Het thema van dit bijzondere nummer is onvervuld verlangen. In dit interview gaat het in het bijzonder om het niet krijgen van kinderen, terwijl je dat wel graag zou willen. Ik spreek met Jan en Fennie van ’t Spijker uit Hoogeveen over hun kinderwens, het onvervulde verlangen en de bijzondere manier waarop er toch vervulling kwam. Een gesprek over verlangens, hobbels, vervulling en God.

 

Tijdens een catechisatie in Apeldoorn komt Jan van ’t Spijker de zaal binnen. Door Fennie schiet iets heen, ‘die moet ik hebben’. Ze krijgen verkering en trouwen in 1980. Jan is dan twintig jaar, Fennie eenentwintig. We waren ervan overtuigd dat we samen oud konden worden, zo zegt Jan. ‘Ik wist al vroeg dat ik dominee wilde worden en we wilden graag kinderen hebben. Huisje, boompje, beestje.’ Fennie: ‘Je houdt er geen rekening mee dat kinderen krijgen niet vanzelfsprekend is.’

 

Kinderwens

Kinderen krijgen hoort bij het leven, totdat kinderen krijgen niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn. Via de huisarts komen Jan en Fennie in het medische circuit. Uiteindelijk blijkt dat menselijkerwijs gesproken het krijgen van kinderen voor hen niet weggelegd is. ‘Dat is een verdrietige boodschap, maar geeft ook duidelijkheid,’ zegt Fennie. Jan: ‘Inderdaad duidelijkheid, maar je hart trekt zich niet zoveel aan van die duidelijkheid.’ Er was een diep verlangen naar een kind en dat kind kwam maar niet.

Na dat bericht spreken ze over de mogelijkheid van adoptie. Beiden hebben ze een diepe overtuiging dat het bij adoptie om het kind moet gaan en niet zozeer om het verlangen van ouders naar een kind. ‘Het moet echt om het kind gaan, niet om ons,’ zegt Fennie. Ook het hele proces van adoptieouder worden, staat hun tegen. Als God een kind op onze stoep legt, dan zullen we dat aanpakken. Daarmee is het klaar. ‘Voor het hoofd tenminste, voor het hart niet,’ zegt Jan.

Om hen heen krijgen allerlei mensen kinderen. In de gemeentes van Nieuw-Amsterdam en later Zwijndrecht worden kinderen geboren en doopdiensten gehouden. Ook in de kring van broers en zussen worden neefjes en nichtjes geboren. ‘Je deelt in hun vreugde en voelt tegelijk je eigen verdriet,’ zegt Jan. En soms boosheid. Boosheid op God. Waarom anderen wel en zij niet? Met die boosheid loop je niet te koop, je wilt anderen de vreugde niet ontnemen. Fennie: ‘Er dient zich ook een andere vraag aan: wie zorgt er voor ons, als we oud zijn?’

Deze vragen maken het leven best ingewikkeld. Op het ene moment is Jan sterker, op het andere Fennie. ‘We hebben geleerd of beter gezegd moeten leren dat ons leven zonder kinderen niet leeg is,’ zegt Fennie. Allerlei neefjes en nichtjes komen logeren. Door verschillende mensen zijn ze gevraagd als voogd voor de kinderen. Jan: ‘Gaandeweg ontdekten we ook iets anders. Dat God Vader is. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar we ervaren echt dat Hij als een Vader voor ons zorgt in deze fase.’

 

Teken

Het is 1996 als er in Zwijndrecht een presentatie wordt gehouden over zendingswerk in Mozambique, een van de nieuwe zendingsgebieden van onze kerken. Er wordt een predikant gezocht voor dit werk. Op een middag voor de lunch komt bij Jan de vraag naar boven wat voor reden hij heeft om niet naar Mozambique te gaan. Hij spreekt mensen over Mozambique in de hoop dat ze zeggen dat hij totaal niet geschikt is. Maar het gaat anders. ‘Ik stond niet te springen om naar Mozambique te gaan,’ zegt Jan, ‘maar ik wilde niet als Jona eindigen.’ ‘Ik heb anderhalf jaar gehuild,’ zegt Fennie. Jan kan geen nee zeggen tegen Mozambique, Fennie kan geen ja zeggen.

