Kerk en overheid (2)
Als gezant van God in het publieke domein moet de overheid gerechtigheid oefenen en zich inzetten voor zwakken en kwetsbaren. Het kwaad dat mensen elkaar aandoen moet zij inperken zodat burgers in vrede kunnen samenleven. Daarnaast schept zij die voorwaarden voor een samenleving die nodig zijn om zich te ontwikkelen.
Aan het overheidsgezag is overheidsmacht verbonden. Paulus spreekt over een zwaard waarmee de overheid kan dreigen, dwingen, straffen en beschermen (vgl. Rom. 13, 4). Maar dat zwaard mag alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor het is aangewezen, namelijk de uiterlijke vrede in de samenleving. De overheid mag daarmee niemand dwingen haar eigen denkbeelden, visies en overtuigingen over te nemen. Met haar macht kan ze mensen soms wel afhouden van het kwaad, maar ze kan hen niet brengen tot het doen van het goede.





'Wie ben ík...?!' Die woorden bezigde mijn vader, als hij iets bijzonders meemaakte. De zegswijze vertolkt een mengeling van gereformeerd denken en Zeeuwse bescheidenheid. Beide sieren een mens. En ze vormen daarom de toonzetting voor een korte bijdrage over 25 jaar predikantschap.
In het vorige artikel ging ik in op twee van de drie zaken die in de prediking van de jaren 70 opvielen. Zaken die Dr. M.H. Bolkestein vaststelde na analyse van 89 preken. Ten eerste het gebruik van oude woorden en oude voorstellingen. Ten tweede dat preken zich verengden tot het spreken over zonde en genade; alsof de Bijbelse boodschap daartoe gereduceerd kan worden. In de derde plaats stipt Bolkestein het vreugdeloze preken aan. Hij bedoelt daarmee een verkondiging waarin de hoorders veel ‘moeten’. Wordt er vandaag – wat betreft punt drie - ook op die manier gepreekt. Is de prediking vandaag nog steeds vreugdeloos omdat er zoveel moet?
We hebben allemaal één ding gemeen en dat is dat we allemaal een hekel aan de overheid hebben. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan onze voormalige minister-president Ruud Lubbers. Ook kerkmensen laten meer dan eens hun afkeer van de overheid blijken. Maar is dat terecht? Daarachter ligt de vraag naar de verhouding tussen kerk en overheid.