Op vrijdag 3 november jl. zond de EO de Nationale Bijbelquiz uit. Een van de vragen luidde: Wat vindt Paulus van het huwelijk? Het antwoord dat de kandidaten (onder wie Arthur Japin, die in mijn vorige commentaar ook al werd genoemd) hadden moeten kiezen, luidde: 'Het is een last die Paulus ons graag bespaart'. Maar… is dat echt wat Paulus vindt? In 1 Korintiërs 7 spreekt de apostel over een bijzondere noodsituatie. Waarschijnlijk was er toen sprake van een ernstig graantekort in de stad. Wie een gezin wilde stichten, ging een grote verantwoordelijkheid aan. De last die dat meebracht, zou Paulus de Korintiërs graag besparen. Niet het huwelijk op zichzelf. Paulus was een jood, en wist van de grote waarde en vreugde van het huwelijk. En legde hij ook niet de lijn tussen enerzijds de huwelijksband tussen man en vrouw, en anderzijds de band tussen Christus en zijn gemeente? Eigenlijk had de HERE God die laatste geestelijke band in het begin al op het oog, toen Hij man en vrouw aan elkaar verbond (Ef.5,31-32).

De muziek had wat aarzelend en voorzichtig geklonken. Tijdens een avondmaalsviering enige tijd terug. Schalen en bekers gingen rond bij het getokkel op twee gitaren en de klank van een fluit. En het gebeurde dat er midden in de kerk een kindje van ongeveer achttien maanden begon te zingen. Het zat op schoot bij zijn vader, een uitgewezen asielzoeker. Het kindje zong dwars door de muziek van de gitaren en fluit heen, zelf een melodie bedenkend. Als een prille, hoge tegenstem. Ali ali...  zo zong het steeds.

Een muzikant zei na de dienst tegen mij: ‘Ik kon wel door de grond zakken. Wij bakten er niks van.’ Door het geluid van zijn eigen instrument had hij het kindje niet horen zingen. Maar de mensen om mij heen hadden tijdens de viering zitten glimlachen. Minutenlang ging het kinderlijke gezang door, samen met gitaar en fluit, zolang de viering duurde. Het leek wel of juist dat muzikaal-aarzelende, gemengd met dat dunne kinderstemgeluid iets deed openbreken. Alsof dat aarzelend-zoekende zich verbond met dat kwetsbare van dit vreemdelingenkind. En een uitweg zocht, en vond.

Het is weer bijna zover, dat moment dat we de klok een uur terugzetten en definitief richting de winter gaan. De afgelopen jaren ben ik zelf de overgang van de seizoenen steeds bewuster gaan beleven. Hoe dat kan weet ik niet precies. Misschien is het de dorpse omgeving waar ik woon. Misschien komt het door het contact met veel boeren die dichter bij de natuur leven. Hoe dan ook, in tegenstelling tot een jaar of tien geleden beleef ik de verandering van de seizoenen. Vooral de overgang van winter naar lente en van zomer naar herfst doet iets met me. Ik ruik het en voel het. In deze tijd van het jaar dat de kou weer in de lucht komt. Maar vooral dat het steeds donkerder wordt. Het gaat langzaam, maar het is onvermijdelijk. De wintertijd komt er weer aan.

Het is bijna zo ver. Mijn periode als redactielid zit er bijna op. Met heel veel plezier heb ik twaalf jaar deel mogen uitmaken van de redactie. Misschien moet ik het anders zeggen. Het was een van mijn leukste bijbaantjes. Al snel kreeg ik het onderdeel meditaties op mijn bordje. Niet dat ik die zelf moest schrijven. Ik moest predikanten vragen voor een bepaalde datum twee meditaties in te leveren. Alle predikanten uit ons lezersgebied voldeden aan mijn verzoek. Als reactie kreeg ik vaak: beste Pieter, staat genoteerd. Waarvoor mijn hartelijke dank. Inmiddels heb ik meer dan vijfhonderd meditaties op mijn computer staan. Je kunt er gemakkelijk een dagboek mee vullen.

 

Bij eenzaamheid denk je vaak aan oudere, alleenstaande mensen, niet meer zo mobiel, kinderen wonen ver weg misschien. Op zorg wordt bezuinigd, tijd voor een praatje ontbreekt.

Maar staat u er weleens bij stil dat er ook een andere eenzaamheid bestaat, namelijk van mensen die niet of zeer gebrekkig de Nederlandse taal spreken? Sommigen daarvan wonen te midden van landgenoten, dan valt het misschien nog mee. Maar denk eens aan vluchtelingen, die alles hebben moeten achterlaten. Hun huis, hun familie en vrienden, de vriendjes van de kinderen. Vaak was er niet genoeg geld om de hele familie in veiligheid te brengen, dus de kinderen zijn in Nederland, de ouders ver weg achtergebleven in een gevaarlijk land. Ze zijn vaak getraumatiseerd, daardoor is het moeilijk voor hen zich te concentreren op een vreemde taal. Als ze een verblijfsstatus hebben, gaan ze waarschijnlijk wel naar school om Nederlands te leren, maar thuis spreken ze hun eigen taal. Gelegenheid om dat vreemde Nederlands in de praktijk te oefenen is er weinig, ze hebben geen werk, weinig contact met de buurt. En juist omdat ze zo slecht Nederlands spreken en verstaan is de kans op werk klein. Zo draaien ze in een kringetje rond.

Commentaar

  • Bijbelquiz 2017-11-17 18:20:07

    Op vrijdag 3 november jl. zond de EO de Nationale Bijbelquiz uit. Een van de vragen luidde: Wat...

  • Asiel vinden aan tafel 2017-11-10 19:11:24

    De muziek had wat aarzelend en voorzichtig geklonken. Tijdens een avondmaalsviering enige tijd...

  • Mijn laatste! 2017-11-03 19:03:04

    Het is bijna zo ver. Mijn periode als redactielid zit er bijna op. Met heel veel plezier heb ik...

  • Wintertijd 2017-10-27 14:50:16

    Het is weer bijna zover, dat moment dat we de klok een uur terugzetten en definitief richting de...