Zijn we de sociale media nog de baas? Bekend is het beeld van jongeren die voortdurend thuis of onderweg bezig zijn met hun smartphone. Het lijkt wel alsof zij erdoor worden beheerst. Maar zij zijn niet de enigen. Velen zijn in de greep van de moderne communicatiemiddelen. Dit heeft onder andere effect op het brein en onze omgang met elkaar. Zijn sociale media wel zo sociaal als ze heten?

 

Tegelijkertijd komt de vraag op of deze kritiek niet wat kortzichtig is. Er is in de geschiedenis toch altijd kritiek geweest op nieuwe ontwikkelingen? Zo had Plato, een filosoof uit de Griekse oudheid, kritiek op het geschreven woord. Dat zou slecht zijn voor het geheugen. In de middeleeuwen zeiden sommigen dat de boekdrukkunst slecht was voor het gewone volk: mensen zouden te veel bekend worden met ‘allerlei ideeën’. In latere tijden kwam er kritiek op de telegraaf en televisie toen deze communicatiemiddelen werden geïntroduceerd. Ze zouden de wereld respectievelijk te snel en dom maken. Zo is er altijd kritiek geweest op technische ontwikkelingen. Een terugkerend thema is ook de nadruk op de negatieve invloed van die ontwikkelingen op de jeugd.

 

Kritiek

Juist op dit punt lijkt er momenteel iets unieks aan de hand te zijn. De scherpste kritiek op sociale media komt momenteel namelijk niet zozeer van volwassenen die kritisch kijken naar de ontwikkelingen, maar – hoewel indirect – van jongeren zelf wanneer zij hun eigen psychische gezondheid beoordelen. Hieronder volgen een aantal recente voorbeelden.

In een onderzoek Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) naar mentaal welbevinden, dat in 2024 werd gepubliceerd, blijkt één op de zes jongeren serieuze gedachten aan zelfdoding te hebben. Een op de drie jongeren voelt zich enigszins tot sterk eenzaam en ervaart een op de twee jongeren stress. Als deze gegevens worden afgezet tegen de ontwikkeling van de technologie waar we het momenteel over hebben, knikken al deze grafieken omhoog vanaf de invoering van de smartphone en daarbij behorende sociale media apps.

In een recent onderzoek naar sociale media en hun gebruikers, dat is uitgevoerd door Newcom, noemt een groot deel van de deelnemers sociale media een gevaar voor de mentale gezondheid en noemt een kwart van de gebruikers zich significant minder gelukkig door het gebruik van deze apps. Het is opvallend dat dit gevoel het grootst is bij de groep 15- tot 28-jarigen en 29- tot 44-jarigen. Kortom, er is iets aan de hand en het lijkt erop dat dit in het bijzondere jongeren en jongvolwassenen raakt.

 

Standaardeconomie

Wat is er dan precies aan de hand? Hoe komt het dat het gebruik van sociale media apps zoveel negatieve gevolgen lijkt te hebben? Wat zijn deze gevolgen dan precies? Om deze vragen te kunnen beantwoorden helpt het om helder te hebben welk verdienmodel ten grondslag ligt aan vrijwel alle sociale media apps die er in omloop zijn.

Hoe kan het dat de makers van gratis apps zoals Instagram, TikTok en Whatsapp allemaal behoren tot de allerrijkste mensen van deze aarde? Als hun producten echt gratis zouden zijn, zou dat toch onmogelijk zijn? De reden dat deze producten gratis zijn, is de huidige standaardeconomie waarin diensten worden verleend of producten verkocht. Als consument neem ik een dienst af of schaf ik een product aan. Daarvoor betaal ik een bepaald bedrag en daarmee word ik de ‘eigenaar’ van het product of de dienst. Als een product of dienst gratis wordt aangeboden, geldt meestal de regel dat de afnemer zelf het product is. In het licht van sociale media apps is de munteenheid waarmee we voor het gebruik betalen, onze aandacht. Eenvoudig weergegeven in een formule is het ongeveer als volgt: aandacht vermenigvuldigd met tijd is opbrengst.

Een voorbeeld: stel dat Ford zou besluiten om auto’s gratis aan te bieden en in plaats van een aankoopsom een contract zou afsluiten waarbij we betalen voor de gereden kilometers, dan zou deze autoproducent er alles aan gelegen zijn mij zo veel mogelijk kilometers te laten maken. Om dat voor elkaar te krijgen zou het Ford heel erg helpen wanneer ze mij zo goed mogelijk zouden kennen. Met genoeg kennis van mijn hobby’s, eetgewoonten, vakantiewensen en andere liefhebberijen zou Ford mij voortdurend aanbiedingen kunnen doen die mij zouden ‘dwingen’ om achter het stuur te stappen. Hoe meer kilometers, hoe meer winst.

 

Tweede poot

De economie achter het merendeel van de zogenaamde sociale media is: hoe meer aandacht en tijd, hoe meer inkomen de app genereert. Een groot deel van dit inkomen wordt verdiend door middel van advertenties. Hoe langer iemand gebruik maakt van een bepaalde app, hoe meer advertenties er getoond kunnen worden. Maar belangrijker nog, hoe langer iemand gebruikmaakt van een bepaalde app, hoe gerichter deze advertenties kunnen worden. Daarmee worden ze significant meer waard.

Dat is daarmee de tweede poot waarop het economisch verdienmodel rust: data verzamelen.

De toename van data zorgt voor twee dingen. De app kan mij langer aan zich kluisteren door mij gerichter te bedienen met datgene wat ik interessant vind. Daarnaast kan door deze toegenomen kennis het advertentiebeleid steeds meer toegespitst worden op mijn persoonlijke wensen en verlangens.

In de zoektocht naar manieren om onze aandacht te vangen en vast te houden zijn de makers van apps gestuit op iets dat hen enorm in de kaart bleek te spelen: ons brein. Meer dan welke techniek ook bleek de techniek die wordt toegepast binnen de sociale media, aan te sluiten op de manier waarop ons brein werkt. Ons brein is uitgerust met een aantal vaardigheden die misbruikt kunnen worden.

Inzichtgevend is bijvoorbeeld de documentaire The Social Dilemma. Daaruit blijkt het schokkende gegeven dat psychologen, psychiaters en neurologen hun kennis en kunde hebben ingezet om de makers van media als Facebook en Twitter te helpen hun producten zo verslavend mogelijk te maken.

Ons diepgewortelde verlangen naar erkenning, het ‘erbij willen horen’, onze wens om ‘iets nieuws’ te zien, onze moeite om reeksen te doorbreken, ons ingebouwde vergelijkingssysteem en de standaard ‘luiheid’ van ons brein zijn allemaal aanknopingspunten onze aandacht uren en uren per dag gevangen te nemen en om ons te binden aan apps die uiteindelijk niet ons, maar de portemonnee van hun maker op het oog hebben.

 

 

Erwin Meerkerk, Sliedrecht

 

Erwin Meerkerk is docent Engels op de Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem. Daar is hij lid van de werkgroep AI. Daarnaast geeft hij Engels aan de lerarenopleiding van Driestar Hogeschool in Gouda.