Na zijn hemelvaart heeft Christus zijn Geest uitgestort. De Geest geeft gaven in zijn gemeente. Het nadenken daarover kan vragen oproepen. Hoe zit het met die bijzondere gaven zoals het spreken in klanktaal of de gave van genezing? Sommige gaven krijgen in de gereformeerde traditie niet zoveel aandacht. En is het eigenlijk wel belangrijk om na te denken over de gaven van de Geest? Het gaat toch om het volgen van Jezus Christus?
De dagelijkse zorgen, de drukte van het leven en de ingrijpende gebeurtenissen in je persoonlijke leven en in de wereld zorgen er gemakkelijk voor dat het nadenken over de gaven naar de achtergrond verdwijnt.
Koningschap
In de brief aan de Efeziërs brengt Paulus de gaven van de Geest ter sprake (4:7-16). Daar legt hij een verband tussen de gaven van de Geest en het werk van de Here Jezus Christus. Daar wordt zichtbaar hoe de gaven van de Geest te maken hebben met de hemelvaart van de Here Jezus. De Zoon van God is vanuit de hemel neergedaald naar onze aarde en is mens geworden. En hier op aarde heeft Hij de strijd gestreden die wij verloren hadden. De strijd tegen de duivel en de kwade machten, de zonde en de dood. En door Zijn sterven en opstanding is Hij als overwinnaar uit die strijd gekomen. Christus is als overwinnaar naar de hemel gegaan. Hij is de Koning die alle lof en aanbidding verdient (4:7-10).
Tegelijk wordt dat hier op de aarde niet altijd zichtbaar. De duivel gaat nog steeds rond en zorgt voor ongeloof en twijfel. De macht van de dood is gebroken, maar is er nog wel in het leven van ieder van ons. De zonde krijg je er maar niet helemaal onder in je leven. De overwinning is behaald door Jezus Christus, maar tegelijk wordt de strijd nog gestreden. Dat raakt aan al die grote en kleine zorgen die hierboven in de inleiding zijn genoemd, waardoor je misschien juist wel denkt: ik ga me nu even niet druk maken over de gaven van de Geest, dat komt later wel.
Maar juist in deze gaven wordt het Koningschap van Jezus Christus zichtbaar. Ze zijn erop gericht u en jou te bemoedigen en ongelovigen te trekken naar Koning Jezus. Hoe heviger de strijd is, hoe noodzakelijker en waardevoller het kan zijn om de gaven van de Geest in de gemeente te zien.
Gaven zijn dus geen extra’s voor de uitmuntende gelovigen. Nee, het ontvangen van gaven is een gevolg van het leerling-zijn van Jezus Christus. Of nog sterker gezegd: als je gered bent door Jezus Christus, neemt Hij niet alleen je zonde en schuld van je over, maar dan geeft Hij ook gaven om het vol te houden in de strijd. In die gaven wordt zichtbaar dat Hij de strijd gewonnen heeft en waar het naartoe gaat met deze wereld.
Vele gaven
Omdat de gaven van de Geest te maken hebben met het verlossende en bevrijdende werk van de Here Jezus Christus, kan Paulus ook zo nadrukkelijk zeggen: Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft (Ef. 4:7). Niet een paar mensen zoals de kerkenraad of die mensen die wat meer evangelisch ingesteld zijn hebben gaven ontvangen. Paulus zegt: aan ieder van ons… Daarom is de vraag aan jou en mij: welke gave heb jij ontvangen en hoe gebruik je die?
Paulus schrijft niet alleen in Efeziërs 4 over de gaven van de Geest, maar ook in 1 Korintiërs 12 en Romeinen 12. Daarnaast noemt Petrus ook nog enkele dingen over de gaven van de Geest in 1 Petrus 4. Wat opvalt is dat de gaven die Paulus en Petrus benoemen in hun brieven niet steeds dezelfde zijn. Sterker nog, de meeste gaven die Paulus beschrijft in Romeinen 12 noemt hij niet in 1 Korintiërs 12 en in Efeziërs 4 zijn het weer andere gaven. De Heilige Geest geeft daarin wat nodig is, zonder dat alle gaven op een en dezelfde plek moeten voorkomen. De verscheidenheid in gaven weerspiegelt zo ook iets van de verscheidenheid binnen de christelijke kerk. Het gaat bij de gaven van de Geest niet altijd om spectaculaire dingen. Paulus waarschuwt daar juist tegen in zijn eerste brief aan de Korintiërs (14:17). In die gemeente was men juist gericht op uiterlijk vertoon en indrukwekkende prestaties. Paulus wijst erop dat de gaven van de Geest gericht zijn op de opbouw van de gemeente (14:12).
Verscheidenheid
De opbouw van de gemeente is steeds het motief van Paulus om te spreken over de gaven van de Geest. Hij gebruikt in alle drie de bijbelgedeelten daarvoor het beeld van het lichaam. En in dat beeld wordt enerzijds de verscheidenheid en anderzijds de eenheid benadrukt. En die twee hebben elkaar nodig. Zonder verscheidenheid zou er ook geen eenheid zijn. Want als het lichaam alleen uit handen zou bestaan, zou het geen lichaam zijn. Verscheidenheid en eenheid zijn in de kerk geen tegengestelde begrippen, maar hebben elkaar nodig. Verscheidenheid is juist een voorwaarde om een te kunnen zijn. Dat wordt al zichtbaar in Genesis 1 en 2 waar we lezen dat God de mens maakt in zijn verscheidenheid als man en vrouw met als doel om een eenheid te vormen.
Het bouwt de gemeente op als er in de gemeente verschillende gaven zichtbaar worden. Wat kan het bemoedigend zijn om een preek te horen die voor jou geschreven lijkt te zijn. Dat is niet iets wat die predikant wist, maar dat is het werk van de Geest. Of een oudere broeder of een jonge zuster die met een wijs Bijbels geluid komt in een moeilijke situatie. Of broeders en zusters die de gaven hebben om zich dienend op te stellen in de gemeente door trouw bezoekwerk. Of mensen die gebruikt worden door Koning Jezus om Zijn macht te laten zien in een wonder of een genezing die plaatsvindt.
Er is een grote verscheidenheid aan gaven. Maar de bron en het doel van de gaven zijn hetzelfde: het is Jezus Christus, de ten hemel gevaren Here, die door Zijn Geest de gaven aan de gemeente geeft tot opbouw van de gelovigen en van de gemeente als geheel.
Albert-Jan Dorst, Surhuisterveen



