Sport heeft een grote plaats in het leven van veel mensen. Veel gebeurt er op amateurniveau. Sommigen doen aan een teamsport, anderen hebben de voorkeur voor een individuele sport. Niet alleen degene die sport, maar ook de ouder(s). Er moet gereden, gekeken en gewassen worden. En er wordt bij sommige sporten natuurlijk ook een bijdrage gevraagd in de kantine.

Naast het sporten dat mensen zelf doen, zijn er in deze maanden ook veel sportwedstrijden te bekijken. Het begon aan het begin van dit kalenderjaar met de Olympische Winterspelen in Italië. Momenteel is het wereldkampioenschap voetbal bezig. Het wordt gehouden in Canada, de Verenigde Staten en Mexico. Vanaf begin juli kunnen liefhebbers van de fietssport hun hart ophalen als de Tour de France van start gaat.

Er zijn best wat vragen te stellen bij topsport. Neem nu de wereld van de voetbal. De geldbedragen die erin omgaan en de macht die de FIFA (Wereldvoetbalbond) heeft, zijn enorm. Daarnaast roept zo’n enorm evenement als een WK of een EK ook allerlei vragen op over politiek en over sociale gerechtigheid. En ook de druk die er op topsporters ligt is enorm.

Meer en meer komt er aandacht voor het mentale welzijn van topsporters. Hoe gaan ze op een goede manier om met de enorme druk die er is om te presteren. Alles draait om presteren. Dat geldt trouwens niet alleen voor topsport. Dat geldt al snel als je een spelletje gaat doen. De uitdrukking ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ klinkt mooi op papier, maar velen voelen intuïtief wel aan dat het zo toch niet werkt. Zelfs op de camping wordt er gebadmintond om een record te verbreken.

Mensen willen graag winnen en geen verliezer zijn. Dat geldt niet alleen in de sport. We vergelijken onszelf graag met een ander. Kinderen doen graag wedstrijdjes met van alles. Wie is er het eerst daar, het snelst of het sterkst? Dat gaat door bij het ouder worden. Wie heeft de beste cijfers van de klas? Wie is het meest populair? Wie draagt de leukste kleding? Wie heeft het in zijn gezin goed voor elkaar? Wie kan er netjes voor de dag komen? Zwak zijn en verliezen ligt ons mensen niet zo.

Door het geloof komt er een nieuw perspectief op winnen en verliezen. Paulus had een winnaarsmentaliteit. Hij wilde de allerbeste zijn. Hij wilde zich het allerbeste houden aan de wet van God. Er was niets op hem aan te merken. En hij wilde de meest fanatieke vervolger zijn van de christelijke gemeente. Hij had heel wat gewonnen in zijn leven. Toch noemt Paulus het in het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de Filippenzen vuilnis, omdat hij Christus heeft leren kennen en Christus zich aan hem bekendgemaakt heeft.

Hij heeft Jezus Christus als levende Heer ontmoet, Jezus die Zijn leven heeft verloren om het leven van Paulus te winnen. Door Jezus is er een weg geopend naar de Vader in de hemel. Paulus ervoer dat dit niet is gebeurd door zijn eigen daden, maar door de Here Jezus. Wat Christus gedaan heeft, is zo belangrijk dat Paulus zelfs kan zeggen dat sterven winst is (Fil. 1:21). Christus is zijn leven! Dat zet het winnen in de sport in een heel ander daglicht, en trouwens, niet alleen in de sport, maar in het hele leven.

 

Albert-Jan Dorst, Surhuisterveen