Een ander evangelie?
Hoe moet je het evangelie brengen in een cultuur die zich steeds verder verwijderd van God en zijn gebod? Aan die vraag was in 2017 in Apeldoorn een symposium gewijd. De hoofdlezing op deze dag werd verzorgd door Gert-Jan Roest.
Hoe moet je het evangelie brengen in een cultuur die zich steeds verder verwijderd van God en zijn gebod? Aan die vraag was in 2017 in Apeldoorn een symposium gewijd. De hoofdlezing op deze dag werd verzorgd door Gert-Jan Roest.
Ds. Cornet (Nieuweroord/Nieuw-Balinge) opende de vergadering. Alle kerkenraden stellen een lastbrief op waarmee zij aangeven dat de door hen afgevaardigde broeders toestemming hebben om alles te besluiten en uit te voeren wat tot het werk van de vergadering behoort. Uiteraard dienen zij zich hierbij te houden aan Gods woord, de formulieren van enigheid, de Dordtse kerkorde en synodale besluiten. Als de genoemde broeders daadwerkelijk aanwezig zijn kan de wettigheid van de vergadering vastgesteld worden. Deze avond waren de broeders wel aanwezig maar moest zo hier en daar nog gezocht worden naar de juiste lastbrief, met wat hulp van gemeenteleden kwam het allemaal keurig in orde.
Dankdag met Psalm 104
Dit jaar willen we in het nummer voor Dankdag stil staan bij Psalm 104. Een Psalm waarin het gaat over de schepping en waarin de Schepper bezongen wordt. We doen dit door in drie artikelen aandacht te geven aan: God die geloofd en gedankt wordt als de Schepper, als de onderhouder van zijn schepping en als de vernieuwer van de schepping.
Hoe vaak verwonderen wij ons over de schepping? Er is de laatste jaren eindeloos gediscussieerd over schepping en evolutie. Maar dat is een wat klinische discussie waarin maar weinig ruimte is voor verwondering over de schepping. Verwondering over de schitterende complexiteit van de schepping die zo bijzonder mooi in elkaar zit. Als we zo met verwondering naar de schepping kijken, dan komen we op toonhoogte met Psalm 104 waarin God als de Schepper van hemel en aarde geloofd, geprezen en gedankt wordt.
Een groep Europeanen maakt een reis door het Midden-Oosten. Op een vroege morgen komt een van de toeristen zijn tent uit, net op het moment dat de Arabische gids opstaat van zijn morgengebed. Waarom denkt u eigenlijk dat er een God is, vraagt de westerse toerist?
Er klinkt een grote dosis spot mee in zijn vraag. De gids kijkt de man even aan en zegt dan: als ik ’s morgens opsta, hoe weet ik dan of er ’s nachts een kameel langs mijn tent is gelopen? Dat zie ik aan zijn hoefafdrukken, zijn sporen in het zand. Toch? Kijk eens naar al die kleuren in de lucht, nu de zon opkomt. Dat is geen voetspoor van een dier of van een mens. Dat zijn de voetsporen van God. Hij zelf is hier voorbijgekomen.
Ineens die zin in vers 35 van Psalm 104: Zondaars zullen van de aardbodem verdwijnen, onrechtvaardigen zullen niet meer bestaan. Waarom? Er is toch ergens dreiging in deze psalm!
We voelen het: de oerzee (v.6) die alles overdekt – tot boven de bergen! – en die als in de dagen van de schepping be-HEER-st wordt. We zien hem: Leviatan (v.26), het zeemonster dat angst inboezemt en dat gemaakt blijkt tot een badeendje. Om mee te spelen notabene.
Het prachtige van de schepping komt naar voren in deze psalm terwijl vernietigende machten en krachten door de Schepper onder de duim werden en worden gehouden.