Daniël De Waele heeft een fors boek geschreven over seksuele liefde en lust in de wereld van de Bijbel en de oudheid. Deze wereld betreft het gebied van het oude Mesopotamië tot het Romeinse rijk, vanaf het derde millennium v.Chr. tot en met de vijfde eeuw n.Chr.

 

In de oudheid gingen verhalen rond over vrouwelijke demonen en godinnen die mannen verleiden tot seksuele omgang om hen daarna te doden. Het motief van de ‘vreemde vrouw’ keert steeds weer in de geschiedenis terug. Ook de vraag hoe om te gaan met diegenen die afwijken van de norm op het gebied van seksualiteit, is steeds weer gesteld. De Waele geeft daarvan een breed overzicht. Hij vertelt bijvoorbeeld dat voor diegenen die vanaf de geboorte de kenmerken hadden van zowel het mannelijke als het vrouwelijke geslacht, in het Romeinse rijk geen plaats was. Baby’s met die eigenschappen werden gedood. De geboorte van een hermafrodiet werd gezien als een onheilsteken.

 

Grenzen

De Bijbel spreekt doorgaans in bedekte termen over de huwelijkse omgang tussen man en vrouw. In andere culturen dan het oude Israël gebruiken dichters in hun liefdesliederen soms minder bedekte termen om de intieme omgang tussen en man en vrouw te verwoorden. Daarover schrijft DE Waele in hoofdstuk vier.

Hoofdstuk vijf beschrijft verschillende samenlevingsvormen in het oude Griekenland. In heel het oude Nabije Oosten was de vrouw ondergeschikt. In het Romeinse rijk zien we daarentegen dat er emancipatiebewegingen ontstaan. Behoudende filosofen waarschuwen daartegen. Zij zijn beducht voor wanorde in de samenleving en ondermijning van de traditionele zeden en gewoonten. Iets van een waarschuwing tegen dergelijke bewegingen zien we ook in sommige geschriften van het Nieuwe Testament.

In de hoofdstukken die daarop volgen, verhaalt De Waele over de wijze waarop mensen in de toenmalige tijd seks bedreven, over het gebruik van magie en seksueel geweld, en over bestialiteit en necrofilie. Mannen mochten een prostituee bezoeken, maar vrouwen moesten hun seksuele activiteit beperken tot hun huwelijk. Dat laatste was omdat mannen er zeker van wilden zijn dat het kind van hun vrouw daadwerkelijk een bloedeigen en rechtmatige erfgenaam was. Zo moest de erfenis worden veiliggesteld. Toen het christendom langzamerhand meer invloed kreeg in de Romeinse wereld, werden ook voor mannen de normen strakker: zij moesten de grenzen van het huwelijk respecteren.

Een thema dat op ons als modern-westerse mensen vreemd overkomt, maar in de oudheid niet ongebruikelijk was, is het thema van seksuele omgang van engelen met vrouwen. Deze thematiek komt zelfs voor in vroegchristelijke geschriften.

 

Onderscheid

De Waele bespreekt het thema van homoseksueel handelen in de Bijbel en de oudheid in hoofdstuk dertien en veertien. Voor het verstaan van het nieuwtestamentische spreken over dit handelen is van belang hoe daarover werd gedacht in de Grieks-Romeinse tijd. Dat is de mede de achtergrond van het apostolisch spreken over dit onderwerp. Daarnaast redeneert Paulus vanuit zijn Joodse achtergrond. Volgens De Waele keurt de Bijbel alleen losbandig homoseksueel handelen af: omdat bijbelschrijvers niet hebben gedacht aan een gelijkgeslachtelijke relatie in liefde en trouw, zou een dergelijke relatie wel mogelijk moeten zijn in het licht van de Schrift. Maar dat is nog maar de vraag. Volgens mij geven de schriftgegevens geen ruimte voor een dergelijke relatie. Het rapport dat onze kerken in 2013 hebben uitgebracht, spreekt wat dat betreft heldere taal. Wie daarvoor wel ruimte ziet, moet een beroep doen op gegevens buiten de Schrift. De vraag is dan altijd weer, hoe dat kan worden verantwoord.

Helaas maakt De Waele in zijn woordgebruik geen onderscheid tussen homoseksualiteit en homoseksueel handelen. Doorgaans bedoelt hij met homoseksualiteit homoseksueel handelen. Homoseksualiteit is echter – strikt genomen – een gelijkgeslachtelijke gerichtheid. Deze gerichtheid is nog iets anders dan een daadwerkelijk zodanig handelen.

