Reuzen en dinosaurussen
Het verhaal over de voorzegging van de zondvloed (Gen. 6, 1-7) prikkelt ons voorstellingsvermogen: 'zonen van God', die bij de 'dochters van mensen' komen, die hun vervolgens – dus aan die godenzonen – kinderen baarden. Dit resulteert in reuzen tevens geweldenaars. De vermelding binnen het gehele raam van slechtheid, kwaad en geweld is zonneklaar en mede één van de aanleidingen voor de aangekondigde zondvloed.
Deze 'godenzonen' zijn gevallen engelen, in ons spraakgebruik: demonen. Nu kan iedereen begrijpen dat geestelijke wezens zoals demonen geen lichamelijke gemeenschap met mensenvrouwen kunnen hebben en dat zij dus ook niet door enig lichamelijk verlangen kunnen zijn aangedreven. Er moeten dus duistere redenen achter zitten, waarom zij deze boosaardige reuzen wilden voortbrengen; overigens uitsluitend bij de vrouwen die in hun slechtheid en contacten met de geestenwereld daarvoor openstonden.




Christus troont naast de Almachtige. Met goddelijke majesteit. Maar ook als mens, met een verheerlijkt lichaam. Onvoorstelbaar. Teken van macht en glorie. Voor elke gelovige een rijke troost en een geweldig houvast: Hij blijft met zijn koningsmacht zijn erfdeel trouw bewaren.
Als gemeente bij elkaar komen voor gebed op de tweede woensdag van maart doen we in Nederland sinds ca. 1600. Dat is in het algemeen een gewoonte geworden. Er zijn redenen om wat vraagtekens bij deze gewoonte te zetten. Wat mij betreft is het een goede gewoonte, maar goed om eens na te denken over de inhoud van deze gebedsdienst.
Net zomin als een arts verantwoord kan handelen als hij niet weet wat er aan de gezondheid van iemand schort, kan een manager verantwoord ingrijpen en een plan maken als hij niet helder heeft wat het probleem is dat moet worden aangepakt.