Hoe zit dat eigenlijk met die zo gewaardeerde autonomie (zelfbepaling) die je in de wereld van de psychotherapie tegenkomt? Staat die niet die haaks op geloof, kerk en theologie?

In zijn boek  Autonomie en gemeenschap* , een bewerking van zijn proefschrift over dit onderwerp (2016), bespreekt ds. Bert Loonstra een onderwerp dat interessant genoeg is, voor theologen, psychotherapeuten en geïnteresseerden. Het lezen van dit boek vraagt evenwel enige tot redelijke kennis van de psychologie en de filosofie.

De vraag ligt voor of autonomie en haar nadruk op het ‘zelf’ niet strijdig zijn met gehoorzaamheid aan God als hoogste goed? En in het christelijke geloof is het uitgangspunt toch de dienende liefde en onderwerping? Sluit psychotherapie dan wel aan op de eigenheid van de cliënt en diens groepsidentiteit? Deze vraag betrekt Loonstra in het laatste deel van zijn boek ook op de Islam, (ultra)orthodox jodendom en (zeer behoudende) reformatorische kringen. Voor ultra-orthodoxie met haar grote nadruk op (de waarden van) de gemeenschap geldt, in het algemeen, dat de westerse psychotherapie daarop moeilijker aansluit.

In de medische wetenschap is vandaag de dag veel mogelijk. Sommige ontwikkelingen roepen vragen op. We herkennen de oerzonde, dat de mens zijn eigen wereld wil scheppen. Hij gebruikt daarbij de middelen van de medische wetenschap en techniek. Zij moeten hem in staat stellen tot een lang, gezond en effectief leven, waarin hij de regie in handen houdt en veel kan genieten.

 

De ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en techniek laten iets zien van de manier waarop de moderne mens omgaat met de natuur en met zijn eigen leven. Hij beschouwt de dingen die hij tegenkomt als materiaal waarmee hij kan gaan werken. Zo doet hij ook met zijn lichaam.

 

‘Het begon wat aan mij te knagen. Je raakt het toch nooit helemaal kwijt.’
Verstolen kijk ik opzij naar de man die dit zegt en die naast mij zit. Zijn pet zit naar voren getrokken. Een teken van niet te dicht bijkomen? Toch komt hij ’s avonds vaak even naast me zitten. Terwijl we vissen, vertelt hij over zijn leven. Omdat mijn gehoor wat minder wordt en hij mompelt, gaan sommige zinnen aan mij voorbij. Maar langzaam en zeker krijg ik een beeld bij de verhalen.

In zijn jeugd liep alles niet even fijn. Zijn jonge jaren bracht hij door bij zijn grootouders. Als zijn ouders op bezoek kwamen, kroop hij weg in een grote kast. Hij wilde niet terug naar huis.
Zijn vader was een ‘gesloten’ man. Die de tegenslagen in zijn leven op zijn eigen wijze verwerkte.
Hij was vroeger gestraft door zijn vader, omdat hij zijn eigen weg wilde gaan. De gevolgen hiervan hadden een stempel op zijn leven gezet.

Wat zou geloof zijn zonder liederen, wat zou een kerk zijn zonder gezang, wat zou een gelovige zijn zonder een lied in zijn hart. Altijd heeft de Heere mensen opgewekt om te zingen en hij heeft ook altijd mensen geïnspireerd om liederen te dichten. Mannen en vrouwen.

Na de doortocht door de Rode Zee dichtte Mozes een lied, maar ook Mirjam, de zuster van Aaron werd geïnspireerd. ‘Mirjam de profetes, de zuster van Aaron, nam een tamboerijn in haar hand, en alle vrouwen gingen achter haar aan met tamboerijnen en met reidans. Toen zong Mirjam hun ten antwoord: zing voor de Heere want Hij is hoog verheven' (Ex.15,20-21). David dichtte de psalmen met zijn harp in de hand. Zang en muziek. Bij indrukwekkende gebeurtenissen komen de tongen los en de mensen in beweging. In elke opwekking zie je het lied naar voren komen. Het hart dat overloopt wil zingen. ‘Zingt een nieuw lied voor de Heere.’

Lijden

In onze dagen zijn de Chinese huiskerken daarvan een duidelijk voorbeeld. Het is het lijdende deel van de kerk. Maar ook het lijdend hart wil zingen. Vorig jaar verscheen er een aangrijpend boek over de geschiedenis van de huiskerken in China. Het heet: Blijf staan voor Christus. De titel is een uitdrukking van de standvastigheid van de Chinese gelovigen. Elke generatie heeft daar met lijden te maken. In «cursief» Blijf staan voor Christus «einde cursief» gaat het over de afgelopen vijftig jaar. Het is geen ontspanningslectuur. Een aantal keren overviel me de gedachte, zou het allemaal waar zijn? Dat betreft ook de wonderen die beschreven worden. Wij weten van het een noch van het ander. Tenslotte heeft het lijden geleid tot een geweldige groei van de kerk. De laatste twintig jaar was er relatief veel vrijheid. Nu stormt het weer in China. In ras tempo wordt de druk op de kerken en haar leiders opgevoerd. Aanpassen of slopen, is de keuze. Vierhonderd huiskerkleiders protesteerden onlangs in een brief aan president Xi Jinping. Ze stellen daarmee hun vrijheid en wellicht hun leven in gevaar. Ze zijn bereid opnieuw te lijden. De auteur van «cursief» Blijf staan voor Christus «einde cursief», Zhang Rongliang, schreef in 1978, in de gevangenschap in zijn dagboek: ‘Lijden is een realiteit, een uitdaging voor zoveel mensen in de wereld. Maar hoe zou het mogelijk zijn om de diepten van de goedheid van de Heer te ervaren zonder lijden? En hoe zou een mens zich, na werkelijk van die goedheid geproefd te hebben, nog druk kunnen maken over wereldse verlangens? (…..) Je bent de zuurstof van de heiligen. Zonder jou zouden we gestopt zijn met ademen. Je bent me zo nabij. O, lijden, laten we arm in arm verder lopen.’

