Wie de Bijbel doorleest, ontdekt dat er op heel veel bladzijden gesproken wordt over een onvervuld verlangen. Het is een realiteit waar mensen mee te maken hebben. Niet alleen vandaag, maar ook in de dagen van de Bijbel. Je komt ze tegen, mensen die moesten leven met onvervuld verlangen. In dit artikel maak ik een korte wandeling door de Bijbel vanuit de vraag wat de Bijbel over onvervuld verlangen laat zien.
Het kost geen moeite om heel wat voorbeelden te noemen, die zichtbaar maken op hoeveel gebieden het verlangen van mensen niet beantwoord wordt. In dit artikel kan ik lang niet compleet zijn, maar wat is het er veel.
Klacht
Er is onvervuld verlangen als het gaat om het verlangen naar een kind. Denk aan Hanna, denk aan Rachel, van wie je leest dat deze vrouwen hun verdriet nauwelijks kunnen dragen.
Er is onvervuld verlangen als het gaat om liefde. Denk aan Lea die altijd op de tweede plaats staat in haar huwelijk met Jakob. Denk ook hier aan Hanna die door Peninna gesard wordt omdat zij geen kinderen heeft.
Er is onvervuld verlangen als het gaat om recht. In heel veel Psalmen is de roep om recht met nadruk te horen. Psalm 13 roept: ‘Hoe lang nog, Here?’ Psalm 43 begint met de noodkreet: ‘Verschaf mij recht, o God.’ Psalm 80 roept om het reddend ingrijpen van de Here.
Er is onvervuld verlangen naar God. In Psalm 88 roept de dichter uit: ‘Waarom verstoot U mij en verbergt gij uw gelaat?’ Dat gaat enorm diep als de dichter zelfs de ervaring heeft dat God hem ‘onder in de kuil gelegd’ heeft.
Het zijn slechts een paar voorbeelden, maar ze maken duidelijk dat het onvervulde verlangen er is. Het wordt gevoeld. De pijn ervan wordt ervaren. Het wordt open en eerlijk verteld in de Bijbel. Het mag er zijn, en het mag gedeeld worden.
Het gezegde ‘niet klagen, maar dragen, en bidden om kracht’ is bekend. Ik laat het laatste deel helemaal staan, maar bij het eerste laat de Bijbel zien dat de klacht er juist wel mag zijn. Een klacht is niet meteen een signaal van ongeloof. Het is eerder een uiting van geloof dat zich juist in het klagen aan God vastgrijpt. ‘Here, ik snap niet wat er gebeurt, en dat het gaat zoals het gaat, maar ik kom ermee bij U, want naar wie anders kan ik gaan?’ Dat zie je gebeuren in de Psalmen. Ja, er zijn heel wat klachten te horen. Maar de dichters gaan ermee naar God toe. Zelfs als ze niks van God merken. Je leest het in die heel donkere Psalm 88. Ook daar klinkt het nog: ‘HEER, God, mijn redder, ik roep tot U. Laat mijn gebed U bereiken, luister naar mijn klagen.’ Klagen is, las ik ergens, geloof dat weigert God los te laten.
Pijn
Een ander gezegde luidt dat God niet al onze wensen vervult, maar wel zijn beloften. In het pastoraat heb ik daar regelmatig met mensen over gesproken, omdat het waar is. Niet elk verlangen wordt werkelijkheid. Dat kan echt pijn doen. Je maakt mee dat mensen vertellen over de pijn die ze voelen, elke keer als er een kindje gedoopt wordt, terwijl zij nooit bij dat doopvont zullen staan. Of mensen die pijn hebben bij een trouwdienst omdat zij – ongewild – alleengaand zijn (gebleven). Of mensen die pijn hebben omdat zij nooit de kans kregen om te gaan doen wat ze graag wilden, omdat de verantwoordelijkheid voor het gezin dat onmogelijk maakte. Niet altijd wordt die pijn weggenomen. Er blijft soms werkelijk pijn en gemis bestaan. En om dan de lijn naar God vast te houden kan heel moeilijk zijn. Daar mag en moet in het pastoraat aandacht voor zijn, omdat daarvoor ruimte is bij God. Ik wijs maar weer op de Psalmen waar de klacht, die aan God gericht wordt, vaak voor komt.
Daarbij wordt echter ook een diepere laag zichtbaar. Ik wees al op de uitspraak dat klagen geloof kan zijn dat weigert God los te laten. Dat kan heel direct verbonden worden met onvervuld verlangen. Want, dat wordt in de Bijbel eveneens duidelijk: onvervuld verlangen typeert op een bepaalde manier wat geloven is. Het maakt deel uit van het geloof.
Ik leerde het op de belijdeniscatechisatie: geloven is de vertrouwensvolle overgave aan de Here en aan zijn Woord. Dat geloof richt zich op wat God in zijn Woord belooft. Dat is immers het meest wezenlijke dat we hebben: de beloften van God.
Toekomst
Van die beloften geldt dat ze ‘ja en amen’ zijn in Jezus Christus, zegt de Bijbel. Maar dat betekent niet dat de vervulling van de beloften altijd tijdens dit leven al gezien wordt. Van het christelijk geloof geldt dat het zich richt op de toekomst. In die zin blijft er in dit geloof altijd iets van verlangen aanwezig. Want ja, in de dood en opstanding van Jezus Christus is de toekomst niet maar een werkelijkheid die nog helemaal achter de einder ligt. De toekomst is ingetreden, is begonnen. Maar de uiteindelijke, complete en eeuwige verwerkelijking van de toekomst staat nog uit. Die wordt werkelijkheid op de dag van de wederkomst van Christus Jezus. Dan zal God alles zijn en in allen. En tot die tijd verlangt het geloof, kijkt het geloof uit naar het moment dat die volle werkelijkheid van het Koninkrijk van God er zal zijn.
Dat betekent voor vandaag een leven waarin de spanning aanwezig blijft. Er zijn en blijven onvervulde verlangens. En het is ook niet gezegd dat – straks – alle verlangens alsnog, toch vervuld zullen worden. De bijbelse toekomstverwachting spreekt ervan dat God alle dingen nieuw maakt, op zo’n manier dat er geen dood meer zal zijn en geen pijn.
De Bijbel ontkent dat onvervulde verlangen niet en vraagt ook niet van ons dat we het ontkennen. Het is er. En het doet pijn. God weet het. Geen traan blijft voor Hem verborgen. Hij ziet ze. En straks zal Hij ze allemaal van de ogen afwissen. In ons onvervulde verlangen kunnen we in dat uitzicht leven.
‘Here, geef het ons.’
Jan van ’t Spijker, Hoogeveen



