We hebben allemaal één ding gemeen en dat is dat we allemaal een hekel aan de overheid hebben. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan onze voormalige minister-president Ruud Lubbers. Ook kerkmensen laten meer dan eens hun afkeer van de overheid blijken. Maar is dat terecht? Daarachter ligt de vraag naar de verhouding tussen kerk en overheid.

Wanneer onze Nederlandse geloofsbelijdenis spreekt over de overheid noemt zij allereerst Gods goedheid. God wil niet dat wij schade lijden maar dat wij tot ons recht komen. In de wereld waarin wij leven, is een schadevrij leven echter niet vanzelfsprekend. Mensen die aan zichzelf zijn overgelaten, hebben weinig geduld met elkaar. Ze doen elkaar meer dan eens kwaad. De ene mens is voor de andere een wolf, aldus Thomas Hobbes. Maar God is goed. Hij heeft een middel gegeven waardoor dit kwaad wordt ingeperkt en wij in een betrekkelijke vrede zouden kunnen samenleven: de overheid. Haar taak is het bewaken en bevorderen van rechtvaardige verhoudingen.

Dienares

Paulus noemt in zijn brief aan de Romeinen de overheid een instelling van God. Dat doet hij wanneer hij schrijft hoe de christenen in Rome zich ten opzichte van hun overheid moeten gedragen. In dat verband noemt hij de overheid ook Gods dienares.

Het moment dat God een concrete overheid als zijn dienares aanstelt onttrekt zich aan onze waarneming. Wel nemen we andere dingen waar. We zien mensen die naar macht grijpen. Talrijke overheden zijn de wrange vrucht van menselijke macht en verzet tegen de Allerhoogste. Vaak lijkt het erop dat God afwezig is en overheden maar kunnen doen wat ze willen. Toch houden we eraan vast dat de overheid Gods gezant is die het kwaad in de samenleving moet tegengaan.

Stellig konden de regeerders in Paulus' dagen de toets van de goddelijke geboden niet doorstaan. Toch noemt Paulus ook die overheid een instelling van God. Dat geldt trouwens voor elke overheid (Rom. 13, 1). Daarmee bedoelt de apostel dat een overheid op zichzelf geen product van toeval is noch een uitvinding van mensen. Geen enkele overheid heeft macht zonder dat God haar die gegeven heeft (vgl. Joh. 19, 11).

 

Basishouding

God heeft de overheid macht gegeven om haar taak te kunnen uitvoeren. Deze taak bestaat in de handhaving van het recht. Ook moet ze die zaken stimuleren waardoor burgers zich kunnen ontwikkelen. Eveneens moet ze waar nodig activiteiten coördineren en in gang zetten die heel het volk ten goede komen. Op deze wijze is de overheid een middel tot vrede en rust in de samenleving.

Daarom merkt Paulus op dat wij ons aan overheden moeten onderwerpen. Ook de apostel Petrus heeft daarover gesproken. Hij zegt zelfs dat we ons aan alle menselijke instellingen moeten onderwerpen. Dat moet gebeuren omwille van onze hoogste Koning. Deze heeft overheden ingesteld tot bestraffing van wie kwaad doen en tot beloning van wie goed doen. Daarom moeten zijn lezers de keizer eer bewijzen (1 Pet. 2, 13-17). Petrus volgt met dit vermaan zijn Heiland na die de zijnen heeft geleerd dat zij de keizer moeten geven wat hem toekomt.

Onze basishouding ten opzichte van de overheid zal daarom een positieve houding zijn. In die houding past voorbede voor de overheden. Dan zullen we een stil en gerust leven kunnen leiden, zo lezen we in de eerste brief aan Timoteüs (1 Tim. 2, 2). Die vrede en rust kunnen er ook voor zorgen dat de verkondiging van het evangelie een goede voortgang vindt.

Maar er is meer. Een overheid kan zich verzetten tegen God en zich keren tegen zijn kerk. Zij is dan een instrument van Satan. Het bijbelboek Openbaring schetst wat er dan gebeurt: laster tegen God en hen die de hemel bewonen (Op. 13, 6). Wat deze lasteringen in de praktijk betekenen hebben christenen aan het einde van de eerste eeuw ondervonden. Het was een tijd van ernstige christenvervolgingen.