In 1998 worden ze uitgezonden naar Mozambique. Een huis is beschikbaar in Mocuba, maar stromend water is daar niet. Na verloop van tijd wordt er een put geslagen voor vers water en weer later wordt er een pomp bij geplaatst. ‘Dit staat wel een beetje symbool voor die tijd,’ zegt Jan. Er gaat veel tijd op aan het zorgen voor de primaire levensbehoeftes.

Als Fennie in Nederland is en Jan op terugreis uit Zuid-Afrika bij Jannie Kruize langsgaat, is daar net een kindje gebracht. Een meisje zonder familie, een weeskind. ‘Wat moet zo’n meisje zonder familie,’ schiet door Jan heen. Volgens Jannie is het een teken. Hij krijgt een foto mee van het kindje en overhandigt dat aan Fennie als zij weer terug in Mozambique is. ‘Dit meisje wil bij ons wonen.’ Een paar dagen later gaan ze op bezoek bij Jannie en krijgen ze het meisje in hun handen. Op dat moment ervaren ze allebei dat het goed is. Jan: ‘Toen was het klaar.’ Op 16 oktober 1999 kwam Marianne bij hen wonen en eind december was alles officieel geregeld. Dat gaat uitzonderlijk snel, voor hen een bevestiging dat dit inderdaad goed is.

 

Ongelooflijk

Fennie: ‘Het was echt ongelooflijk, opeens een meisje in onze tuin. Jan liep apetrots in het rond. Mijn dochter, mijn dochter…’ Hun leven krijgt opeens heel veel glans. ‘God heeft een kind op onze stoep gelegd, we konden niet anders dan haar oppakken.’ Na verloop van tijd ontstaat de gedachte dat het voor Marianne mooi zou zijn als er een broertje of zusje zou zijn. Als Fennie in Nederland is, belt Jannie Kruize opnieuw naar Jan met de boodschap dat er een kindje gebracht is om geadopteerd te worden: Jochanan, God is genadig. Jan: ‘Deze kinderen zijn aan ons toevertrouwd door onze God.’ ‘Door God aan ons toevertrouwd om van te houden en voor te zorgen.’ Die tekst hebben we op het kaartje gezet.

Na verloop van tijd keren Jan en Fennie terug naar Nederland met hun kinderen. In 2005 wordt Jan in Hoogeveen bevestigd als predikant. Op een wonderlijke manier is hun verlangen vervuld. Tegelijk zijn ze er diep van overtuigd dat God verlangen niet altijd vervuld. Jan: ‘We zijn in al die jaren wel anders naar verlangen gaan kijken. Vroeger was ik veel stelliger. Als iets niet kon, dan kon het niet. Nu denk ik, wonderen zijn bij onze God niet uitgesloten.’ Fennie vult aan: ‘Maar je kunt aan de andere kant ook niet leven van de verwachting dat God jouw verlangen op een bepaalde manier gaat vervullen. Uiteindelijk moet je het uit handen geven. Accepteren. Loslaten. Vertrouwen.’

‘We hebben geleerd om verlangen, verdriet en boosheid bij God te brengen,’ zegt Fennie. ‘Je weet niet altijd wat boven je hoofd hangt, aan mooie dingen en aan moeilijke dingen. Uiteindelijk gaat het om vertrouwen. Soms lukt dat heel goed.’ Jan vult aan: ‘En soms moeten we het de volgende dag gewoon opnieuw leren.’

 

Jurrian Oosterbroek, Hoogeveen  

 


Commentaar

  • Baas in eigen…? 2026-11-07 09:08:20

    Soms blijkt dat het Nederlandse collectieve geheugen toch niet zo collectief is. In een van de...

  • Voorbereiden op verhuizen 2026-10-24 10:18:32

    Afgelopen week stond er een grote verhuiswagen voor de deur. Nee, nog niet om alle spullen in te...

  • Populisme…ook in de kerk? 2026-10-09 12:02:20

    Bij populisme denken we vaak aan politici die inspelen op gevoelens van die leven onder het volk....

  • Vrij zijn 2026-09-26 13:56:05

    In Nederland is het wettelijk geregeld dat mensen die werken vakantie krijgen. Elk jaar krijg je...