In Nederland is het wettelijk geregeld dat mensen die werken vakantie krijgen. Elk jaar krijg je minimaal het aantal uren dat je per week werkt. Voor kinderen en jongeren zijn er vakanties waarin ze niet naar school toe moeten. Er kan even afstand genomen worden van school, huiswerk en alle dingen die moeten. Een periode van rust.
In deze tijd van het jaar zijn de kinderen en jongeren weer naar school. Veel mensen zijn ook weer aan het werk. Degenen die wat flexibeler zijn, gebruiken de maand september nog om op vakantie te gaan. En over niet al te lange tijd zullen ook zij weer terugkeren en hun dagelijkse bezigheden weer oppakken.
Ook in de kerk is het te merken als het vakantie is. In de afgelopen maanden was de samenstelling in de kerk steeds weer anders. Om beurten gaat een deel van de gemeente op vakantie. En daarom ligt het werk in de kerk stil. Er zijn geen activiteiten en er vindt geen jeugdwerk plaats. De catechisaties worden niet gegeven en het bezoekwerk vanuit de ambtsdragers gebeurt veelal ook in een lagere frequentie.
Daar is ook best wat voor te zeggen. Het vraagt veel van de vrijwilligers in de gemeente gedurende het seizoen. En ook van ambtsdragers wordt veel gevraagd. Het is goed als er dan even een periode is om op adem te komen. Om ook wat avonden thuis te zijn en niet altijd maar op weg te zijn voor de gemeente.
Tegelijk roept het ook een vraag op. Kent de dienst aan de HEERE ook vakantie? Hebben de vervolgde christenen een aantal weken per jaar rust? Zij kunnen de vervolging niet even uitzetten en genieten van een welverdiende vakantie. Zij kunnen niet verslappen.
Dat doet denken aan Levieten in de tabernakel. Zij zijn geroepen om te dienen (Num. 1:50). De Levieten moeten altijd beschikbaar zijn. Voortdurend beschikbaar voor de priesters. Het is moeilijk om altijd beschikbaar te zijn en om altijd klaar te staan. Andere dingen krijgen snel prioriteit. En wie gevraagd wordt voor een taak kan al snel denken: Laat een ander die taak nu maar eens op zich nemen in de gemeente. Of: Laat een ander nu maar eens in het ambt gaan.
Zo bezien is het heel bijzonder wie de Here Jezus is. Tijdens Zijn leven op aarde was Hij altijd beschikbaar voor de mensen als ze Hem nodig hadden en ’s nachts sprak Hij met Zijn Vader. Hij gaf alles wat Hij had. Zijn hele leven. Tot in de dood. Voor mensen die het juist zo moeilijk vinden om beschikbaar te zijn voor de dienst aan God en aan elkaar.
Het woord wat voor dienen wordt gebruikt in Numeri 1:50 heeft niets te maken met een slavendienst. Het wordt nooit gebruikt voor mensen die als slaaf voor een ander werken. De Levieten zijn geen slaven, maar vrij. Ze hoeven niet te werken, te vechten en een eigen stuk grond in te zaaien. De Levieten zijn van de HEERE God, de bevrijder. Zo kunnen ze toegewijd zijn aan Hem. Voortdurende toewijding aan God begint bij Hem. Bij het besef dat Jezus Christus juist bevrijdt van alles wat moet. Om in vrijheid beschikbaar te zijn voor Hem.
Albert-Jan Dorst, Surhuisterveen



