De generale synode van Hoogeveen is geopend. De bidstond werd gehouden en de dag daarop begon de eerste vergaderweek. De afgevaardigden kwamen bijeen en begonnen aan het verantwoordelijke werk. Wat zal er allemaal aan de orde komen tijdens deze synode? Eén ding is helder: er wordt op verschillende manieren uitgekeken naar hoe het zal gaan.

 

In twee eerdere artikelen ben ik ingegaan op een aantal wezenlijke zaken die gelden als we op een gereformeerde manier over de kerk spreken. In dit derde artikel trek ik de lijnen uit die eerdere artikelen door.

 

Christocratie

De lijnen uit de beide eerdere artikelen komen principieel samen. We belijden dat we in de kerk aan elkaar gegeven zijn omdat we door Christus zijn uitgekozen (zie het eerste artikel). Tegelijk beseffen we, en we hebben dat ook in het fundamentele rapport Zoek eerst het Koninkrijk van God uitgesproken, dat samen kerk-zijn om een geestelijke houding vraagt (zie het tweede artikel). We onderschrijven deze beide lijnen omdat we er diep van overtuigd zijn dat de kerk het werk van God is. De kerk mag niet en nooit gezien worden als een menselijke organisatie waarin mensen op menselijke wijze handelen. Ik verwees in het eerste artikel naar mijn vader en grootvader, en ik doe dat in dit laatste artikel nog weer. Heel bewust. Ik hoor het mijn vader nog zeggen tijdens een van de colleges kerkrecht: de kerk is geen democratie waar de meerderheid van de helft plus één geldt. De kerk is een christocratie: in de kerk regeert Christus. En dus moet het op de manier van de Here gaan: in de plaatselijke gemeente, en ook als de kerk in bredere vergaderingen bij elkaar komt. Tot op de synode toe.

 

Toon

Dat zet ook de toon. Dat is een lijn die in het rapport Zoek eerst het Koninkrijk heel duidelijk wordt neergezet. Er wordt aangegeven dat er binnen de kerk niet alleen sprake is van verscheidenheid, maar ook ruimte is voor deze verscheidenheid. Daardoor wordt de eenheid niet belemmerd of zelfs verbroken, omdat de eenheid een werkelijkheid is die in Christus is gegeven. Hij heeft ons aan elkaar gegeven. Het is Zijn liefde, waarin zondaren zich gevonden mogen weten, deze zondaren aan elkaar verbindt en samenbrengt aan Zijn tafel. Juist daar, waar Zijn liefde geproefd mag worden in brood en wijn, wordt die diepe eenheid beleefd.

Die eenheid roept echter meteen om een werkelijk ontmoeten van elkaar in breder kerkelijk verband. In het rapport Zoek eerst het Koninkrijk wordt daarop gewezen. Bij het lezen kwam ik verschillende keren tegen dat gezegd wordt dat het nodig is dat er gesproken zou moeten worden over de echte dingen die aan de orde zijn. Maar, zo wordt geconstateerd, dat gebeurt al heel lang niet meer. Er wordt wel over elkaar gesproken, maar niet met elkaar.

Daarom hoop en bid ik dat er op de synode die nu begonnen is niet alleen maar vergaderd zal worden, waarbij aangewerkt wordt op het nemen van besluiten. Ik hoop en bid dat er op de synode vooral en in de eerste plaats met elkaar gesproken wordt. Ik ben ervan overtuigd dat het niet anders kan omdat de Here dat van ons vraagt, dat er over en weer naar elkaar geluisterd wordt, door-geluisterd, tot op het hart. Zodat er echt sprake is van een elkaar ontmoeten als kerken, om samen met elkaar te zoeken naar de weg die de Here aan ons als kerken wijst. Met elkaar, omdat we aan elkaar gegeven zijn. Omdat we elkaar nodig hebben.

 

Elkaar vinden

Ik schijf dat we elkaar nodig hebben, omdat het me brengt bij een van de meest wezenlijke beginselen (principia) van het gereformeerd kerkrecht, die ik via mijn vader van mijn grootvader, professor Jan Hovius, leerde. Het gaat om drie fundamentele artikelen uit de onze kerkorde. In artikel 31 wordt gesproken over het nemen van besluiten ‘na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen’. Daar sluit artikel 87 bij aan door te zeggen dat de artikelen, ‘die de orde van de kerken regelen, zijn vastgesteld en aangenomen met gemeenschappelijk akkoord’.  

Deze zinsnede: ‘met gemeenschappelijk akkoord’, of zoals het in oudere versies werd verwoord, ‘met gemeen akkoord’ brengt onder woorden dat er in de kerk geleefd wordt in een geestelijke eenheid. Het is een diepgeworteld beginsel van het kerkelijk met elkaar omgaan, dat veel dieper gaat dan ‘het er persoonlijk mee eens zijn’. In het ‘gemeen akkoord’ gaat het om het heil van het geheel van de kerken en om dat van de plaatselijke kerk. Daarbij merkte opa Hovius op (en dat haal ik uit aantekeningen die tijdens zijn college gemaakt werden): ‘wanneer in de besluitvorming een stemming ter synode wijst op een kleine meerderheid tegenover een grote minderheid en een dergelijk besluit als wettig genomen wordt erkend, dan is er geen sprake van een gemeen akkoord omdat een opdringen door een meerderheid aan een minderheid niet aan de orde mag zijn.’

Dat laatste zou namelijk strijdig zijn met wat in artikel 85 van de kerkorde wordt gesteld dat geen kerk over een andere kerk heerschappij zal voeren. Dat vijfentachtigste artikel stond in oude kerkordes zelfs als artikel 1 op de meest leidinggevende plaats. Het wees op de noodzaak van het zoeken naar een ‘gemeen akkoord’. En dus werd ter synode bij diepingrijpende besluiten door de voorzitter vaak een peiling gehouden waarbij – als een kleine meerderheid voor was en een ruime minderheid tegen – gesteld werd: we moeten dit besluit nu niet nemen, omdat het niet berust op een ‘gemeen akkoord’. Terwijl daar in de kerk naar gezocht moet worden. Omdat we elkaar nodig hebben.

 

Ik sluit af: de generale synode van Hoogeveen is geopend. De vergaderingen zijn begonnen. De agenda wordt vastgesteld. Van harte hoop ik, en bid ik, dat de vergaderingen ervan doordrongen zijn dat we in de Christelijke Gereformeerde Kerken aan elkaar gegeven zijn, ook en juist op deze bijzondere en zeer belangrijke synode. En ik bid dat dit besef leidend zal zijn in de manier waarop tijdens de synode vergaderd wordt. Het gaat er niet om dat nu de ene of de andere kant een meerderheid zal weten te verwerven om de kerk een bepaalde kant op te sturen.

Het zal erom gaan dat we juist nu, nu er zulke diepe vragen op tafel liggen, naar elkaar willen luisteren en zoeken: om samen – en zo mogelijk met eenparige stemmen, met gemeen akkoord – een weg te vinden waarop we tot eer van God, en tot zegen van de kerken vorm kunnen geven aan het wonder dat ons gegeven is, dat wij kerk mogen zijn van de Here Jezus Christus.

 

Jan van ’t Spijker, Hoogeveen