In de ene kerk wordt er meer vorm en inhoud gegeven aan het collectemoment dan in de andere. Tot aan de coronacrisis was het collectemoment nog vrij uniform: enkele diakenen lieten één, twee of zelfs drie collectezakken door de rijen gaan.
Tijdens de coronacrisis ontstonden allerlei varianten. De meest voorkomende daarvan was de digitale variant met behulp van een QR-code. In sommige gemeenten werd zelfs de collectezak met de lange stok weer (tijdelijk) in ere hersteld.
Hoewel het vóór de coronacrisis al wel opkwam, heeft deze crisis wel een enorme impuls gegeven aan het digitaal collecteren. Soms gebeurt dat tijdens de dienst, met slechts een kort moment een QR-code op de beamer, eventueel aangevuld met een deurcollecte. In andere kerken wordt er wel weer rondgegaan met de collectezak, waarbij het in sommige gemeenten gewoonte is dat na de collecte de gevulde collectezakken zichtbaar op de tafel in het liturgisch centrum gelegd worden, al of niet met een uitgesproken gebed door een diaken. Gelukkig heeft de digitale vorm de collectezak nog niet helemaal verdreven.
Gelukkig, omdat de collecte of ‘dienst der offerande’ een wezenlijk en bijbels onderdeel van de eredienst is (1 Kor. 16). Maar of we nog moeten spreken over een offer? Geregeld wordt er gecollecteerd voor de eigen kerk. En natuurlijk kost kerk-zijn geld. We willen er warm bij zitten op zondag en tijdens vergaderingen, en er moet goed beeld zijn voor de mensen die thuis de kerkdienst meebeleven. Het geluid moet natuurlijk ook goed zijn. En aan al die kosten betalen we allemaal naar draagkracht mee. Maar of het dekken van kosten wat met een offer te maken heeft? Of het moest zijn dat we bij elke collecte een offer geven dat werkelijk pijn doet in de portemonnee.
In het bevestigingsformulier voor diakenen lezen we:
‘Zowel uit het Oude als uit het Nieuwe Testament leert de gemeente van Christus dat het volgen van haar Here een leven van barmhartigheid en gerechtigheid betekent. In navolging van Hem leert zijn gemeente een diaconale gemeente te zijn, betrokken op de ander om Christus’ wil, zowel binnen als buiten de gemeente. Hij kwam in de wereld om te dienen en leert zijn volgelingen dat ook te doen.’
In dat licht is het de vraag of het collecteren tijdens de erediensten bijbels gezien wel iets met het dekken van de kosten van de kerk te maken heeft. Of is met het stellen van deze vraag het antwoord al gegeven? Tijdens de eredienst alleen nog collecteren voor diaconie en goede doelen vraagt om omdenken. Niet alleen van de mensen die verantwoordelijk zijn voor alle geldstromen binnen de kerk, zoals de commissie van beheer en de diakenen. Het vraagt van alle gemeenteleden een omdenken. Wanneer alle eigen kosten voor eigen gemeente en kerkelijke kassen niet meer via de collecten opgehaald worden maar alleen nog via de vaste vrijwillige bijdrage, is dat spannend, zeker voor de mensen die financiële verantwoordelijkheid dragen. Daarom vraagt het naast omdenken nog meer om vertrouwen dat de Here erbij is en het besluit om deze weg te gaan wil zegenen. Hij heeft de blijmoedige gever lief.
Alexander Aalderink, Noordscheschut