Er zijn momenten in het leven waarop je niet langer om jezelf heen kunt. De façade valt weg. Je pogingen om jezelf overeind te houden, zijn uitgeput. Op zulke momenten heb je een keus. Ga je vluchten, nog harder vechten of word je stil? Kies je voor vluchten of vechten, dan kun je belanden in een grote teleurstelling.
In dit artikel wil ik je uitnodigen om je gebalde vuisten te openen en stil te worden. Dan kan het maar zo zijn dat je fijngevoelig wordt voor die Ene die je uitnodigt: Kom naar Mij toe…
Kennis
Wat gebeurt er als je met lege handen stil wordt? Als je niet alleen over Jezus Christus hoort, maar Hem leert kennen? Als je jouw moeiten en gebalde vuisten toevertrouwt aan Zijn doorboorde handen? In mijn werk binnen de christelijke GGZ zie ik bijna dagelijks hoe geloof in Jezus mensen niet alleen terugbrengt naar zichzelf, maar ook opent voor een diepe realiteit: wie jij bent, wordt uiteindelijk alleen zichtbaar in het licht van wie Hij is.
Het geloof in Jezus Christus is een weg gaan met Hem; Hem volgen en beter leren kennen. Wie Jezus volgt, gaat gaandeweg merken dat Hij doordringt tot je identiteit, je denken, je verlangen. De apostel Paulus verwoordt dit verlangen in zijn brief aan de Filippenzen: Om Hem te kennen, en de kracht van Zijn opstanding… (3:10).
Deze kennis is geen academisch weten, maar een relationeel kennen. Christus leren kennen, is Hem ontmoeten in je strijd, in je herstel, in je hoop en in je wanhoop. Daarin leer je ook jezelf zien zoals je werkelijk bent. Niet gedefinieerd door je probleem of je verleden, je trauma of je falen, maar door Zijn liefde.
In herstelgroepen, trainingen en wandelingen die ik mag ondersteunen, zie ik dat steeds terug: wanneer iemand Christus ontmoet, verschuift het perspectief. Schaamte maakt plaats voor aanvaarding. Maskers vallen af. Er komt ruimte om te zijn wie je werkelijk bent, kwetsbaar en waardevol.
Vrede
Veel mensen zijn op zoek naar innerlijke rust. Ze proberen vrede te vinden met zichzelf via therapie, reflectie, zelfzorg of zingeving. Maar zolang die vrede van God losstaat, blijft het wankel.
In zijn brief aan de Romeinen zegt Paulus: Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heer Jezus Christus (5:1). Vrede met jezelf begint bij verzoening met God. Eerst komt de vrede mét God en daarna volgt de vrede ván God (Fil. 4:6-7). Wanneer je weet dat je niet meer hoeft te bewijzen dat je er mag zijn - omdat Hij al je fouten en falen gedragen heeft - ontstaat er ruimte voor diepe rust.
In de GGZ zien we hoe belangrijk het is dat mensen niet alleen grip krijgen op hun verhaal, maar ook rust vinden in een groter verhaal: het verhaal van God die niet loslaat wat Zijn hand is begonnen.
Genade is het hart van het evangelie en de enige veilige bodem voor herstel. Zonder genade wordt groei een taak. Dan moet je jezelf fixen, heel hard werken, verbeteren, bijstellen. Maar het evangelie zegt: je bent geliefd, niet omdat je het goed doet, maar omdat Hij goed is.
Dat maakt ruimte om eerlijk te zijn over je gebrokenheid. Over je verlangen om anders te worden, maar ook je onvermogen om het zelf voor elkaar te krijgen. Genade haalt de druk eraf, niet omdat groei niet belangrijk is, maar omdat groei pas mogelijk is in een veilige bedding. Paulus brengt treffend onder woorden wat God zegt: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Kor. 12:9). In hersteltrajecten zien we hoe essentieel genade is. Zonder genade verval je al snel in religieuze zelfverbetering of spirituele prestatiedwang. Maar met genade mag je leren leven in afhankelijkheid - niet van jezelf, maar van Christus.
Overgave
Een groot risico in onze tijd is dat het geloof onbewust wordt ingepast in de logica van zelfhulp. Dan wordt geloven een project: een manier om jezelf te optimaliseren, te ontwikkelen, te versterken. Maar uiteindelijk blijf je dan aan jezelf overgeleverd. Het geloof daarentegen begint waar je jezelf niet meer redt. Het is geen ladder naar boven, maar een open hand die je opvangt. In mijn leven en in mijn werk merk ik dat veel mensen moe zijn van ‘moeten’. Moeten herstellen, moeten groeien, moeten loslaten. Jezus zegt niet: Red jezelf, maar: Kom! En wie komt, wordt niet weggestuurd.
Overgave is misschien wel het moeilijkste, juist voor mensen die gewend zijn om te vechten, vluchten, overleven, controle te houden. Maar de Bijbel leert ons: alleen in overgave ontstaat er ruimte voor leven. In Johannes 10 noemt Jezus Zichzelf de goede Herder. Hij is niet Degene die jou van een afstandje coacht, maar Degene die jou draagt. Zijn handen — doorboord aan het kruis — zijn het bewijs dat jij veilig bent. Om daar terecht te komen, moet je loslaten. Niet om te vallen in het niets, maar om te vallen in Zijn alles.
Groeien in Christus betekent ook groeien in identiteit. Je gaat jezelf zien als kind van de Vader, als geliefde van de Zoon, als woning van de Geest. Niet omdat je jezelf hebt verbeterd, maar omdat je Hem bent gaan vertrouwen. In 1 Korintiërs zegt Paulus: Door de genade van God ben ik wat ik ben (15:10). Dat is geen zwaktebod, maar een geloofsbelijdenis. Wie leeft uit genade, hoeft zichzelf niet (meer) te bewijzen. Je mag zijn. En van daaruit groeien.
Geopende handen
Geloof in Jezus Christus leidt tot diepe kennis, niet alleen van Hem, maar ook van jezelf. Het brengt vrede, omdat het je leven plaatst in de werkelijkheid van genade. En het bevrijdt je van het juk van zelfhulp, omdat het je uitnodigt tot overgave. De handen van Jezus zijn doorboord. Niet om jou bang te maken, maar om jou vast te houden. In Zijn doorboorde handen ben je veilig, geborgen in Zijn genade. Dan mag je zeggen: Ik ben wat ik ben, door de genade van God.
Sarianne van Dalen, Zwolle