 

Gezag

Hoofdstuk zestien gaat in op 1 Timoteüs 2 waarin staat dat ‘de vrouw’ Gods gebod overtrad. Uit deze overtreding trekt Paulus – we gaan ervan uit dat hij deze brief heeft geschreven – de conclusie dat vrouwen moeten zwijgen in de gemeente (2:14). De Waele wijst erop dat de apostel een redenering uit die tijd gebruikt. Deze redenering is dat vrouwen gemakkelijker worden verleid tot zonde dan mannen. De Waele stelt dat die redenering onjuist is. Maar niet alleen dat. Hij stelt ook dat de gedachte onjuist is dat vrouwen zouden moeten zwijgen. Daarvoor beroept hij zich op de voortgang in de geschiedenis. Wat dat betreft had De Waele meer kunnen bieden. Hij had erop kunnen wijzen dat ook het interne getuigenis van de Schrift maakt dat vrouwen qua gezag een gelijke positie hebben als mannen. Paulus gebruikt in 1 Timoteüs een redenering uit zijn tijd om zijn punt te maken. Dat punt is niet een algemeen verbod voor altijd en alle plaatsen dat vrouwen zouden moeten zwijgen in gezagsposities. Zijn punt is wel dat dit in die concrete situatie beter is. Daarvoor gebruikt Paulus een redenering die in die tijd en cultuur heel gangbaar is. Die redenering kunnen wij vandaag echter niet volgen. Ze strijdt ook met wat elders in de Schrift staat. Vrouwen zijn niet vatbaarder voor verleiding dan mannen. Bovendien zegt Paulus elders dat juist Adam heeft gezondigd. Als wij vandaag ruimte zien voor vrouwen in het ambt is dat omdat er een duidelijke lijn is in de Schrift die dat onderstreept. Als Paulus in zijn brieven (ook in 1 Kor. 14:34-35) aangeeft dat vrouwen moeten zwijgen, schrijft hij dat vanwege specifieke problemen in de desbetreffende gemeente waarin vooral vrouwen zijn betrokken.

 

Verleidingskunsten

Een punt dat hier zijdelings mee te maken heeft is dat in het oude Nabije Oosten vaak een waarschuwing klonk tegen vrouwen die met hun verleidingskunsten mannen in hun netten willen strikken. In Joodse literatuur werd de schoonheid van de vrouw voorgesteld als een gevaar voor vrome mannen. Over het algemeen leefde in de eerste eeuwen de gedachte dat vrouwen nederig moesten zijn. Als zij een natuurlijke schoonheid bezat, mocht zij deze niet door buitensporige opsmuk accentueren. Ook ontstond in die eeuwen een ascetische beweging, die mensen opriep tot onthouding op seksueel gebied. Die beweging deed zich niet alleen in de heidense wereld voor, maar ook onder Joden en christenen. Elementen daarvan treffen we ook in het Nieuwe Testament aan.

Na de tijd van het Nieuwe Testament werd in het christendom de ongehuwde staat steeds hoger gewaardeerd. Vooral Augustinus heeft met zijn visie op seksualiteit grote invloed uitgeoefend op het denken van kerk en christenen. Volgens De Waele keurde de kerkvader seksuele alleen goed als deze omgang stond in het teken van gezinsvorming.

Ten slotte: Betoverd door begeerte bevat eenentwintig afbeeldingen in kleur en sluit af met een korte verhandeling over Maria, ‘de nieuwe Eva’.

 

Douwe Steensma, Feanwâlden

 

 

N.a.v. Daniël De Waele, Betoverd door begeerte. Liefde en lust in de wereld van Bijbel en oudheid, KokBoekencentrum, 2025, 382 p., € 27,99, ISBN 978 90 4354 311 8.


Commentaar

  • Zachtmoedigheid 2026-04-10 14:03:10

    Het Nederlands Dagblad pikte het nieuws op: de Theologische Universiteit Apeldoorn bracht negen...

  • Hoop – een boodschap om door te geven 2026-03-28 07:28:27

    In dit kerkblad gaat het over hoop. In verschillende artikelen wordt daarover geschreven, waarbij...

  • Lente 2026-03-14 09:28:00

    Op het moment dat ik dit commentaar schrijf, zit ik buiten uit de wind in de zon. Heerlijk! Het...

  • Dienst der offerande 2026-02-27 08:47:52

    In de ene kerk wordt er meer vorm en inhoud gegeven aan het collectemoment dan in de andere. Tot...