Op 17 juni 2022 is het al weer 40 jaar geleden dat ik in Midwolda in het ambt van predikant werd bevestigd. Reden genoeg om hierbij stil te staan en terug te kijken naar wat is geweest en vooruit te blikken naar de toekomst.

Allereerst de periode vanaf juni 1982 tot en met maart 2002. Het omvat een periode van een kleine twintig jaar dat ik in de gemeente van Midwolda werkzaam mocht zijn in prediking, pastoraat, catechese en diverse commissies. Van de genoemde werkzaamheden had in de eerste plaats de prediking, maar ook het pastoraat, en dan met name het ouderenpastoraat de liefde van mijn hart.

Veel spreekwoorden en gezegden die wij in onze taal gebruiken, vinden hun oorsprong in de Bijbel. In deze rubriek proberen we van een aantal daarvan de herkomst te achterhalen.

De zondebok zijn

‘Altijd kreeg ik de schuld!’ Dit kan de ervaring zijn van een kind of persoon, die terugkijkt op zijn leven. Er zijn gezinnen en groepen, waarin het zo werkt. Het zit in de aard van de mens om een schuldige aan te wijzen voor problemen, een ander dan jijzelf. Wat het probleem ook is. In de psychologie is het zondebokmechanisme bekend. Hiermee doelt men op het fenomeen dat binnen groepen en sociale verbanden, zowel grote als kleinere, vaak één persoon wordt aangewezen die als een soort zondebok fungeert. De leden van de groep projecteren problemen of frustraties op deze persoon, meestal de zwakste in de groep.

Een van de kenmerken van ons mens-zijn is een sterk verlangen naar de regie over het eigen bestaan. We zien dat in onze tijd ten aanzien van het begin van het leven, het einde daarvan, en heel de weg daartussen. Dit begeren naar een plek naast of in plaats van God, uit zich in het dagelijks leven onder meer in begeren van wat van een ander is.

 

Het verlangen naar regie over het eigen bestaan was reeds bij ons toen we nog in het paradijs woonden. We konden de verboden vrucht niet weerstaan, en verlangden ernaar zelf te bepalen wat goed is en wat verkeerd. Zondige begeerte wil niets anders dan zich toe-eigenen wat de A(a)nder toebehoort. Ze mist liefde tot God en de naaste. Het tiende gebod in de decaloog (Ex.20,17; Deut.5,21) gaat vooral om dat laatste: begeerte naar datgene wat van de naaste is.

De Bijbel geeft talloze voorbeelden daarvan. Sichem bijvoorbeeld verkrachtte Dina, de dochter van Jakob (Gen.34,2). De vrouw van Potifar verlangde vurig naar omgang met Jozef, die knap was om te zien (Gen.39,6). Amnon werd gek van verlangen naar zijn zuster Tamar (2Sam.13).

het vervolgde deel van de kerk

 

Elke keer weer ervaar ik het als een pijnlijk gemis. Zondags in de kerk. Een lang gebed, voor van alles gebeden, maar niet voor onze lijdende broers en zussen. Ik heb dan het gevoel dat we niet compleet zijn. We lezen over hen en we horen over hen en dan zijn ze in onze samenkomsten zomaar afwezig. Dat kan niet. We horen bij hen, en zij horen bij ons. Vorige week was het de ‘Zondag voor de Vervolgde Kerk’. We hadden daar natuurlijk van te voren aandacht aan moeten geven. Toch is het niet heel erg dat het pas nu gebeurt. Er is namelijk geen sprake van dat we na die zondag voor de vervolgde kerk zouden zeggen: mooie zondag, tot volgend jaar dan maar weer. Aandacht voor de vervolgde kerk is iets voor elke zondag. Gelukkig groeit dat besef. Verheugend ook dat  de vier belangrijkste hulporganisaties dit jaar samenwerkten. Open Doors, Stichting Hulp Vervolgde Christenen (HVC), Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK) en Friedensstimme. Het vergroot de aandacht. Dat die vervolgde christenen ons direct aangaan, dringt nog maar langzaam door. Het vervolgde deel van de kerk is niet iets ver weg, het is een deel van ons lichaam. Deel van het Lichaam van Christus. Wat nu, als de hand gewond is? Kan dan de rest van het lichaam daaraan voorbij gaan? Zeker niet. Het hele lichaam lijdt mee. Elke zondag moet dat vorm krijgen. Informatie is voeding voor de voorbede.

 

Ze zat maar anderhalf jaar bij INLIA, maar ze heeft er lessen geleerd voor het leven, zegt ze. De belangrijkste: om de mens, de persoon, te zien, in plaats van een dossier. ‘Dat wil ik vasthouden. Altijd.’ Aan het woord: Esther Kasper, sinds maart gerechtsjurist bij de rechtbank in Assen. Daarvoor jurist bij INLIA.

 

Ze denkt terug aan een van haar cliënten, een jonge vrouw uit Pakistan. Van haar eigen leeftijd, en zoveel meegemaakt. ‘Dat heeft indruk gemaakt.’ Haar tijd bij INLIA had ze niet willen missen. Dat sprak zeker uit de afscheidsmail aan de organisatie. Daarin beschrijft ze die tijd: Van spreekuren en talloze intense overlegsessies met samenwerkingspartners tot aan vliegen vegen in de nieuwbouwlocatie en kasten sjouwen in de letterlijke modder.

 

Commentaar

  • Zeven vinkjes 2022-07-01 18:00:29

    Zomaar op een avond word ik gefascineerd door het verhaal van een schrijver, die aan tafel zit bij één...

  • Vluchtelingen 2022-06-17 17:01:48

    Komende maandag, 20 juni, is het Wereldvluchtelingendag. Al sinds 2001 is deze dag door de...

  • Godsdienstvrijheid een zegen 2022-06-03 15:31:24

    Het is gewoon een gegeven. Onze samenleving wordt steeds seculierder. Onlogisch is het niet dat...

  • Kirill 2022-05-20 17:21:12

    Kirill, of Cyril is 75 jaar en sinds 2009 de patriarch van Moskou en van alle Russen en de Primaat van de...