 

Hoofdlijn

Sommigen menen dat we altijd allereerst moeten bedenken dat de overheid vijandig staat tegenover de kerk. We zouden meer recht doen aan het Nieuwe Testament wanneer we Openbaring 13 voorrang geven boven Romeinen 13. Dan zou het boek Openbaring de hoofdlijn zijn in ons spreken over de overheid en niet de brief aan de Romeinen. Maar die gedachte is niet terecht. In het Nieuwe Testament staan beide lijnen naast elkaar. Wel kunnen elk van beide in een bepaalde tijd de hoofdlijn vormen. Maar de lijn van Openbaring 13 doet niets af van de lijn die Romeinen 13 tekent.

Ondertussen houden we eraan vast dat elke overheid onder Gods gezag staat. In dat opzicht is zij een zuster van de kerk. Zoals de kerk gericht is op de eer van God, moet de overheid daarop gericht zijn. Daarom geeft ze ruimte aan het houden van kerkdiensten. Welk ander verlangen zou de overheid kunnen hebben dan dat haar meester wordt gediend en het rijk van de antichrist vernietigd?

Waar nodig en mogelijk moet de kerk de overheid herinneren aan haar uiteindelijke opdracht, het bevorderen van Gods eer. Zij zal haar er dan op wijzen dat zij de doorwerking van het koninkrijk van God niet mag tegenstaan maar juist moet bevorderen. Zoals de apostelen getuigenis moesten aflegden voor overheden (Hand. 9, 15) moet ook de kerk zich tot de overheid richten. Dat is met name aan de orde wanneer de regering een beleid voert dat in het licht van het woord van God schadelijk is voor mens en samenleving. Zij kan dat getuigenis geven in een samenleving waarin zij daarvoor de ruimte krijgt, maar ook in een situatie van onderdrukking (Hand. 4, 18-20; 5, 40-43).

 

Eigen aard

Wel past de kerk in haar spreken tot de overheid bescheidenheid. Ze heeft zich in het verleden wel eens vergist. Bovendien is de kerk op aarde behoorlijk verdeeld. Vooral speelt in het betrachten van bescheidenheid mee dat zij een andere taak heeft dan de overheid.

Haar eigen taak hangt samen met haar plaats in deze wereld. Ze is een geloofsgemeenschap. Wat haar leden verbindt is het geloof. In de kerk worden zij die geloven getroost en vermaand, en wie niet geloven opgeroepen tot geloof. Daar gebruikt de Heilige Geest het middel van de verkondiging van het evangelie om mensen tot geloof te brengen. Hij hanteert naast de prediking het middel van de sacramenten om het geschonken geloof te versterken.

Terwijl de kerk spreekt en handelt vanuit haar belijdenis, spreekt de overheid vanuit het geldende recht. Zij is gericht op wat de uiterlijke vrede en rust in het land dient. Daarom spreekt ze mensen in het algemeen aan. Ze zal zaken moeten dulden die binnen de kerk niet worden geduld. Een voorbeeld daarvan is het drankmisbruik bij mensen thuis. De overheid kan dat misbruik niet verbieden. Binnen de kerk kan daarover wel een uitspraak worden gedaan, zelfs een uitspraak met ernstige gevolgen. Een dergelijke uitspraak kan ook worden gedaan jegens mensen die op een andere wijze hun lichaam ruïneren. In dat opzicht moet de overheid meer dulden dan de kerk kan dulden. Een overheid die geeft om het welzijn van haar burgers zal niet meer kunnen doen dan goede voorlichting geven, bijvoorbeeld over de schade die alcohol aanricht in het jonge brein. De overheid moet zich beperken tot het bestrijden van onrecht en het stimuleren en coördineren van activiteiten die het welzijn van burgers bevorderen.

In een volgend artikel wordt verder ingegaan op de verhouding tussen kerk en overheid, en de spanning die tussen beide kan bestaan.

Feanwâlden


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...