Ooit bodemkunde gehad op school? Dan was het vast een landbouwschool. Daar is bodemkunde altijd al een belangrijk vak geweest. Boeren spreken wel over bodem maar vaker over weiland of akkerland en over perceel of kavel als ze het hebben over de grond waarop ze hun gewassen telen en dieren houden. Het is allemaal aarde, waar naar de Schrift (Gen 2:7) de mens uit gevormd is en waar de mens naar zal terugkeren (Gen 3:19). Met bodem wordt bedoeld dat deel van de aardkorst waar planten in (kunnen) wortelen en groeien en dieren op en in kunnen leven. Bodem is het ‘levende’ deel van de aardkorst. Niet voor niets spreekt men over bodemvormende processen, bodemleven, vruchtbare en arme bodems.

Je zou de bodem de kwetsbare huid van de aarde kunnen noemen. Net zoals de huid bedekt kan zijn, stuk kan gaan, kan verbranden, kan verharden, kan verruwen, kan genezen, verkoeling kan geven, warmte kan vasthouden, zo kan de bodem dat ook. Dit zijn de processen waar de boer, de hovenier en de tuinier mee te maken heeft. De bodem is dat deel van de aardkorst wat vruchtbaar is en allerlei gewassen voortbrengt (Gen. 1:12) zodat dieren en mensen ervan kunnen leven, maar dat gaat niet zonder moeite voor de mensen (Gen.  3:17b-19a). De aarde brengt voedsel voort maar voedselzekerheid is niet vanzelfsprekend door misoogsten, oorlogsgeweld, erosie, droogte, overstromingen, ziekten, plagen, oogst- en bewaarverliezen.

De Nederlandse bodem kent 3 hoofdtypen: klei, veen en zand die elk op een andere manier te maken hebben met de stand van het grond- en oppervlaktewater. Er worden vijf bodemvormende processen in Nederland onderscheiden: veengronden, podzolgronden, brikgronden, eerdgronden en vaaggronden. Elk bodemtype heeft z’n eigen voor- en nadelen voor de landbouw en de natuurbouw. Voor een rijke landbouw is bodemvruchtbaarheid met goede watervoorziening en weinig hoogteverschillen belangrijk. Voor een rijke natuurbouw is ook een schrale bodem belangrijk samen met verschillen in watervoorziening en hoogteverschillen. Wie dit beseft snapt beter waarom het maken van landbouwbeleid en natuurbeleid zo moeilijk is in Nederland. Wat werkt in de ene streek slaat nergens op in een andere streek.

Wie het over bodemvruchtbaarheid heeft, denkt waarschijnlijk gelijk aan mest en bemesting. Op arme zandgronden groeit doorgaans weinig voedsel voor mens en dier. Omdat er voor weinig dieren voedsel was, was er weinig mest, waardoor de landbouwgrond onvoldoende bemest kon worden. Een interessant boekje is de studie van Frans Aarts: Boeren in Peel en Kempen – omstreeks 1800. Wat daaruit blijkt is dat de boeren vroeger al aan kringlooplandbouw deden, maar arm bleven omdat ze te weinig mest hadden. Tegenwoordig betalen boeren zich arm omdat ze te veel mest hebben. Door de uitvinding van kunstmest (ca 1910) en het toenemende gebruik van kunstmest (vanaf 1950) steeg de Nederlandse voedselproductie enorm. Elke arme bodem kan vruchtbaar gemaakt worden met kunstmest.

Door de grotere gewasproductie in combinatie met de invoer van grondstoffen voor veevoeders werd het houden van meer dieren mogelijk. Daardoor kwam meer dierlijke mest beschikbaar. Waar vroeger op bedrijfsniveau minder mest was dan de grond nodig had, is tegenwoordig op veel bedrijven meer mest dan de grond hebben kan. Al in 1984 zijn onder minister Braks van Landbouw de eerste maatregelen genomen om de mestproblematiek te beteugelen.

Tegenwoordig groeit het besef dat in de bodem vooral natuurlijke processen de bodemvruchtbaarheid bepalen. Bodemprecessen waarin talloze schimmels, wormen, plantaardige en dierlijke micro-organismen, met elkaar en met behulp van organische stof een evenwichtig bodemleven vormen en in stand houden. Je zou kunnen zeggen dat de aandacht verlegd wordt van het voeden van de plant naar het voeden van de bodem. Een vruchtbare bodem met een gezond bodemleven is essentieel voor een duurzame landbouw. Boeren en tuinders nemen maatregelen, ondersteund door kennis, inzicht en metingen om de kwaliteit van de bodem te verhogen. Om zodoende duurzaam gebruik van de bodem in te passen in de bedrijfsvoering. Voor de een is dat minder kunstmest gebruiken, voor de ander niet-kerende grondbewerking, voor weer een ander minder zware machines op het land. Voor deze een extensiever bouwplan, voor gene rustgewassen en groenbemesters telen. Weer een ander zet in op teelten die minder van de bodem vragen.

Duurzame landbouw kent vele gezichten maar de gemene deler is aandacht voor bodem en bodemgebruik. Daar komt ook het besef bij dat de toepassing van chemie en techniek in de landbouw niet altijd gunstig is voor het bodemleven. Helemaal zonder chemie en techniek een productieve en oogstzekere landbouw in stand houden is best lastig. Net zo moeilijk als mensen gezond willen houden zonder medicijnen en levensreddende operaties. Sommige zegslieden verkondigen dat de Nederlands bodem zo dood als een pier is door kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Dat is onzin, maar dat kunstmest en chemie iets doet met bodem, gewas, dier, natuur en mens staat buiten kijf. Duurzamer boeren is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt voor burgers en politici. Op de keper beschouwd is elke vorm van landbouw een vorm van roofbouw op de bodem. Gewassen, dieren en producten worden immers afgevoerd van het bedrijf om te dienen als voedsel voor dieren en mensen. En dat komt niet allemaal terug op het land in de vorm van mest.

Volhoudbare landbouw betekent je grond als natuurlijk kapitaal beheren. Dan doet het wel eens pijn dat grond waar jaren met hart en ziel op geboerd is onttrokken wordt aan de landbouw voor maatschappelijke doeleinden als huizen, wegen, industrie, natuur, dijkverzwaring, windmolens en zonneparken.  Iedereen die een mening heeft over het bodemgebruik door de landbouw moet ook beseffen dat overal waar nu wegen, huizen, fabrieken en kanalen zijn, vroeger een boerderij was of een natuurgebied.

Duurzame landbouw richt zich op het behouden van het natuurlijke voortbrengend vermogen van de bodem. Op bepaalde bodems en in sommige streken gaat dat gepaard met extra biodiversiteit of landschappelijk schoon. Als de boer alleen betaald wordt voor de melk, het vlees of het gewas, krijgt productielandbouw de nadruk om een inkomen te verwerven. Als de boer ook betaald gaat worden voor biodiversiteit, weidevogels, waterberging, streekeigen landschap enzovoorts dan is dat geen subsidie maar een betaling voor een gewenste maatschappelijke dienst. En kan het een tandje lager met de nadelen van productielandbouw.

Dirk de Groot, Dronten


Commentaar

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...

  • Nieuw leven 2024-04-19 17:47:34

    In januari begint het al: het wordt weer langer licht en de sneeuwklokjes gaan bloeien, en even...

  • Post 2024-04-06 07:36:05

    De laatste tijd valt het mee, maar het komt regelmatig voor dat de post wat vertraging heeft....