In dit tweede artikel ligt de focus op de verschillende plaatsen waar we de Bijbel tegenkomen. Omdat de plaats waar we de Bijbel tegenkomen ook van belang blijkt te zijn bij de vraag wat we bedoelen als we het hebben over de Bijbel.
In het vorige artikel hebben we gezien dat de Bijbel door de eeuwen heen mensen tot verschillende dingen heeft aangezet. De Bijbel riep theologische vragen op, motiveerde mensen tot zending, zette mensen ertoe aan op te komen voor hen die tot slaven gemaakt werden en als handelswaar werden beschouwd. Kortom, de Bijbel inspireerde mensen op allerlei manieren.
Al die dingen gebeurden omdat mensen geloofden (en tot op de dag van vandaag geloven) dat God in en door de Bijbel tot ons spreekt. De Bijbel is niet een historisch document waarin allerlei interessante en leerzame dingen naar voren worden gebracht. De Bijbel is het woord van de levende God die zich tot mensen richt. Dat begon, zou je kunnen zeggen, bij Adam die, nadat hij met Eva van God is afgevallen, uit Gods mond hoort: waar ben je? En dat is doorgegaan. God is in de Bijbel voortdurend in gesprek met mensen, heel de heilsgeschiedenis door, tot en met de opdracht die Jezus aan de discipelen geeft om alle volken te maken tot zijn discipelen (Mat. 28:19). En het gaat nog steeds door, tot op de dag van vandaag. In en door zijn woord zoekt God mensen, roept Hij ze om tot Hem te komen.
Auteur
God is dus aan het woord in de Bijbel. Hij is de uiteindelijke Auteur. Paulus zegt dat de woorden van de Schrift door God zijn geïnspireerd (2 Tim. 3:16). En Petrus zegt dat mensen door de Geest gedreven van Godswege hebben gesproken (2 Petr. 1:21).
Hiermee zeggen we iets wezenlijks, want God schreef niet zelf alles op. Dat deed Hij volgens Exodus wel met de twee tafelen der wet, die Mozes ontving op de berg Sinaï (Ex. 31:18), maar daarnaast droeg Hij mensen op de dingen die zij hoorden en zagen op te schrijven. En daar leidde de Heilige Geest hen bij.
Zo ontstond de Bijbel en werd tot het boek dat wij vandaag kennen, en waaraan we ons geloof ontlenen: de Bijbel, dat wonderlijke boek dat bestaat uit zesenzestig bijbelboeken, verdeeld over twee testamenten, het Oude Testament met negenendertig boeken, en het Nieuwe Testament dat zevenentwintig boeken bevat.
Al die verschillende boeken zijn op een bepaalde manier en op een bepaald moment bij elkaar gebracht. We weten bijvoorbeeld dat een groot deel van de afzonderlijke boeken van het Oude en Nieuwe Testament al in de tweede eeuw bij verschillende christelijke gemeenten en groepen van Syrië tot in Noord-Afrika toe circuleerden. Daar werden ze in die tijd al beschouwd als heilige Schriften. En langzamerhand ontstond wat we vandaag de canon noemen, waarin we de canonieke boeken vinden die wij houden voor ‘heilig en canoniek om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen’. Daarbij geloven we ‘dat de Heilige Geest ons getuigenis geeft in onze harten, dat zij (deze boeken) van God zijn’ (Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 5). Zo zeggen we dat, en zo geloven we dat. Maar hebben we daarmee alles gezegd?
Canon
Als je kijkt naar de geschiedenis van het ontstaan van de Bijbel, ontdek je dat er heel veel gebeurd is rond het vaststellen van de canon. Neem bijvoorbeeld de evangeliën. Al aan het eind van de tweede eeuw spreekt een bekende kerkelijke leider, Irenaeus van Lyon, over de vier bekende evangeliën uit onze Bijbel. Datzelfde horen we een andere bekende kerkelijke leider, Origenes van Alexandrië, ook zeggen. Hij zei dat ketters er misschien meer evangeliën op na hielden, maar dat de ware kerk er maar vier heeft. Hoewel dit in die tijd zo werd gezegd is bekend dat er een hele reeks levensbeschrijvingen van Jezus de ronde deden. Zo weten we van het bestaan van een evangelie van Thomas, een evangelie van Judas, en een levensbeschrijving van Jezus in een boek dat de Didaché heet. En al deze boeken werden in een wijde kring van christelijke gemeenschappen gelezen. En men geloofde erin.
Wat we van de evangeliën kunnen zeggen, geldt ook van andere geschriften uit het Nieuwe Testament. Lang niet door iedereen werd bijvoorbeeld het boek Openbaring gezien als werkelijk tot de canon te behoren. En dan waren er ook andere geschriften die aanvankelijk wel werden opgenomen: bijvoorbeeld het boek De herder van Hermas, een geschrift uit de eerste helft van de tweede eeuw, of ook De eerste brief van Clemens, die hij richtte aan de gemeente van Korinte. Geruime tijd lagen deze boeken, om zo te zeggen, op de drempel van de canon, maar uiteindelijk werden ze niet opgenomen.
Ontdekkingsreis
Zo ontstond onze canon. Alleen, de vraag doet zich voor of onze canon de enige is? En dan is het opmerkelijk, en misschien ook wel verwarrend, als je ontdekt dat de Bijbel er op andere plaatsen anders uitziet. Als je een Syrische Bijbel opendoet, kom je een andere lijst boeken tegen, waarbij bijvoorbeeld een zogenaamde harmonie van de evangeliën zijn opgenomen: een boek waarin de verschillende evangeliën (zeg maar) in elkaar geschoven zijn tot één verhaal. Dat boek, genaamd de Diatesseron was tot de vijfde eeuw de standaard evangelietekst. En dan, om nog een voorbeeld te noemen, is er de Ethiopische Tewahedo Bijbel, die niet uit zesenzestig maar uit eenentachtig bijbelboeken bestaat. In die Bijbel kom je unieke boeken tegen: een boek van Henoch, een boek dat wel de kleine Genesis heet, drie boeken van Meqabyan, Psalm 151 en nog andere.
Al met al biedt dit alle reden om in de volgende artikelen eens op ontdekkingsreis te gaan, naar gebieden en kerken waar wij weinig van weten. Overigens heb ik bij deze serie gebruikgemaakt van verschillende bronnen, waarbij met name het boek van Bruce Gordon, De Bijbel: een wereldgeschiedenis (Prometheus, 2024) veel informatie heeft gegeven.
Jan van ’t Spijker, Hoogeveen



