Sinds 2025 ben ik voor acht uur per week straatpastor in Leeuwarden. Uitgangspunt voor dit werk is de bijbeltekst: Behandel anderen dus steeds zo zoals je wilt dat ze jou behandelen (Mat. 7:12). Dat is concreet uitgewerkt in een aantal uitgangspunten, die komen uit de zogenaamde presentietheorie. Deze theorie is ontwikkeld in de praktijk van het straatpastoraat in Utrecht.

 

In dit artikel ga ik in op drie aspecten vanuit de presentietheorie aan de hand van praktijkvoorbeelden uit het straatpastoraat. Drie momenten die ook duidelijk maken wat wij mensen verlangen.

 

Aanwezigheid

‘Goede morgen, mag ik hier even zitten?’ Het was mijn eerste vraag toen ik aankwam als kersverse straatpastor bij een zogenaamde gedoogplek: een plek waar de gemeente toestaat dat er gebruikt en gedronken wordt. ‘Ok, prima, ga zitten,’ was de reactie. Daarna kwamen er wat vragen: ‘Wie ben je? Namens wie kom je? Van de politie? Wat wil je hier doen?’ Ik stelde mezelf voor – mijn naam en dat ik straatpastor ben – en zei: ‘Ik kom hier gewoon even bij jullie zijn.’ Ik mocht blijven.

Sommigen maakten een praatje. Vaak heel kort. Anderen keken het een beetje aan of negeerden me. Na ongeveer anderhalf uur erbij zitten, stond ik op en nam ik afscheid. Even zoekend hoe ik dat zou doen. Een rondje maar. Soms een hand. Soms een boks. Of een knikje. Voordat ik wegging draaide een van de aanwezigen, die me tot dan toe genegeerd had, zich even naar me toe en zei: ‘Cool dat je hier was.’ Blijkbaar werd het gewaardeerd dat ik er wilde zijn. Ook zonder een goed gesprek.

Misschien niet direct herkenbaar dit? Of lastig om dat toe te geven. Als je helemaal lekker in je zelfredzaamheid zit. Als alles, of in ieder geval veel, in je leven meezit en het niet stuk lijkt te kunnen en je genoeg sociale contacten hebt. Maar je hoeft bijvoorbeeld maar even ziek te zijn van de griep of je weet weer waarom het zo fijn is als er iemand is die een poosje bij je wil zijn.

 

Trouw

Op die ene plek ben ik blijven komen. Dat was niet altijd makkelijk. Er waren heel wat keren bij dat ik er geen echt gesprek voerde. Het was meer dat ik er gewoon was. Soms een paar zinnen van iemand maar ook regelmatig lange stilte. Alleen er zijn. Niet meer dan dat. Het was de tijd dat ik me wel eens afvroeg: wat als dit het is? Als ik hier drie jaar lang regelmatig zou komen zonder diepgaande contacten of gesprekken voer? Ben ik dan nog steeds gemotiveerd om bij deze mensen te zijn? Anders gezegd: kunnen deze mensen hier erop vertrouwen dat ik trouw wil zijn in de aanwezigheid?

Eerlijk gezegd denk ik dat de mensen daar bewust of onbewust hetzelfde dachten. Iets in de trant van leuk dat hij hier komt, maar hoe diep zit dat bij hem? Is hij echt geïnteresseerd of komt hij om iets te scoren? Doet hij het voor een of ander doel? Of komt hij echt voor ons? Laten we maar eens kijken hoe vaak en hoe lang hij terugkomt.  

Misschien moet je even goed graven, maar ik neem aan dat je dit ook wel herkent. Dat je verlangt naar mensen die er voor je zijn én die het volhouden om bij je te zijn. Ook als we niet zo aardig overkomen of we niet of niet zo snel veranderen als we wel zouden willen. En dat je daarom niet te snel blij wil zijn maar het even aankijkt. Helemaal als je al meerdere keren teleurstellingen op dit vlak hebt moeten incasseren.

