Geurt Henk van Kooten heeft een bijzonder boeiend en instructief boek geschreven over de evangeliën. Dit boek heeft de tongen losgemaakt omdat het een verrassend beeld schetst over het ontstaan van de evangeliën.

 

Verrassend is dat Van Kooten de gedachte bestrijdt dat het evangelie van Johannes pas vrij laat, na de andere drie evangeliën, is geschreven. Dat het evangelie vrij laat geschreven zou zijn, zou, zoals vaak wordt gezegd, blijken uit het feit dat Johannes de theoloog onder de evangelisten is en de godheid van Jezus onderstreept. Van Kooten, hoogleraar theologie aan de universiteit van Cambridge (Engeland), ontkent eveneens de gedachte dat Matteüs en Lucas naast Marcus gebruik hebben gemaakt van een bron van uitspraken van Jezus die Q (van: Quelle, bron) wordt genoemd.

 

Opstand

Het evangelie van Johannes is volgens Van Kooten geschreven in het jaar 65 n.Chr. Toen was de opstand van de Joden tegen de Romeinse bezetter (66-70 n.Chr.) nog niet begonnen. Jeruzalem ademt nog de macht van de periode van de vorsten die regeerden vóór die opstand. De schrijver was waarschijnlijk Johannes de Oudere, een discipel uit Judea, dus niet een van de twaalven die Jezus waren gevolgd uit Galilea. Johannes de Oudere was een bekende van de hogepriester (18:15), kende Nicodemus (3:1) en Jozef van Arimathea. Misschien was hij werkzaam in het secretariaat van de tempel. In elk geval was hij een vaardige schrijver en bekend met de Griekse literatuur en cultuur.

Johannes schrijft zijn evangelie vanuit het perspectief van Judea: Jezus onderneemt volgens dit evangelie minstens drie reizen naar Jeruzalem. Zo probeert Johannes de Grieken, als verloren ‘zonen van Adam’ te verenigen met de Joden, zodat zij samen Jezus zullen erkennen. Later is Johannes naar Klein-Azië gegaan waar hij de drie brieven heeft geschreven die in de Bijbel zijn opgenomen, en zijn Openbaring.

Marcus heeft zijn evangelie iets later voltooid, namelijk in de jaren 67-70 v.Chr. Daarin vertelt hij wat hij van Petrus heeft gehoord. In Rome heeft hij hem namelijk ontmoet. Zelf was Marcus een Romein, wat onder andere blijkt uit zijn naam, maar ook uit de Latijns aandoende woorden (latinismen) in zijn evangelie. Nadat Petrus in 64 v.Chr. de marteldood was gestorven, vertrok Marcus naar Judea, naar Caesarea (aan de zee), waar hij zijn evangelie heeft voltooid. Hij vertelt het goede nieuws vanuit het perspectief van Galilea. Daar kwam Petrus immers vandaan. Tegelijkertijd wil Marcus aan zijn (Romeinse) lezers duidelijk maken dat christenen geen deel hebben aan de Joodse opstand. Het koninkrijk van God is geen aards maar een hemels koninkrijk. Jezus is geen politieke revolutionair.

 

Niet-politieke boodschap

Het derde evangelie qua tijd is het evangelie van Matteüs. Matteüs, een van de twaalf discipelen, heeft zijn evangelie voltooid in het jaar 80 n.Chr., waarschijnlijk in Antiochië (Syrië). Daarbij heeft hij het evangelie van Marcus als uitgangspunt genomen. Zelf schreef hij vooral voor christenen uit de Joden. Hij heeft aan het evangelie van Marcus een en ander toegevoegd. Hij wilde dat evangelie ‘geschikter’ maken voor zijn lezerspubliek na de val van Jeruzalem (70 n.Chr.) en een vollediger beeld van Jezus bieden, minder ‘raadselachtig’ dan bij Marcus. Tegelijkertijd onderstreept hij eveneens de niet-politieke boodschap van Jezus: de komst van een volstrekt nieuw koninkrijk. In dat koninkrijk is ook plaats voor andere volken. Zo schrijft Matteüs over de wijzen uit het Oosten. Die wijzen konden afreizen naar Betlehem omdat er toen nog vrede was tussen hun volk (de Parthen) en de Romeinen.

