{mosimage}Het ritme van twee keer naar de kerk gaan zit er al een poosje bij velen niet meer automatisch in. Een aantal kerkgangers heeft al een nieuwe lijn uitgezet: één keer op een zondag. Anderen laten het aantal kerkbezoeken afhangen van hun behoefte. Er worden hier en daar pogingen gedaan het tij te keren maar de trend van afnemende kerkgang is ingezet.

Eind jaren zestig begon de Utrechtse theoloog dr. A.A. van Ruler een reeks artikelen over de kerkgang. Enige jaren later werden deze gebundeld in het boek met als titel ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’. Niet minder dan 21 redenen somt hij op en werkt hij uit. Dit artikel is te kort om die allemaal te behandelen. Een aantal ervan wil ik in het onderstaande de revue laten passeren. Waarbij ik overigens niet alleen put uit het boek van Van Ruler.

Traditie
Dat is een ‘gevaarlijke’ reden om mee te beginnen. Ik ga naar de kerk om een traditie voort te zetten? Op het internet las ik deze reden op een andere manier, namelijk ‘om steun te vinden in eeuwenoude rituelen’. Van Ruler noemt als reden naast de traditie ook de gewoonte. Naar de kerk gaan is een goede gewoonte om vol te houden. En het is een traditie om voort te zetten. Gewoonte ziet hij als statisch en traditie als meer dynamisch. Een ‘gevaarlijke’ reden? Ja, want traditie is in deze dagen niet zo’n populair begrip. Daar wordt al snel het stempel ouderwets of conservatief opgedrukt. Traditie is overleveren en doorgeven. Families hebben tradities. Elk jaar een reünie. Is dat ouderwets? Landen kennen tradities. 30 april viert Nederland Koninginnedag. Is dat conservatief? De kerk viert wekelijks erediensten. Omdat ze wat heeft door te geven. Apostelen en evangelisten mochten ermee beginnen. Jezus Christus, gekruisigd én opgestaan! Van Ruler: ‘…mededelen van de werkelijkheid van het verloste, nieuwe, eeuwige leven! Om de traditie, het over-leveren, daarvan voort te zetten en om in de traditie, de mededeling daarvan, te delen, daarom gaat men naar de kerk!’

Ontmoeting
Ontmoeting met God. Dat is een diep woord: ontmoeting. Zeker als we daar niet het bijvoeglijk naamwoord ‘vluchtig’ voorplaatsen. Het Nieuwe Testament spreekt van ‘in Christus’. We mogen met Hem één zijn en daarin ook groeien. Wie naar de kerk gaat waar de bevrijdende boodschap klinkt kan en mag in relatie komen te staan met de levende God en zijn Zoon, de Here Jezus. Je stapt niet zomaar het luchtledige binnen. Dat geldt zeker voor iemand die gedoopt is. Die mag voor hij of zij de kerk binnenstapt al weten (op grond van Gods belofte) dat Hij een mens (blijvend) wil ontmoeten. En is het avondmaal niet bij uitstek de maaltijd van gemeenschap met God? Het is vieren van de gemeenschap! Wat dat betreft blijft het geestelijk gezien ‘knullig’ (vergeef me de woordkeuze) om het aantal vieringen op jaarbasis te beperken tot vier of vijf keer. Ontmoeting met God en natuurlijk, dat ook, ontmoeten van elkaar. Oudere kerkgebouwen waren daar minder op ontworpen. Ze dienden als kerkzaal en minder als ontmoetingsruimte waar gemeenteleden elkaar spreken en de dingen van hun leven met elkaar delen. En je mag je met elkaar in Christus als broers en zussen verbonden weten. Mensen voelen zich soms eenzaam in de gemeente. De uitdaging (roeping) is om oog voor elkaar te hebben en niemand over te slaan! Daarnaast noteert Van Ruler: ‘We moeten deze gemeenschap met elkaar niet meteen verburgerlijken. Daar ga ik op m’n eentje naar de kerk. Ik ken niemand van de andere kerkgangers. Ze groeten zelfs nauwelijks. Wat dat betreft ga ik er even eenzaam weer uit als ik er in ging. Is dat zo? Ben ik niet in de gemeenschap van de heiligen geweest? […] Laat er aan de oppervlakte iets anoniems in zitten. We kenden elkaars namen niet eens. Maar samen kenden en beleden we de ene naam.’

Bijdrage
Naar de kerk gaan om er ‘wat aan te hebben’, om ‘iets te halen’. Dan kun je zomaar teleurgesteld raken. Uit gewone mensen bestaat die gemeente. ‘Ook de predikers zijn welbeschouwd maar stumperds, al zijn er begenadigde stumperds onder.’ Met de kerkgang lever je een bijdrage. Naast tijd, aandacht en liefde. Je komt naar de kerkdienst maar met elkaar vorm je die dienst ook. Als alleen de dominee komt opdagen of alleen de kerkenraad dan zijn we er niet. De feestzaal moet vol. En daar mag ik mijn steentje aan bijdragen. Ik kom iets halen en ik ontvang het heil, de heelmaking van mijn leven. Dankzij Jezus. Ik kom iets brengen: de vreugde van het kind mogen zijn van Hem. Ik mag met mijn levensgeschiedenis en achtergrond mijn duit in het zakje van de kerkdienst doen – en dat is meer dan alleen geld deponeren in de collectezak. Ik mag meedoen! In toenemende mate zien we dat gemeenteleden worden ingeschakeld in kerkdiensten: ontvangst bij binnenkomst in het kerkgebouw, muziekteams, geluidsmensen, beamisten, toneelstukjes, koffie- en theeschenkers. Dat is mooi! Tegelijk is deze activering niet de kern van de zaak. ‘Die ligt daarin, dat de kerkgangers datgene wat er is en gebeurt, van binnenuit bezielen en het zo bezield beleven.’ Geen zichtbare rol in de dienst? Dan is het goed om je te realiseren dat je mee zingt, mee bidt, mee belijdt, mee hoort, mee deelt.

Oefenen
Op het internet las ik een lijstje met redenen om naar de kerk te gaan. De eerste die werd genoemd was deze: om te leren leven bij waarden en normen. Van Ruler noemt een hoofdstukje ‘Om weer op de toonhoogte te komen’. Hij wijst daarbij op het gegeven dat de kerkdienst een oefening is van de dienst aan God. De kerkdienst is dan de repetitie en het leven zelf de uitvoering. We worden geroepen om God te dienen met ons hele bestaan. Daarvoor is onder anderen training noodzakelijk. ‘Het is een heel ding, tijdig op te staan, het huis te verlaten, naar de kerk gaan en daar een uur lang aan de rekstok van de liturgie te zwaaien. Dat maakt onze geestelijke spieren lenig en we krijgen gaandeweg de reuzenzwaai (want dat is het, dat dienen van God) te pakken.’ Van Ruler wijst in dit verband op de onmisbaarheid van de lezing van de wet tijdens de dienst. De lezing van de wet is herhaling van het joodse feest van de ‘vreugde der wet’. De erecode van het Koninkrijk van God. Langs die weg willen we de Here met vreugde dienen. ‘Zo gezien is de lezing van de wet ook een vorm van lofverheffing.’ Het doet me denken aan een preek die ik jaren geleden hoorde. Die ging over de wet van God. Die bevat geboden en verboden. Maar die wet is óók belofte. Zo is het bij Vader thuis! Zo zijn onze ‘manieren’. En zo zal het straks bij Vader thuis zijn. Dat mogen we vandaag al vieren. In de kerkdienst. In heel ons leven. Kom op, we gaan naar de kerk!

Groningen           
N. Vennik


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...