 

Leefwereld

‘Ow, dus jij gaat nu het goede nieuws op straat verkondigen.’ Dat heb ik heel wat keren gehoord van mensen als reactie op het nieuws dat ik straatpastor werd. Maar een straatpastor is geen straatevangelist. Mijn eerste taak is niet een boodschap droppen, maar er zijn én zo mogelijk vragen stellen. Wie ben je? Hoe is het met je? Wat houdt je bezig?
Als ik dat niet doe, kan ik al gauw met iets komen waar de ander niet op zit te wachten. Zo sprak ik een keer een jongen die vertelde net dakloos geworden te zijn. ‘Heb je goede hulp bij het weer vinden van een huis?’ vroeg ik. Hij aarzelde even en zei toen: ‘Ik denk dat ik even geen huis wil.’
Ik ging dus te snel. Ik had opener vragen kunnen stellen zoals: Hoe is het voor je om dakloos te zijn? Of: Wat zou je nu willen? Maar ik dacht even te snel al te weten wat hij wilde. Maar ik vergiste me. Dat is verklaarbaar, want ik kan soms niets begrijpen van de verlangens van de ander. Maar dat moet ik me dan juist bewust zijn. Om juist te kunnen ontdekken wat die verlangens zijn.  

Ook dat is wel herkenbaar, neem ik aan. Als iemand iets met je deelt van zijn of haar zorgen, wil je vaak niets liever dan meteen werken aan een oplossing, ónze oplossing. Dan denk je al voor de ander in plaats van de simpele vraag te stellen: kan ik wat voor je doen? Dat biedt ruimte. Laat die ander het zelf maar zeggen. Ook als hij nu even niets van je wil of alleen dat je er bent en trouw blijft.

 

God en ons verlangen

Aanwezig, trouw en aansluiten bij onze leefwereld; God zelf is ons daarin voorgegaan. Allereerst in dat aanwezig zijn. Het zit al in de naam waarmee God zich aan Mozes bekendmaakt: Ik ben die ik ben, Ik zal er zijn (Ex. 3:14). God is erbij. De Heer Jezus heet later ook Immanuël, God met ons.  (Mat. 1:23). Hij liet dat ook concreet zien, bijvoorbeeld bij Zacheüs. Jezus zei tegen hem: ‘Ik moet vandaag bij jou in huis zijn’ (Luc. 19:5).

God is daarin ook trouw. Trouwer dan wij vaak durven geloven. De bijbelse beloften en voorbeelden hiervan zijn er te over. Zo sterk is het dat Paulus zegt: ‘Als wij ontrouw zijn, Hij blijft trouw. Zichzelf verloochenen kan Hij niet’ (2 Tim. 1:13).

Ook in die aansluiting bij onze leefwereld gaat God ons voor.  Toen de Heer Jezus op aarde was en veel mensen ontmoette stelde Hij vaak ook vragen waaruit dat te merken is: ‘Wat wil je dat Ik voor je doe?’ (Luc. 18:41) en: ‘Wil je gezond worden?’ (Joh. 5:6).

Door aanwezig te zijn én trouw én door aan te sluiten bij onze leefwereld laat God ons zien wie Hij is én laat Hij ons ontdekken dat er onder onze eerste verlangens, soms heel diep weggestopt, nog een dieper verlangen zit. Eentje waar we soms niet of niet meer over beginnen omdat we de moed verloren zijn. Omdat het te mooi klinkt om waar te zijn. Een heel nieuw begin. Vergeving en vernieuwing. Als een geschenk van God. Wie wil dat nou niet?

Als God zo is voor ons, is het ook onze taak daarin op Hem te lijken. In aanwezigheid, trouw én met aansluiting bij de leefwereld van anderen. Om daarin aan te sluiten bij wat mensen verlangen én een richtingwijzer te zijn naar God, Degene die meer dan wie ook maar ons diepste verlangen kan vervullen.

 

Bart Visser, Leeuwarden

 

Ds. M.B. Visser is predikant van de Bethelgemeente in Leeuwarden en straatpastor