We leven in een verwarrende en ingewikkelde wereld. En je merkt dat juist ook opgroeiende jonge mensen daar gevolgen van ondervinden. In dit eerste artikel van een serie van drie begin ik met kritisch te zijn op wat allemaal gaande is. Niet omdat ik negatief ben, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat je je vijand moet kennen, wil je overwinnaar kunnen zijn.

 

Meer dan ooit is het evangelie het allerbeste alternatief voor het denken dat in deze wereld aan ons opgedrongen wordt. Dat is het goede nieuws!

 

Onderwijzeres

Een hoogleraar sociologie stuurde eens zijn studenten erop uit om in de sloppenwijken van Baltimore van tweehonderd jongens het levensverhaal op te tekenen én bij elk van deze jongens een toekomstvoorspelling te geven. In alle gevallen luidde het oordeel van de studenten: het wordt niks met hem. Geen schijn van kans.

Vijfentwintig jaar later stuitte een andere hoogleraar op de gegevens van dit oude onderzoek. En hij gaf zijn studenten opdracht een vervolgonderzoek te doen. Wat bleek? Tien procent van de tweehonderd jongens bleek met onbekende bestemming vertrokken of overleden te zijn, maar van de resterende honderdtachtig waren er honderdzesenzeventig meer dan gemiddeld succesvol in het leven en werkzaam als advocaat, arts of zakenman.

De hoogleraar was verbijsterd en besloot de zaak verder te onderzoeken. Gelukkig woonden alle betrokkenen in de buurt, zodat hij iedereen kon bevragen naar de oorzaak van het succes. In alle gevallen was het antwoord: dat komt door een onderwijzeres die ik gehad heb.

Die onderwijzeres was nog in leven en de hoogleraar besloot haar op te zoeken. Hij vroeg de oude maar nog krasse vrouw welke toverkracht zij had gebruikt om deze jongens uit de sloppenwijk de weg naar een geslaagd leven te wijzen.

De ogen van de onderwijzeres begonnen te glinsteren en om haar lippen speelde een zachte glimlach. ‘Zo moeilijk was het helemaal niet,’ zei ze. ‘Ik hield gewoon van die jongens.’

 

Denkschema’s

De laatste tijd moet ik regelmatig aan dit verhaal denken. We leven in een verwarrende tijd die van grote invloed is op de ontwikkeling van jonge mensen. En het lijkt erop dat kerkelijke betrokkenheid niet zo heel veel verschil uitmaakt. Hoe kan dat toch? Is het dan echt zo dat we basale uitgangspunten kwijtraken zoals liefde, aandacht en verbondenheid die de onderwijzeres in bovenstaand verhaal vanzelfsprekend vond en die kennelijk alle verschil maken?

Hoe komt het dat wereldse denkschema’s zoveel gemakkelijker omarmd worden dan Gods gedachten over het leven? In Efeziërs 4 beschrijft Paulus een aantal kenmerken van mensen die zonder God leven. Hij noemt dan dingen als: zinloosheid van je denken, verduisterd in je verstand, onwetendheid, verharding van je hart en losbandigheid. En hij werpt dan de vraag op: zo hebben jullie Christus toch niet leren kennen? Als je door Hem onderwezen bent, word je toch vernieuwd in de geest van je denken? Dan ben je toch anders dan wat in de wereld aan je opgedrongen wordt?

Aan mijn studenten (positieve, gelovige jongeren) stelde ik de vraag: worden jullie op een andere manier volwassen dan jullie ongelovige vrienden? Ze antwoordden dat dit niet zo was. Ja, wel trouw op zondagen de kerkdiensten bezoeken en al het andere wat kerkelijke betrokkenheid met zich meebrengt, maar in essentie anders denken en doen? Nee, dat niet.

Kennelijk worden de wereldse denkschema’s zo massaal aan ons opgedrongen, dat we ze heel gemakkelijk eigen maken en ze onderdeel van ons denken en doen worden. Bijzonder hoogleraar Carmody Gray, verbonden aan de Radbouduniversiteit (Nijmegen), stelt: ‘In onze samenleving maken veel mensen zich zorgen over hun lichamelijke gezondheid. Maar terwijl we daar obsessief mee bezig zijn, letten we vaak niet op wat we mentaal binnen krijgen. We consumeren niet alleen voedsel, maar ook ideeën, beelden en geluiden. Dat beïnvloedt ons minstens zoveel als wat we eten en drinken.’

Door de enorme hoeveelheid prikkels die ‘van buiten’ op jongeren afkomen en die onontkoombaar lijken, is de beïnvloeding vanuit ouders, familie en kerk nog slechts een fractie van wat die ooit geweest is. De pedagogische vorming van binnenuit komt sterk in het gedrang door de invloeden van buiten het gezin. Bovendien verdwijnt de autoriteitsfunctie van ouders en andere opvoeders meer en meer. Ook wat dat betreft hoef je het nieuws maar te volgen om te zien wat er met gezagdragers gebeurt en hoe over hen gesproken wordt.

 

Zelfbeeld

Er zijn allerlei rapporten beschikbaar (o.a. GGD, GGZ, Trimbos Instituut) waarin gesproken wordt over de mentale situatie van jongeren. We kunnen niet heen om het leed dat daarin beschreven wordt. Er is sprake van veel eenzaamheid, van grote psychische problemen, jongeren lijden onder prestatiedruk en stress, hebben last van slaapproblemen en vermoeidheid. Toen ik cijfers van deze problematiek aan christelijke studenten voorhield en tegelijk hoopte dat deze niet herkenbaar voor hen zouden zijn, gaven zij terug dat juist wél zo is. Ook christelijke jongeren kennen deze mentale problemen. Dat raakt mij en het werpt ook de vraag op hoe dit kan. Staat het verhaal van Gods gedachten over het leven dan náást dat van deze wereld en is het niet geïntegreerd in het denken en geloven?

Ter illustratie: ik mocht spreken op een conferentie voor christelijke jongeren. En ik zei hen dat ik zoveel hoor en lees over negatieve zelfbeelden bij jongeren, uitmondend in de vraag: zitten er nu ook jongeren met een negatief zelfbeeld in deze zaal? En waar moet ik dan aan denken? Is dat vijf, tien of misschien wel twintig procent van de aanwezigen hier? Het antwoord was: doe maar vijfenzeventig procent! Veel van de jongeren die vertrouwd zijn met Gods woorden, die kerkelijk betrokken zijn, catechese gevolgd, die op christelijke scholen gezeten hebben, en die een heel oeuvre aan christelijke kinderliedjes uit hun hoofd kennen, hebben een negatief zelfbeeld. Toen ik hen vroeg wat daarvan de oorzaak is, zeiden ze: er wordt heel veel van ons verwacht en we zijn bang dat we dat niet kunnen waarmaken. 

 

Van een Griekse wijsgeer leerde ik ooit dat opvoeden geen emmer vullen is, maar een vuur ontsteken. Hoe dat kan, komt een volgende keer aan de orde.

 

Els van Dijk, Veenendaal

 

Drs. E.J. van Dijk is columnist en spreker en was directeur van de Evangelische Hogeschool.