Bij Matteüs zijn echter ook motieven uit het evangelie van Johannes herkenbaar. Daarmee was hij blijkbaar ook bekend. Zo schrijft Matteüs bijvoorbeeld over de ontmoeting van Jezus met Maria Magdalena na zijn opstanding. Wat Matteüs verder van Johannes heeft overgenomen, is bijvoorbeeld de uitspraak van Jezus dat niemand de Zoon kent behalve de Vader en niemand de Vader kent behalve de Zoon en allen aan wie de Zoon wenst Hem te openbaren (Mat. 11:27).

Heel lezenswaardig is ook wat Van Kooten schrijft over het evangelie van Lucas. Dit evangelie werd veel later voltooid, waarschijnlijk rond het jaar 100 n.Chr. Hij zal toen ongeveer vijfenzeventig jaar zijn geweest. Zo’n veertig of vijftig jaar eerder was hij een medewerker van Paulus. Als arts had hij een gedegen opleiding achter de rug. Artsen waren in die tijd ook filosofisch onderlegd.

 

Lezerspubliek

Toen Lucas zijn evangelie schreef (in Rome), heeft hij vooral een herziening van Matteüs willen geven voor een Romeins lezerspubliek. Daarnaast heeft hij de evangeliën van Johannes en Marcus geraadpleegd (vgl. Luc. 1:1-4). Maar er is meer: Lucas heeft ook gebruikgemaakt van het indrukwekkende boek van Flavius Josephus over de oude geschiedenis van de Joden. Dat boek was toen waarschijnlijk te raadplegen in de bibliotheek van de Tempel van de Vrede in Rome.

Deze stad waar Lucas zijn evangelie schreef, Rome, had invloed op zijn tekening van Jezus. De evangelist tekent Jezus vooral als de koning die boven verdriet, wanhoop en het gevoel van verlatenheid staat. Zo is Jezus heel aansprekend voor de Romeinen. Zij waarderen de desbetreffende deugden zeer.

Daarbij doet echter Lucas niets af van de kern van het evangelie. Wel probeert hij het goede nieuws zo dicht mogelijk bij zijn lezers te brengen. Misschien laat hij ook daarom weg wat Johannes en Matteüs wel vermelden, namelijk de ontmoeting van de opgestane Christus met Mara Magdalena. Volgens Van Kooten deed hij omdat een vrouwelijke getuige de geloofwaardigheid van het evangelie niet ten goede zou komen. Voor de Romeinen waren alleen mannen echt betrouwbare getuigen.

Een bijzonder accent in dit evangelie van Lucas krijgt de goddelijke bewogenheid met een wereld in nood. Voor volgelingen van Jezus is het nodig barmhartigheid te betonen jegens armen en behoeftigen. Dat moet ook gewone Romeinen hebben aangesproken die vaak leefden in moeilijke omstandigheden.

 

Van Kooten heeft een mooi en goed leesbaar boek geschreven. Steeds komt hij terug op wat hij eerder heeft gezegd, zodat je als lezer steeds bij de les kunt blijven. Wel zijn er punten waarbij vragen te stellen zijn. Volgens mij kun je niet zeggen dat Jezus een radicaal pacifisme leert. Evenmin dat Jezus de wet van Mozes tegenspreekt. Dat is te ongenuanceerd. Daarover is meer te zeggen. Desondanks blijft mijn waardering. Heel waardevol is dat in dit boek de verschillende perspectieven van de evangeliën naar voren komen en de vaardigheden en kunde van de vier evangelisten. Het boek verrijkt de kennis van de evangeliën en onderstreept hun betrouwbaarheid. Ten slotte een tip: De Ongelooflijke Podcast, #280.

 

 

Douwe Steensma,  Feanwâlden

 

N.a.v. Geurt Henk van Kooten, Echo’s van het goede nieuws. De evangeliën in context, toen en nu. Met meer dan 40 illustraties en een kaart,  KokBoekencentrum: Utrecht, 2026, 358 p., € 29,99, ISBN 978 90 435 4379 8.