Sgoolgaan na de vaakansie
Wat een gekke zin zul je wellicht denken. Welnu, dat is het dan ook. Hoewel, als je er goed naar kijkt zit er wel enige logica in. Je kunt je afvragen waarom het niet op deze manier geschreven zou kunnen worden. Maar als je het op deze manier op school zou schrijven, zou het wel eens kunnen resulteren in een slecht cijfer. Je leerkracht zou zich afvragen wat voor vooropleiding je hebt gehad.
Met het over je geloof praten op school is vaak ook zoiets aan de hand. Je bent in een omgeving waar de meesten het maar vreemd vinden om te geloven. En als je dan ook nog naar de kerk gaat op zondag en door de week ook nog naar een club of catechisatie, dan is er wel helemaal iets mis met je. Je spoort niet helemaal.
Wat doe je dan? Hoe reageer jij daarop?




‘Op veel punten ben ik het met atheïsten eens, vaak op bijna ieder punt – behalve in hun geloof dat God niet bestaat.’ Dit is de eerste zin van dit boek, waarmee de auteur meteen de toon zet. In het vervolg legt hij uit wat hij hiermee bedoelt, prachtig samengevat in de titel. Volgens hem is er fundamentele overeenkomst tussen een orthodoxe atheïst en een christen met een goedkoop geloof. Beiden hebben geen geduld met God, omdat ze een duidelijk beeld van Hem hebben: de één beweert dat Hij niet bestaat, de ander dat Hij er vanzelfsprekend wel is.