Als u dit leest ligt het, als het goed is, allemaal achter ons, maar op het moment dat ik dit schrijf komt het nog. Ik verblijf momenteel in Indonesië, waar ik, samen met een viertal studenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn, ben uitgenodigd om deel te nemen aan een zogenaamde gospel-rally op Sumatra.

Een groep leden van een gemeente in Jakarta trekt voor een ruime week naar het eiland Sumatra waar ze in Pematangsiantar christelijke scholen bezoeken om bijbelverhalen te vertellen. Daarbij dient dit jaar het verhaal van Elia op de Karmel als uitgangspunt. Als gasten uit Nederland worden we gewoon ingeroosterd om, net als de gemeenteleden die mee gaan, het verhaal te vertellen. En dan sta je de ene keer voor een groep tieners, en een andere keer heb je allemaal kleuters voor je. Per dag gaan we verschillende scholen langs, en vertellen we hetzelfde verhaal, met daarin de oproep, toegepast op de leeftijd van de aanwezige kinderen, om op de enig ware God te vertrouwen en niet op twee gedachten te hinkelen.

Ik was twee keer eerder als gast, samen met studenten van de TUA, bij zo’n gospelrally betrokken, en ook dit jaar weer doen we mee. Hoe het allemaal zal gaan, weet ik nog niet, maar van vorige jaren weet ik nog heel goed welke indruk het op mij maakte.

Als ik stil sta bij wat deze gemeente in Jakarta doet, wordt daarin iets heel wezenlijks van de kerk van de Here Jezus Christus zichtbaar. Ik bedoel dit: in de praktijk van de zending komt op een bepaald moment de vraag op wanneer een nieuw geplante kerk beschouwd kan worden als een zelfstandige, en dus levende kerk?
In de zendingstheologie komen hierbij verschillende overwegingen langs, en één daarvan is dat een kerk als zelfstandig kan worden aangemerkt als zij zelf actief betrokken raakt in het verder brengen van het evangelie. Dat betekent, bijvoorbeeld, dat ze zelf mensen uitzendt om een kerk te planten op een plek waar de kerk nog niet is. De levensvatbaarheid van de kerk wordt onder anderen zichtbaar in het betrokken zoeken te zijn in de uitbreiding van het koninkrijk van God. Het laat zien dat de kerk levend is.

Als dit werkelijk een van de dingen is, waarin zichtbaar wordt dat een kerk levend is, komt de vraag op hoe dit bij ons is? Wat zou er gebeuren als we in ons leven als gemeente echt actieve betrokkenheid bij de verspreiding van het evangelie zouden zoeken? Gewoon, heel praktisch, in de omgeving waar we als gemeente een plek hebben.

Ik herinner me van de eerdere ervaringen in Indonesië dat er ’s avonds verteld werd hoe het die dag gegaan was. En wat ging daar een bemoediging en aanmoediging van uit: het delen van de ervaring gaf werkelijk verbinding aan elkaar. In het geloof. Omdat gemerkt werd dat de Heilige Geest juist het doorgeven van het evangelie wilde gebruiken en zegenen. Niet alleen voor de kinderen die het bijbelverhaal hoorden, maar ook voor de mensen die het verhaal vertelden. Het geloof werd gevoed.

Het zijn zomaar wat overwegingen, die ik toch graag deel, waarbij ik bid: Here, geef dat we ook zo een levende kerk van U zullen zijn. Tot zegen van anderen. Tot eer van U.

 

Jan van ’t Spijker, Hoogeveen/Jakarta


Commentaar

  • Een levende kerk 2026-09-12 08:27:12

    Als u dit leest ligt het, als het goed is, allemaal achter ons, maar op het moment dat ik dit...

  • Na de droogte 2026-08-29 10:30:59

    Op het moment dat ik dit commentaar schrijf, is het een beetje aan het regenen. Geen grote...

  • Van wie is de maan? 2026-08-15 07:22:18

    Wie had het ooit kunnen bedenken! Het is een item waar op wereldniveau over wordt nagedacht: van...

  • Hoe leren kinderen de kerk lief te krijgen? 2026-08-01 13:45:11

    Veel (groot)ouders verlangen ernaar dat hun kinderen naar de kerk gaan. Niet alleen omdat het...