Er zijn allerlei vormen van bedreiging: terrorisme, oorlog, de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) en de gevolgen van onze omgang met de schepping. Ook kan er angst zijn voor bijvoorbeeld een ziekte. Hoe houd je het dan vol? En welke roeping heeft een gelovige in een wereld vol angst en dreiging?
Voor een antwoord op deze vragen kunnen we te rade gaan bij de apostel Petrus. In zijn eerste brief die in de Bijbel staat, wil hij gelovigen in zijn dagen (de eerste eeuw) bemoedigen. Ze worden namelijk sociaal onderdrukt en gemarginaliseerd omdat ze volgeling zijn van Jezus Christus. Ze hebben te maken met laster (3:16). De meeste lezers van de brief waren eens heidenen (niet-Joden) die toen meededen met de heidense levenswandel van hun omgeving. Maar door het geloof in Jezus Christus hebben ze zich daarvan afgekeerd. De heidenen vinden het vreemd dat ze niet meer meedoen met hun heidense gebruiken en gewoonten, en spreken daarom kwaad over hen (4:3-4).
Verlangen
In die situatie schrijft Petrus dat het einde van alles nabij is gekomen. Hij geeft dan het advies om tot bezinning te komen: Wees helder van geest, zodat u kunt bidden (4:7). In de dreiging van bespotting en marginalisering roept hij zijn lezers op om rustig te blijven. Zo roept hij ook ons op.
Je eerste reactie kan misschien zijn: dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Tot bezinning komen en helder van geest zijn is in een crisissituatie erg moeilijk. Als je een slecht bericht krijgt van de dokter, staat heel je leven te wankelen. Een plotseling overlijden geeft veel verdriet en gevoelens van gemis. Er ligt een deken van verdriet en rouw over je leven.
Om de oproep van Petrus te begrijpen, moeten we beginnen bij het begin. Petrus zegt: ‘Het einde van alles is nabij.’ Gelukkig! Er komt een moment dat het voorbij is. Je tranen. De verleidingen in je leven waartegen je strijdt, maar wat je maar zo moeizaam lukt. Het onrecht dat er in je leven en om je heen plaatsvindt. De zonde en gebrokenheid in je leven. De angsten in je leven. De aanvechting, ziekte en dood. Het gaat allemaal voorbij.
Wat kun je daarnaar verlangen! Naar dat moment dat alles nieuw wordt. Dat God de tranen zal wissen. Dat er geen begrafenis meer zal zijn. Geen ziekenhuisbezoek, geen afscheid, geen eenzame strijd in je hoofd. Dan hoef je je niet meer af te vragen waar God is en of Hij je wel ziet. Geen conflicten meer. Geen geschreeuw of boze stemmen in je hoofd. Het einde is nabij. Dus ook het einde van dreiging en angst.
Nuchter
Hoe weet Petrus dat het einde van alles nabij is? De apostel zegt dit niet omdat hij op de kalender kijkt en weet dat het einde bijna nabij is zoals je kunt uitkijken naar je verjaardag of een andere bijzondere gebeurtenis. Als Petrus zegt dat het einde van alles nabij is, kijkt hij naar de Here Jezus, naar wat God in Christus heeft gedaan. Hij heeft in Zijn leven de geboden van de Here God volmaakt geleefd. Hij is de diepste diepte ingegaan, toen Hij stierf aan het kruis en door God verlaten werd. Hij heeft de dreiging daarvan ervaren in de hof van Getsemané. Daar in die hof zweette Hij druppels bloed van angst. Jezus heeft de zonde gedragen aan het kruis. Hij heeft alles volbracht (Joh. 19:30). Omdat Hij alles heeft volbracht, is het einde nabij. Dat is het evangelie.
Als Petrus over het einde spreekt, doet hij dat niet omdat het niet erger kan met de zonde en de dreiging in deze wereld. Ook vandaag gebeuren er nog verschrikkelijke dingen. Er is in ons leven nog heel wat dreiging en angst. Het is dus ook niet bedoeld om je wat te sussen dat het allemaal wel meevalt. Nee, Petrus zegt dat omdat hij alles bekijkt vanuit Jezus Christus.
Alleen zo kun je nuchter leven. Dat bedoelt Petrus als hij zegt: ‘Kom tot bezinning en wees helder van geest.’ Bijbelse nuchterheid is dat je leeft vanuit de werkelijkheid dat Jezus Christus alles heeft volbracht. Daarom kan er ook niets meer gebeuren in je leven dat die werkelijkheid in Jezus Christus kan stukmaken. Welke dreiging er ook is in je leven, de belofte van God is zeker.
Gastvrijheid
Christus Jezus heeft alles volbracht. Vanuit die werkelijkheid mag je leven. Petrus maakt dat ook heel concreet. Leven vanuit het volbrachte werk van Jezus Christus, leidt tot een leven van gebed, liefde en gastvrijheid (3:7-9).
Bidden is dat je je uitstrekt naar God. Dat je met lege handen naar God toe gaat en zegt: ‘Here God, de dingen die U belooft, daar houd ik me aan vast.’ Te midden van alle angst en dreiging. Jezus Christus heeft alles volbracht. En daarom mag je – als je in Hem gelooft – uitzien naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont, aldus de tweede brief van Petrus (3:13).
Door dreiging en angst worden mensen uit elkaar gedreven. Dat zie je ook in deze tijd om je heen gebeuren. Mensen zetten zich tegen elkaar af en groeperen zich in kleine groepen. Daar tegenin klinkt de oproep om elkaar lief te hebben. Omdat Christus alles volbracht heeft, ontvang je alle liefde van Hem. Vandaaruit mag je je helemaal richten op het geven van liefde. Het einde van alles betekent ook het einde van mijn ego, mijn trots en mijn eergevoelens.
Leven te midden van angst en dreiging betekent ook gastvrij zijn. Hoe groter de dreiging, hoe meer de neiging ontstaat om je terug te trekken. Om eigen zekerheden te zoeken. Dit gaat vaak ten koste van hen die hulp nodig hebben. Er ontstaat een patroon van wij tegen zij. Van autochtonen en allochtonen. Jongeren die een huis zoeken tegenover asielzoekers. Vanuit het nieuwe leven dat een gelovige ontvangt door Jezus Christus, mag je je huis openstellen voor anderen. Uit liefde, zonder te klagen.
Albert-Jan Dorst, Surhuisterveen



