In het vorige artikel is aangegeven hoe het komt dat sociale media apps werken zoals ze werken en waarom ze zo makkelijk zoveel tijd van ons in beslag nemen. In dit artikel ga ik in op gevolgen daarvan voor ons en ons brein.
Lange tijd is gedacht dat ons brein zich vormt in de kindertijd en dat met het volwassen worden het brein zich fixeert. ‘Het kind is de vader van de man’ is een uitspraak die weergeeft hoe men vroeger over het brein dacht. Maar met de komst van modern hersenonderzoek bleek deze gedachte onjuist te zijn. Het brein behoudt zijn plasticiteit tot onze dood. Ieder van ons is voortdurend bezig om delen van het brein te versterken en andere delen af te zwakken. Een van de meest effectieve manieren waarop we dit doen, is het gebruik van gereedschap. Daarbij moet het woord gereedschap zo breed mogelijk worden opgevat.
Taxichauffeurs
Een van de eerste echte bewijzen voor neuroplasticiteit was een onderzoek bij Londense taxichauffeurs. Deze chauffeurs moeten in hun opleiding zo’n vijfentwintigduizend straten uit hun hoofd leren. Tijdens dit onderzoek bleek dat het leren van deze straten een deel van hun hersenen (de hippocampus) significant had vergroot. Deze vergroting is een zichzelf versterkend proces: het oefenen met de straten vergrootte hun hippocampus en de vergroting van de hippocampus vergemakkelijkte en verbeterde het leren van de straten.
Deze aanpassing van ons brein maakt het voor mensen mogelijk om echt goed te worden in een bepaalde activiteit. Van timmerman tot violist en van chauffeur tot chirurg wordt het verschil tussen de amateur en de professional bepaald door de mate waarin het brein zich heeft kunnen aanpassen.
Naast deze duidelijke aanpassing van het brein is er ook een wat meer verborgen aanpassing mogelijk. Dit gebeurt wanneer we dingen doen die niet zozeer voelen als werk, maar die toch op dezelfde manier ons brein veranderen. Een van de meest onderzochte en meest invloedrijke manieren waarop we dit eeuwenlang hebben gedaan, is door het lezen. Lezen verbetert de concentratie, het geheugen, de mogelijkheid verbanden te leggen en tot nieuwe inzichten te komen.
Maar – en daar gaat het nu om – als er positieve gereedschappen zijn die ons brein ten goede veranderen, is het omgekeerde ook mogelijk. Er zijn gereedschappen die we ten nadele van ons brein kunnen gebruiken. Ook daarbij geldt dat hoe meer tijd we in zo’n gereedschap stoppen, des te diepgaander deze verandering zich kan doorzetten.
Brokkelbrein
Het veelvuldig gebruik van de smartphone heeft gevolgen voor onze ontwikkeling. Omdat het brein van kinderen en jongeren veel plastischer is dan het brein van een oudere, zullen in deze jonge breinen de gevolgen het meest zichtbaar worden.
Een van de gevolgen is het zogenaamde brokkelbrein, een term van de Nederlandse neuropsychiater Theo Compernolle. Een dergelijk brein kan zich niet meer concentreren. Het is voortdurend zo overspoeld geweest met prikkels dat het daaraan verslaafd is geraakt. Mensen met een brokkelbrein ervaren onrust en concentratieproblematiek, en hebben moeite met het beheersen van impulsen.
Een ander gevolg van het veelvuldig gebruik van de smartphone is eenzaamheid, vooral onder jonge mensen. Sherry Turkle beschrijft in haar boek Alone, Together dat deze eenzaamheid ontstaat doordat kinderen niet meer leren alleen te zijn. Eenzaamheid is in haar optiek het onvermogen alleen te zijn. Het Engels heeft niet voor niets twee woorden om eenzaamheid aan te duiden: solitude (positief) en loneliness (negatief). Ons alleen-zijn wordt iets moois (solitude) wanneer we comfortabel zijn geworden met onszelf en onze eigen gedachten en gevoelens. Dit is een proces dat we vroeger automatisch leerden doordat we alleen waren in onze slaapkamer, op de fiets naar school of in het bushokje. Nu worden al deze momenten gevuld met ‘anderen’ en dat leidt, paradoxaal genoeg, tot eenzaamheid. Op een gegeven moment beseffen we dat het digitale contact niet voldoende is. Tegelijkertijd kunnen we al bijna niet meer alleen zijn en weten we ook niet meer hoe we een normaal contact moeten opzetten.
Weer een ander gevolg van het veelvuldig gebruik van de smartphone is verslaving. Het puberbrein combineert twee eigenschappen die het extra gevoelig maken voor verslaving: een verlangen naar prikkels én een nog slecht ontwikkelde rem op die prikkels. Sociale media-apps weten hier feilloos op in te spelen. Er is geen natuurlijk ‘stop-moment’ meer. Het scrollen gaat maar door (infinite scroll). Geluid, trilling en icoontje attenderen op iets wat je aandacht zou moeten hebben. Er zijn streaks (reeksen van activiteiten op de smartphone) die steeds moeilijker te verbreken zijn. Bovendien is er wat FOMO wordt genoemd: Fear Of Missing Out). De angst iets belangrijks te missen is een ongekend sterke stimulans om te blijven kijken. Al deze (en meer!) facetten werken mee aan de mate waarin het brein verslaafd raakt.
Kwijnend zelfbeeld
Wie voortdurend geconfronteerd wordt met beelden van mensen die er leuker uitzien, grappiger zijn, een mooiere vakantie hebben, lekkerder eten en stoerdere vrienden hebben, kan zomaar overtuigd raken van de gedachte dat er dan wel iets mis moet zijn met eigen leven, lichaam en persoonlijkheid. Een van de meest schrikbarende conclusies van Jonathan Haidt in zijn boek The Anxious Generation is dat zelfdoding onder tienermeiden in westerse landen met 167 procent is toegenomen en dat er een duidelijk verband is tussen zelfbeschadiging en de mate van telefoongebruik.
Dit artikel sluit ik af met drie bijbelverzen. Het eerste vers is een woord van Johannes de Doper over Jezus: Hij moet groter worden en ik kleiner (Joh. 3:30). Het tweede vers is een woord van Paulus: Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf (Filip. 2:3). Hiermee wordt de ongekende ik-gerichtheid van de hele sociale mediawereld onder kritiek gesteld: niet ik, maar God, en: niet ik, maar de ander!
Als laatste de waarschuwing van Paulus aan de gemeente van Korinte: U zegt: ‘Alles is mij toegestaan.’ Maar niet alles is goed voor u. Zeker, alles is mij toegestaan, maar ik mag me door niets laten beheersen (1 Kor. 6:12). Dit is toch de elementaire waarheid voor iemand die is vrijgemaakt. In het vrij zijn laten we de vrijmakende kracht zien van de God die we dienen. Kortom, we zijn het onze kinderen, onszelf en onze God verplicht kritisch te blijven nadenken over deze materie en besluiten te nemen die misschien wel pijnlijk zijn.
Erwin Meerkerk, Sliedrecht
Erwin Meerkerk is docent Engels op de Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem. Daar is hij lid van de werkgroep AI. Daarnaast geeft hij Engels aan de lerarenopleiding van Driestar Hogeschool in Gouda.