opgeroepen om zichzelf te verloochenen en dienstbaar te leven. Het geheim van het geloof is dat die twee juist samengaan. Kater schrijft: ‘Zelfverloochening staat niet tegenover zelfaanvaarding, maar tegenover zelfhandhaving.’ En: ‘Je wordt juist een persoonlijkheid door jezelf te verloochenen – en dat is dus zelfontplooiing.’

Een gezond zelfbeeld betekent dat je jezelf aanvaardt als zondaar en dus niet op je tenen gaat lopen. En dat je jezelf in het geloof ook mag aanvaarden als onvoorwaardelijk geliefd. Je bent niet ok, en dat mag je erkennen. Je bent wel geliefd. In dat besef mag je je inzetten voor de mensen om je heen.

 

 

Anne van Olst, Harderwijk

 

Drs. A.Th. van Olst is predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken, directeur van de Evangelische Hogeschool en docent homiletiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.