Xiao Min

In de geweldige opwekking van de laatste halve eeuw heeft het lied een belangrijke rol gespeeld. Xiao Min heet de auteur van de Chinese huiskerkliederen, de Kanaänsongs. Het is een jonge vrouw zonder opleiding en zonder muzikale scholing. Door haar zijn er nu liederen van eigen grond, liederen waar het Chinese hart in klopt. In Blijf staan voor Christus schrijft Zhang Ronglian dat er op een conferentie waar de huiskerkleiders over eenheid spraken vurige betogen werden gehouden. ‘Toch waren het vooral de liederen van Xiao Min die ons geestelijk samensmeden. God heeft Xiao Min op krachtige wijze gebruikt binnen de ondergrondse huisgemeenten. Ze is opgegroeid als dochter van een arme boer en heeft alleen de basisschool gevolgd. Ze kan geen noten lezen, maar op een of andere manier heeft ze meer dan duizend liederen geschreven, die overal ter wereld bekend geworden zijn als de Kanaänhymnes. Haar liederen zijn een zuivere weergave van het evangelie zoals het in de Chinese huisgemeentes geleerd wordt en haar woorden zijn een rechtstreekse weerslag van onze gedachten en gevoelens.’

‘De liederen van Xiao Min brachten onze lofprijs tot leven. Ze hielp ons om onze eigen verlangens en ervaringen om te zetten in liederen voor de Heer. Het was dan ook niet verwonderlijk dat haar muziek een belangrijke rol speelde in de groei van de vijf netwerken van huisgemeentes die bij de Sinimgemeenschap hoorden. Ik durf zelfs te zeggen dat de Chinese kerk op dit moment niet zou zijn zoals ze is als God niet tot het hart van dit verlegen, ongeschoolde boerenmeisje had gesproken.' ‘Ze is van onschatbare waarde voor de gelovigen in China en daarnaast is ze een zegen voor de Chinese kerken overal ter wereld die haar liederen zingen.’

Navolging

Een aantal Kanaänhymnes zijn in het Engels vertaald. Een ervan geven we hier weer in het Nederlands. Het lied geeft een goed beeld van de manier waarop de Chinese kerk het lijden aanvaardt, maar ook van de voelbare liefde van de Heer Jezus. Ze zijn bereid Jezus te volgen.

‘Dit pad leidt naar het Kruis, dat weten we heel goed

Een pijnlijke reis met zware stormen onderweg

Maar altijd zijn onze handen gevat in die van de Heer die ons liefheeft <span ",serif'="">

En we kunnen geen reden bedenken om de Heere Jezus niet te volgen.’

 

Krijn de Jong, Urk

 

Mede naar aanleiding van:

 

Zhang Ronglian en  Eugene Bach, Blijf staan voor Christus, Ark Media 2017, 256 p., € 14,95, ISBN 9789033801457

 

Mozes doet het niet goed (Exo. 18). Althans volgens zijn schoonvader. Schoonvaders zijn niet zelden goede raadgevers. Jethro heeft van Mozes gehoord wat God allemaal gedaan had voor het volk en was laaiend enthousiast over het werk van de HEER. Samen vieren ze de grote daden van God. Maar als Mozes de volgende morgen aan het werk gaat staat zijn schoonvader perplex. Mozes neemt de hele klus van de leiding van Israël op zijn eigen schouders! Iedere vraag, elk probleem komt bij Mozes en Mozes vertelt de mensen hoe de HEER daarover denkt en wat ze doen moeten. Zie je het verschil tussen het eerste deel en het tweede deel? In het eerste deel wordt de HEER geprezen om zijn werk, in het tweede deel wordt Mozes terecht gewezen omdat hij denkt, dat hij het allemaal moet doen.

Commentaar

  • Bevrijding 2018-10-12 18:00:57

    Daar heb ik echt een gloeiende hekel aan. Onverwachts overvallen worden door een telefoontje van...

  • Geloof en democratie 2018-10-05 15:34:25

    Wat heeft geloof met democratie te maken? Helemaal niets, nada, njente, toch? Geloof is...

  • Zwijgen 2018-09-28 18:00:02

    Ongemakkelijk. Dat is het woord wat ik in dit geval wil gebruiken. In welk geval? Het geval met de...

  • MONO 2018-09-22 07:33:44

    Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur lanceerde vorige week een campagne tegen...