Ons kerkverband telt verscheidene deputaatschappen: commissies met deskundigen op een bepaald terrein. De kerken dragen het werk van deze deputaatschappen. Ze dragen het werk financieel, maar vooral ook door betrokkenheid. Voor deze betrokkenheid is onder meer nodig dat je weet wat een deputaatschap zoal doet. In deze rubriek vertellen deputaatschappen over hun werk. Deze week een artikel van het deputaatschap kerkorde en kerkrecht.

 

Waarom staan er op Prinsjesdag dranghekken in Den Haag langs de route, die de Gouden Koets met de koning en de koningin aflegt? Het antwoord laat zich raden: om een vrije doorgang te waarborgen voor de koning en zijn gevolg. Waarom hebben we in de kerk een kerkorde? Het antwoord is: om een vrije doorgang te waarborgen voor de Koning en zijn woord. Daar heb je nu precies de functie van dat groene boek (de uitgave van 2011) met alle afspraken die de eeuwen door gemaakt zijn. Want de opzet van onze kerkorde dateert al van 1571, toen de synode van de Nederlandse vluchtelingenkerken gehouden werd in Emden. 

Op de hoek bij een grote supermarkt staat een enquêteur. Ze vraagt aan het voorbijgaande publiek of ze iets mag vragen. Meer dan de helft zegt geen tijd te hebben en loopt gehaast verder. Een mevrouw in een scootmobiel, ze is hardhorend, mindert even vaart en zegt: ‘Wat zegt u?’
De enquêteur, met op haar neus een rood clownsdopje, vraagt of ze wel eens van Cliniclowns gehoord heeft.
Haar antwoord is kort: ‘Nee.’ Ze  geeft aan dat ze verder wil gaan.
‘Een fijne dag nog’, zegt de enquêteur.

Commentaar

  • Een nieuwe school 2017-12-15 18:58:45

    Na de zomervakantie zijn ze basisschoolkind af, dan gaan ze naar de brugklas, de kinderen die nu...

  • Geloofsvrijheid 2017-12-08 16:04:05

    Nu en dan bezint de gemeente Amsterdam zich op de verhouding tussen kerk en staat. Vorige week...

  • Beste reizigers 2017-12-01 18:24:42

    Vanaf december gaat de NS op de gender neutrale toer en klinkt bij het naderen van een station...

  • Klein 2017-11-24 17:56:28

    Hoe groot ook alweer? Zo groot – beter nog: zo klein – als een mosterdzaadje. Daar begint het mee...