Na kennisgemaakt te hebben met de ontstaansgeschiedenis van de kerk in Ethiopië, zoomen we in dit artikel een beetje in op theologische ontwikkelingen binnen deze oude kerk. Wat kunnen we daarvan zeggen?
Een eerste opmerkelijk gegeven is de verworteling van heel veel elementen van de theologie van de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk in het jodendom. Met trots wordt daarop gewezen.
In het vorige artikel noemde ik Menelik I, die volgens de legende de zoon was van koning Salomo en de koningin van Seba, en die bij een bezoek aan zijn vader in Jeruzalem tot koning over Ethiopië werd gezalfd en toen ook de Ark van het Verbond zou hebben meegenomen naar Ethiopië. Volgens de overlevering zou de Ark zich in Aksum bevinden.
Aksum
Aksum kwam in 2021 in het nieuws toen er een bloedbad werd aangericht in de kerk waar de Ark zich zou bevinden. Honderden gelovigen werden toen door Eritrese soldaten uit die kerk gesleept en vermoord. Het is niet moeilijk je voor te stellen hoezeer die gebeurtenis, op die voor de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk zo heilige plek, diepe sporen heeft getrokken. Ook omdat er berichten circuleerden dat oude bijbelse en antieke religieuze voorwerpen bij deze aanslag werden gestolen: voorwerpen die in de traditie van de kerk verbonden werden met de aanwezigheid van God op aarde.
Vanuit het Oude Testament weten we van de Shechina: de wolk of vuurkolom waarmee God meetrok met het volk Israël door de woestijn en die zijn aanwezigheid zichtbaar maakte. Diezelfde gedachte, dat God aanwezig is, was (en is) bepalend voor het theologische denken van de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk. Meteen ligt daar ook een verklaring voor de duidelijke betekenis van allerlei praktijken en voorschriften die direct uit het Oude Testament lijken te komen, maar die helemaal verweven geraakt zijn met het (dagelijkse) christelijke leven: mannen worden besneden, er worden Joodse spijswetten in acht genomen en de sabbat wordt – naast de zondag – gevierd.
Traditie
Lange tijd regeerde de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk het denken en leven van de christenheid in Ethiopië. Daarbij is er, naast de invloeden van het Oude Testament, op een ander duidelijk punt te wijzen wanneer we dieper inzoomen op de theologie. Er is namelijk sprake van een theologische hoofdlijn die eeuwenlang gold als het samenhangende en ook verbindende element binnen de kerk in Ethiopië. Dat verbindende element was (en is) voor een groot deel nog altijd gelegen in de Ethiopisch-orthodoxe leer over Christus. Deze theologie stelt dat Jezus Christus één enkele, goddelijk-menselijke natuur heeft. Deze leer (het miafysitisme) verschilt duidelijk van de lijn die door de oosters-orthodoxe en westerse kerk is vastgesteld op het concilie van Chalcedon (451), waar is uitgesproken dat Christus één persoon is in twee naturen (volledig God én volledig mens).
Nog een ander element dat de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk karakteriseert is het gebruik van de heilige taal: het Ge’ez. Het is een taal die oude Afro-Aziatische wortels heeft waarbij duidelijke verwevenheid is met Ethio-Semitische talen. Dus, weer een verwantschap met het volk Israël. Het Ge’ez werd oorspronkelijk gesproken in Ethiopië en Eritrea, maar is inmiddels als spreektaal helemaal uitgestorven. In de liturgie van de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk functioneert het Ge’ez echter nog steeds. Het is wel eens aangeduid als de muzikale ruggengraat onder de eredienst, omdat deze taal al eeuwenlang gebruikt wordt bij het lezen, reciteren en uitleggen van de heilige teksten. Het Ge’ez houdt die traditie in leven, al gaan er steeds meer stemmen op om ook andere talen te gebruiken in de kerk.
Protestantisme
Sinds de laatste decennia is er in de Ethiopische context sprake van een sterke groei van kerken die uit het Westen komen en overwegend protestants zijn. Ze worden P’ent’ay genoemd: een aanduiding van voornamelijk evangelische en pinksterkerken. De groei van deze groepen is enorm. Exacte cijfers ontbreken, maar terwijl in de jaren zestig van de vorige eeuw circa één procent van de christenen tot protestantse kerken behoorde, is dat rond 2020 ruim twintig procent. Daarbij komen ook theologische verschillen aan de oppervlakte, waarbij met name de betekenis van het begrip genade zichtbaar wordt. Het is duidelijk dat het heel wat uitmaakt of een mens gered wordt door een levenslang proces van deelnemen aan de (zeven) sacramenten en door het strikt vasten en het verrichten van goede werken of in een eenmalig beslissend moment waarin wat Christus tot stand bracht aan het kruis in het geloof ontvangen wordt. Het sola fide (alleen door het geloof) zoals dat is gaan spreken in de herontdekking van de genade in de tijd van de Reformatie, biedt op een heel andere manier houvast en geeft bevrijding en zekerheid.
Evaluatie
Het is niet mijn bedoeling om aan het eind van deze – te korte – kennismaking met de kerk in Ethiopië een theologische evaluatie te geven. Daarmee zou geen recht gedaan worden aan de kerken daar. Je kunt natuurlijk hele theologische bomen opzetten over wat er goed is of juist fout aan wat er over Christus gezegd wordt in de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk.
Liever dan dat eindig ik op een andere manier. Want wie in het geloof zicht krijgt op wie Christus is, komt altijd op de een of andere manier te staan voor het mysterie dat wij, kleine mensen die wij zijn, nooit helemaal in onze vingers krijgen hoe het zit. En wie daarbij dan kennisneemt van de grote wereldwijde kerk, waarbij men zich met alle verschillen die er zijn, geroepen weet door Christus, leert vooral bescheidenheid.
Wij weten lang niet alles, en belijden – vaak stamelend en stotterend – de grootheid van onze Heiland. En dat doen we op verschillende tonen, met verschillende stemmen en met verschillende woorden. Maar we doen het in het besef dat Hij altijd groter is, en dat het evangelie altijd rijker is dan wij ons kunnen voorstellen.
Dat is wat ik, als ik rondkijk in de wondere wereld van de wereldwijde kerk, steeds meer beleef.
Een volgende keer gaan we naar India.
Jan van ’t Spijker, Hoogeveen