Vakantie en rust zijn woorden die bij elkaar horen. ‘Rust goed uit,’ hoor je geregeld zeggen als je zegt dat je op vakantie gaat of vakantie hebt. Rust is blijkbaar nodig om het vol te houden. In het gewone leven, buiten de vakanties om, komt daar (te) weinig van.

 

Wie vandaag spreekt over rust, denkt al snel aan ontspanning, vakantie of een leven zonder stress. De boekhandel ligt vol met boeken over mindfulness, balans en innerlijke vrede. Ook christenen verlangen naar rust. Maar de Bijbel verstaat onder rust iets wezenlijk anders.

 

Bevochten stilte

De rust waarvan Psalm 62 spreekt, ontstaat niet doordat de storm gaat liggen, maar doordat God Zijn kinderen vasthoudt midden in de storm. Juist daarom heeft deze psalm zoveel te zeggen. De dichter belijdt: ‘Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust.’ Toch blijkt enkele verzen later dat deze rust geen vanzelfsprekend bezit is. Hij moet zichzelf opnieuw toespreken: ‘Zoek rust mijn ziel bij God alleen.’ Om hem heen is rumoer. Vijanden proberen hem omver te werpen. Zijn geloof wordt aangevochten. De stilte van Psalm 62 is geen ongestoorde stilte, maar een bevochten stilte.

De Nederlandse theoloog Oepke Noordmans heeft dat treffend beschreven. Hij plaatst Psalm 62 tussen Psalm 22 en Psalm 131. Psalm 22 is de psalm van de verlatenheid. Daar roept de dichter dag en nacht, maar God lijkt niet te antwoorden. Psalm 131 ademt juist de rust van een gespeend kind dat veilig bij zijn moeder ligt. Psalm 62 bevindt zich precies daartussenin. De dichter kent de aanvechting nog volop, maar hij heeft geleerd zijn verwachting op God te stellen. Zijn stilte is niet de afwezigheid van strijd, maar het vertrouwen dat de strijd niet het laatste woord heeft.

Dat is ook de geestelijke weg die Dietrich Bonhoeffer heeft leren gaan. Bonhoeffer leefde in een tijd waar rust totaal niet aanwezig was. Alleen maar onrust! Hij maakte de opkomst van het nationaalsocialisme mee, verzette zich openlijk tegen Hitler en belandde uiteindelijk in de gevangenis. Daar verloor hij vrijwel alles wat een mens zekerheid geeft: vrijheid, toekomst, familie en uiteindelijk zelfs zijn leven. Toch ademen zijn brieven uit de gevangenis geen wanhoop, maar een opmerkelijke rust.

 

Fundament

Die rust was geen karaktereigenschap en evenmin een vorm van stoïcijnse onverstoorbaarheid. Bonhoeffer kende angst, eenzaamheid en verdriet. Maar steeds weer keert hij terug naar hetzelfde fundament: God is aanwezig, ook wanneer Hij verborgen lijkt.

Voor Bonhoeffer is geloven daarom allereerst vertrouwen. Niet vertrouwen omdat wij Gods wegen begrijpen, maar omdat Christus ons is voorgegaan. In zijn boek Navolging schrijft hij dat Christus de gelovige niet roept tot een gemakkelijk leven, maar tot gehoorzaamheid. Juist op die weg wordt de mens werkelijk vrij. De rust van het geloof ontstaat niet doordat alle vragen verdwijnen, maar doordat Christus sterker blijkt dan onze vragen.

Daar raakt Bonhoeffer aan dezelfde spanning die Noordmans in Psalm 62 aanwijst. De gelovige staat niet boven de werkelijkheid. Hij leeft midden in de strijd. Hij ervaart soms Gods zwijgen. Hij kent momenten waarop het lijkt alsof de wereld door chaos en geweld wordt beheerst. Toch leert hij zwijgen voor God.

Dat zwijgen is geen passiviteit. Het is evenmin berusting, maar een actief wachten op God. Bonhoeffer hield in de gevangenis vast aan vaste tijden van gebed, Schriftlezing en meditatie. Niet omdat deze oefeningen alle zorgen wegnamen, maar omdat zij hem steeds opnieuw richtten op Gods beloften. Rust is niet iets wat wij produceren; zij wordt ontvangen uit Gods hand.

 

Wees stil

Wij leven in een cultuur waarin Gods aanwezigheid voor velen niet langer vanzelfsprekend is. Ook binnen de kerk kan de vraag opkomen waarom God zwijgt. Juist daarom spreekt Psalm 62 zo krachtig. De dichter hoort het rumoer van zijn tegenstanders. Hij voelt de druk van de omstandigheden. Toch zegt hij: ‘Van Hem is mijn heil.’ Zijn zekerheid ligt niet in zijn eigen geloofskracht, maar in Gods trouw.

Diezelfde zekerheid vinden wij terug aan het kruis van Christus. Christus bad Psalm 22: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ Ook Hij kende de verlatenheid. Toch hield Hij vast aan Zijn Vader. De stilte van Psalm 62 krijgt haar diepste vervulling in Hem. Christus ging de diepste godverlatenheid binnen om voor Zijn kinderen de weg naar Gods vrede te openen.

Daarom is christelijke rust nooit goedkoop. Zij groeit niet buiten de strijd om, maar juist erin. Wie de Psalmen leest, ontdekt dat geloof en aanvechting vaak samengaan. De gelovige leert niet alleen zingen, maar ook zuchten. Toch blijft onder alles de vaste belijdenis klinken: ‘Van Hem is mijn heil.’

Kort voor zijn executie sprak Bonhoeffer: ‘Dit is het einde – voor mij het begin van het leven.’ Dat was geen heldhaftige bravoure. Het was de vrucht van een leven dat had geleerd stil te zijn tot God.

Misschien is dat wel de grootste les voor onze tijd. Rust wordt niet gevonden in een stillere agenda of in gunstiger omstandigheden, hoe helpend dat ook kan zijn. Zij wordt gevonden in de levende God. Soms fluisterend, soms met bevende stem, maar steeds opnieuw mag de gemeente zichzelf toespreken: ‘Wees stil mijn ziel; want van Hem is mijn verwachting.’ Dat is geen triomfalisme. Dat is geloof. Het is de stilte die door het rumoer heen geboren wordt.

 

Jurrian Oosterbroek, Hoogeveen