Jezus bemoedigt zijn discipelen, want er lag een belangrijke opdracht voor hen. Maar voordat Hij bij de kern van de bemoediging komt, noemt Hij hen 'zuiver van hart'. Hij bedoelde daarmee niet dat zij zonder zonde zouden zijn.

 

Zuiverheid is een aanduiding van een status, namelijk van het kind-zijn van God: kind-zijn betekent zuiver-van-hart-zijn, en omgekeerd: zuiver-van-hart-zijn betekent kind-van-God-zijn.

 

Statushouder

Niemand kan zichzelf zo'n statushouder maken. Je wordt ertoe geroepen, zoals de discipelen. Je wordt ertoe uitverkoren.

Dat houdt dan ook een appel in. Zoals een kind gericht moet zijn op zijn vader en hem gehoorzaamt – aldus het Nieuwe Testament –, zo is een discipel van het koninkrijk gericht op God.

Discipelen van het Koninkrijk hebben dus niet uit zichzelf een zuiver hart. Zij hebben zich zo'n hart niet door oefening en training verworven. Zij kunnen zich daarop niet beroemen. Nee, hun hart is zuiver omdat Jezus hen geroepen heeft. Hij heeft hun hart zuiver en rein gemaakt, op het moment dat Hij hen riep. Hij riep hen uit het rijk van onreinheid in zijn koninkrijk van zuiverheid. De prijs die daarvoor nodig was, heeft Hij betaald toen Hij stierf aan het kruis van Golgota. Daar vond de grote zuivering plaats. Daar werden de harten van de kinderen van God eens voor altijd gereinigd. Daar greep Jezus op vooruit toen Hij de twaalf discipelen riep. Die roeping konden zij niet weerstaan. Hoe kan een schepsel de stem van zijn Schepper ontkennen of negeren? De discipelen konden niet anders dan Jezus volgen.

Zo is elk die echt gelooft, vrijgekocht uit de macht van duisternis en dood. Hij wordt – dankzij de roeping van Jezus – niet langer beheerst door onreinheid. Hij heeft ook berouw als hij uit zwakheid in zonde valt. Hij verlangt de bijstand van de heilige Geest in zijn strijd tegen onreinheid. Hij vraagt dat God hem schenkt een rein hart en een standvastige geest in zijn binnenste zodat hij niet bij de minste of geringste verzoeking in zonde valt (Ps.51,12). Zijn hart is niet verdeeld; het verlangt niet tegelijkertijd én naar God én naar de wereld. Nee, zijn hart is gericht op God, ook al zijn daarin momenten van zwakheid.

 

Centrum

Jezus noemt zijn discipelen mensen met een zuiver hart. Zo'n hart is een groot goed. Een zuiver hart! Zou daarin geen zuiverheid zijn, dan is daarin bederf. En als er eenmaal een begin van bederf is, gaat dat bederf door. Dan ben je reddeloos verloren. Het hart is toch het centrum van ons leven? En is daar de zaak niet op orde, dan is er geen hoop, tenzij er een wonder plaatsvindt, namelijk het wonder van de wedergeboorte. Echt een nieuwe geboorte!

In het hart komen alle levenslijnen samen. Daar worden alle belangrijke beslissingen genomen. Het hart is het commandocentrum van het menselijk bestaan. Salomo zei dan ook dat we ons hart moeten behoeden boven al wat te bewaren is, 'want daaruit zijn de uitgangen des levens' (Spr.4,23). Wat in ons hart is, komt tot uiting in wat we voelen, bijvoorbeeld blijdschap over wie de HERE is. Wat in ons hart is, vertaalt zich ook in wat we denken, en wat we belangrijk vinden. Wat in ons hart is, bepaalt eveneens ons willen, verlangen en streven, welke beslissingen we nemen en welke keuzes we maken. Daar overwegen wij de raadgevingen die we ontvangen. Zuiver van hart houdt in dat de levensrichting duidelijk is, ook al kunnen daarin storingen optreden. Jezus noemt zijn 'zuivere' discipelen zalig.

Heel anders is de positie van diegenen die slechts met mooie woorden God vereren. Zij gaan de berg van de HERE niet op, en staan niet op zijn heilige plaats. Zij horen niet bij de kring rondom Jezus. Zij hebben van onreinheid en onzuiverheid hun levenselement gemaakt. Daarin voelen zij zich thuis, ook al doen zij zich heel godsdienstig voor. Jezus noemt daarvan een voorbeeld in zijn strafrede tegen ​schriftgeleerden​ en ​farizeeën.

 

Huichelaars

In die strafrede noemt Hij hen huichelaars: ​Wee jullie! (Mat.23,25). Jezus windt er geen doekjes om en zegt ronduit wat hen mankeert: gehuichelde zuiverheid. Ze besteden alleen maar zorg aan de buitenkant hun leven: 'De buitenkant van ​bekers​ en ​schalen​ spoelen jullie af.' Ondertussen gaat hun hart in tegen de wil van God. Het is vol roofzucht en onmatigheid. De desbetreffende schriftgeleerden​ en ​farizeeën nemen wat niet hun eigendom is. Halen, hebben en houden is hun devies. Ze kennen geen maat. Ze gaan maar door met eten en drinken, genieten en vakantievieren, zwoegen, sloven en slaven voor hun luxe leventje, met daarbij vroom gepraat, zonder dat zij positieve aandacht besteden aan hun naaste. Een opbeurend bezoekje, daar hebben ze geen tijd voor.

Jezus noemt hen ook blind. Zij zijn blind voor datgene wat echt belangrijk is. Daarom roept Hij hen op tot bekering: ‘Spoel eerst de binnenkant van de ​beker​ om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon’ (Mat.23,25-28). Want als de binnenkant niet zuiver is, zal ook de buitenkant dat nooit kunnen zijn. (Volgende week het derde en laatste deel.)

 

D.J. Steensma, Feanwâlden


Commentaar

  • Dat hoort er toch bij? 2020-02-14 18:16:22

    Ze keken vreemd op toen de vraag gesteld werd. ‘Want het hoort er toch bij?’   Iemand vertelde over...

  • De leugen regeert 2020-02-07 18:21:27

    Dit is een uitspraak van toenmalig koningin Beatrix. Zo karakteriseerde zij in 1999 de kwaliteit...

  • Hulpverlening 2020-01-31 18:32:16

    Komende zondag is het hulpverleningszondag. Het is een goed gebruik om in de dienst stil te staan...

  • Maand van de Bijbel 2020-01-24 18:46:24

    We hebben al de bijbelzondag in oktober, georganiseerd door het Nederlands Bijbelgenootschap. Een...