Internet is onder andere een onuitputtelijke bron van informatie. Elke vraag die je hebt kun je stellen en je krijgt nog antwoord ook. Voor veel jongeren is het ook een zoekmachine die kan helpen bij een diagnose over bepaalde (psychische) problematiek.

 

Vorig jaar bleek uit een onderzoek dat drie op de tien jongeren zelf bepalen of zij een psychische stoornis hebben. Op sociale media circuleren talloze video’s waarin informatie over psychische aandoeningen wordt gedeeld, maar veel van die informatie is absoluut niet betrouwbaar. Sociale media zijn geen goede bron als het gaat om zoeken van verklaringen voor je gedrag. Maar de informatie daar draagt wel bij aan het problematiseren wat onder jongeren ook gebeurt. Steeds meer worden jongeren elkaars hulpverlener. Er is druk verkeer gaande in het elkaar toesturen van filmpjes via TikTok bijvoorbeeld.

 

Kans

Bijzonder hoogleraar Levi van Dam wil de toenemende mentale en psychische problematiek onder jongeren wat relativeren. Hij stelt dat het aantal jongeren met klachten de laatste decennia zo ongeveer gelijk is gebleven (wel stabiel hoog!), maar dat jongeren het nu alleen veel beter onder woorden kunnen brengen. Ze hebben geen baat bij een zoveelste vorm van therapie. Ze hebben betere relaties nodig met zichzelf, met anderen en de wereld om hen heen. ‘Een uur praten met je oma, kan net zo goed helpen.’ Die betere relaties kan ik alleen maar beamen. Ik heb het jarenlang zien gebeuren: jongeren die zich opgenomen weten in een gemeenschap, die zich daar veilig weten en die gekend en gezien worden. En die met die basis tot groei en bloei komen. Wat een geweldige kans ook voor kerkelijke gemeenschappen om dit vorm te geven!

Voordat ik bij de kern kom van wat eraan mankeert in deze tijd, nog even dit. Het lijkt erop dat mensen – en jongeren dus ook – niet meer om kunnen gaan met gemis, tekort, verdriet, teleurstellingen, met de gebrokenheid die het leven kenmerkt. Van hulpverleners hoor ik dat hun wachtkamers vol zitten met mensen die lijden aan ‘het normale leed’ dat deze gebroken wereld kenmerkt. Niemand ontkomt eraan dat het leven soms bijzonder veel pijn doet en dat tegenslagen verwerkt moeten worden. Steeds meer hebben mensen daar professionele hulp bij nodig. Misschien ook wel omdat iedereen het motto ‘Gij zult gelukkig zijn’ meekrijgt.

 

Zingevingscrisis

Daarmee kom ik op de kern van wat mist in deze tijd. De grootste crisis in dit welvarende land noem ik de zingevingscrisis. Alles wat te maken heeft met Jezus willen volgen, met vrucht dragen, met van betekenis willen zijn in deze wereld is vervangen door materiële zaken, door vooral met jezelf bezig zijn, met succes en voorspoed. En juist dat maakt onmachtig, onvrij, kwetsbaar, egocentrisch, somber en genereert een gevoel van zinloosheid. In een wereld waarin het grote vergelijken met anderen aan de orde van de dag is, zijn altijd wel mensen en situaties te vinden waar het beter is dan bij jezelf. Als er enerzijds een existentiële leegte is, niet weten waarvoor je leeft en met wie, en anderzijds een veeleisende wereld, knapt er zomaar iets. Dan ben je dus niet weerbaar voor de moeilijkheden die ongetwijfeld ook op je pad komen.

Zonder uitputtend te willen en kunnen zijn, noem ik drie oorzaken van deze zingevingscrisis.

Als je vandaag iemand wilt zijn, moet je jezelf de lucht insteken. Je moet iedereen (bijvoorbeeld op sociale media) laten zien hoe geweldig je bent. Je moet jezelf verkopen. Je moet je eigen marketingmanager zijn.

De tweede oorzaak zit in de terreur van het perfecte plaatje. Je moet de beste opleiding hebben een geweldige loopbaan, een goed figuur, een gave huid, verre reizen maken en wat al niet meer. De prestatiedruk is enorm. Op de dag dat ik dit artikel schrijf lees ik in de krant dat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving stelt dat het collectieve welzijn onder druk staat, veroorzaakt door de normalisering van efficiëntie, prestatie en haast. De belangrijkste factor voor de overspannenheid van de samenleving zijn de prestatiedruk en de daarmee samenhangende jacht naar meer en beter.

 

Selfiecultuur

Als derde oorzaak voor de zingevingscrisis noem ik de selfiecultuur. Kijken heeft plaats gemaakt voor gezien worden. Word ik wel gezien? Krijg ik wel applaus? De motivatie om dingen te doen zit in de verwachtingspatronen van anderen. Niet uit een innerlijke oriëntatie en overtuiging, maar uit wat ‘men’ doet en vindt. De druk van buiten is bij velen groter dan het verlangen van binnen.

Met de vraag: hoe zou jij van betekenis willen zijn in deze wereld? Hoe wil jij van toegevoegde waarde zijn?, weten velen geen raad. Nog nooit over nagedacht.

Voor de kerk zie ik hier een belangrijke rol weggelegd. Namelijk de diagnostische functie om de tijdgeest te ontmaskeren, de heilloze manier van denken die ons allemaal kan overkomen maar waar jongeren helemaal vatbaar voor zijn. Want zij worden dagelijks overspoeld, zeker ook in hun digitale wereld, met een denken dat niet uit God is, waarover Paulus dus zegt: jullie zijn toch anders? Jullie hebben toch van Christus geleerd? En Hij is toch anders? Dat anders-zijn is vaak uitgelegd als een tegengeluid laten horen in morele kwesties. Nu is dat niet onbelangrijk natuurlijk, maar het venijn in deze tijd zit ook in het ‘gewone’ leven. In bijvoorbeeld de prestatiedruk waar kinderen op de basisschool al last van hebben. De lat wordt steeds hoger gelegd en opvoeders kunnen daar zomaar aan meedoen en wel vanuit het motto dat je toch het beste voor je kind wilt. Maar het beste is niet hetzelfde als het hoogste.

Ik zie voor de kerk dan ook een preventieve functie: kerkleden – en dus ook jongeren! – weerbaar en immuun maken voor angst, somberheid, haat, populisme en andere wereldse denkschema’s. In de kerk mogen mensen vertrouwd raken met het ‘normale christelijke leven’, en mag het verlangen aangewakkerd worden naar een betere wereld waar vrede en gerechtigheid wonen. In Jesaja lees ik het zo: ‘Al uw kinderen zullen door de Heere onderwezen zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.’  (wordt vervolgd)

 

 

Els van Dijk, Veenendaal

 

Drs. E.J. van Dijk is columnist en spreker en was directeur van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort.